Homiletiek

Preken in een ontmoeting van hart tot hart

Horen naar de stem van God - Prof. dr. Kees de RuijterHeerlijk als je tijdens een dienst het gevoel hebt ‘God is heel dichtbij en dit gaat echt over onze wereld’. Maar waarom is het soms ook zo anders? Kees de Ruijter, hoogleraar homiletiek (preekkunde), werkt al meer dan twintig jaar aan de TU in Kampen met aankomende predikanten. Uiterst betrokken en met een groot verlangen dat mensen in de preek God ontmoeten. ‘Richt je erop dat je als predikant God ook echt ontmoet, zodat de mensen in een dienst merken: hij heeft God gezien.’

Dit interview is met toestemming overgenomen uit opinieblad Opbouw en is gehouden naar aanleiding van het nieuwe handboek voor de preek Horen naar de stem van God van de hand van prof. dr. Kees de Ruijter. De tekst is van Freddy Gerkema en Ad de Boer. Meer informatie over opinieblad Opbouw vindt u op de website. Losse nummers nabestellen kan via administratie@opbouwonline.nl. 

Dat een preek je zeer kan raken, kent Kees de Ruijter uit eigen ervaring. Als tiener al, door de preken van ds. Trimp, die in de zestiger jaren predikant in Voorburg was. ‘Je werd in die preken echt uitgenodigd om in het heil van Christus te delen’, vertelt hij. ‘De pastorale, warme verwerking van de gereformeerde traditie sprak me in zijn preken en ook in zijn catechese heel sterk aan.’

Kwamen preken in die jaren niet te veel uit het hoofd en te weinig uit het hart? De Ruijter herkent wel iets van die eenzijdigheid in de gereformeerde cultuur. ‘Daarom vind ik die overgave aan God bij de christelijk-gereformeerden zo mooi. Terwijl bij ons in de GKv en NGK van nature de kant wordt gezocht van organiseren, verantwoordelijkheid nemen. Maar bij Trimp was dat toch anders, warmer. Van mijn twaalfde tot achttiende ben ik daardoor gevormd en ik kan wel zeggen dat ik door hem naar Kampen ben gegaan om theologie te studeren en predikant te worden. Later is Trimp als hoogleraar opnieuw van heel veel betekenis voor me geweest.’

Impulsen
Kees de Ruijter begon in de zeventiger jaren als predikant. Wat veranderde er in zijn eigen preken? ‘Heel wezenlijk voor mij was en is dat de bijbeltekst steeds weer het uitgangspunt is, als een Woord dat van buiten komt, van God. Dat is het belangrijkste. Als er geen bijbeltekst was, zou ik niet op het idee komen om te gaan preken. Maar als ik aan de eerste jaren denk, dan waren mijn preken wel heel tekstgericht. Je moest de tekst recht doen, zo was het ons in Kampen geleerd. En ik moet zeggen dat ik het ook heel leuk vond om uit te leggen wat er stond, ook moeilijke teksten. Maar of de mensen er in het dagelijks leven wat mee konden (zeg maar de Bijbel als gebruiksboek), dat was voor mezelf ook nog niet geland, denk ik achteraf.’

In zijn tweede gemeente (Rotterdam) werd dat anders. De Ruijter: ‘Daar leefden de mensen in een geseculariseerde omgeving. Het zendingsveld begon bij je voordeur. Dat ging langzamerhand doorwerken in mijn preken, niet zozeer als een thema, dat af en toe aan de orde moet komen, maar als iets wat met het preekgebeuren zelf verweven was. In Rotterdam, een echte voorhoedegemeente, drong het ook tot me door dat mensen, veel jongeren, niet zaten te wachten op een set met regels of vrijgemaakte codes, maar verlangden zelf met Christus te leven.’

Bijzonder waren ook de impulsen vanuit zijn eigen gezin. Vrouw en kinderen haalden hem weg bij de abstracte kanten van zijn preken en prikkelden hem met vragen om in te zoomen op hun belevingswereld. Het moest concreter, veel concreter! Dat veranderde zijn preken sterk en zo kwam er meer balans in de driehoek van tekst, prediker en hoorder. Daarin waren Sneek en Rotterdam een mooie opmaat voor zijn werk als docent in Kampen.

Heilig improviseren
Die twee kanten – ‘als er geen bijbeltekst was, zou ik niet preken’ en het verlangen om te preken binnen de belevingswerkelijkheid van de mensen – hebben het werk van Kees de Ruijter als docent de afgelopen decennia gestempeld.

Hij geeft zijn studenten mee dat ze in zekere zin ‘voorbij de tekst moeten preken’. De Ruijter: ‘Als ik bijvoorbeeld preek over Genesis 2:7 – dat God zijn boetseersel de geest inblaast en zo de mens schept – dan zou ik een tekstgerichte preek kunnen houden over de schepping van de mens, met alle verwondering daarover. Maar als je “voorbij de tekst” preekt, kun je insteken bij de vanzelfsprekendheid waarmee wij soms leven: weet je eigenlijk nog dat er een God is die jou adem geeft? Je kunt ook beginnen bij de angst om al het kwade dat ons bij de keel grijpt en dreigt te verstikken: voel maar hoe onder jouw adem God aan het werk is. Zoiets. Dat bedoel ik met “voorbij de tekst preken”. Preken als een soort heilig improviseren. Want mensen moeten in de preek herkennen dat het over deze wereld gaat, waar ik in leef, om vervolgens te ervaren dat God in die wereld van 2013 te vinden is. Dat de hemel ook in 2013 onze aarde raakt!’

Diepgaande communicatie
Iets wat Kees de Ruijter sterk bezighoudt is de communicatie tussen gemeente en predikant rond de preek. Hij vertelt enthousiast over zijn ervaringen met de preekwerkgroepen waar hij studenten mee laat werken. Een student gaat dan met een aantal gemeenteleden in gesprek over het bijbelgedeelte waar hij of zij over gaat preken.

In zulke gesprekken komt heel veel boven tafel, ook veel pijn en teleurstelling die bij mensen zit. De Ruijter vertelt van een vrouw die bij Prediker 9 (geniet het leven met de man die je liefhebt) vertelde over verdriet in haar huwelijk. Zo’n moment in de voorbereiding betekende heel veel voor de preek van die student. Het werd in ieder geval geen ‘rozewolkpreek’.

Volgens De Ruijter werken veel predikanten inmiddels met zo’n preekwerkgroep. Dat levert volgens hem alleen al in zo’n groepje als neveneffect een grote onderlinge betrokkenheid op.

Tegen predikanten die zo’n werkgroepje ingewikkeld vinden en liever binnen de vier muren van hun studeerkamer de preek maken, zegt De Ruijter: ‘Je wilt met je preken de mensen toch bereiken? Nou, organiseer dat dan! Want de grote winst van zulke gesprekken rond de preek is dat er iets van geestelijke communicatie tot stand komt. En die communicatie binnen de gemeente, diepgaande communicatie, is heel hard nodig.’

Binnen de gemeente! Want Kees de Ruijter is ervan overtuigd dat de verkondiging ten diepste door de Geest aan de geméénte gegeven wordt. De predikant heeft in dat gebeuren een rol van voorganger, maar daarmee blijft de verkondiging iets van de gemeente. ‘Als het spreken van de Heer te sterk aan die ene voorganger wordt gebonden – die ene man waardoor de Here spreekt – is er maar weinig voor nodig of de gemeente schiet in de consumptiehouding. Dan moeten ze in de preek bediend worden, met na afloop vaak een sfeer van beoordeling: ging het vandaag een beetje of was het niet veel?’

Downloaden
De Ruijter komt met het beeld van de gemeente als de twaalfde man. ‘Neem het voetbalstadion. Als het goed is vind je daar eigenlijk helemaal geen publiek, want wat er op het veld gebeurt, gaat ons allemaal aan. Dat geeft een enorm wij-gevoel. “Wij winnen.” Vertaald naar de gemeente: in Christus winnen wij. Die “winning mood”, daar zie ik naar uit. Dus niet één brengt het Evangelie, maar wij zijn samen in Hem.’

De Ruijter vertaalt dat naar het geheel van de dienst en de liturgie. ‘De preek is vaak nog te weinig een geïntegreerd onderdeel van de liturgie. Dus reïntegreer de preek in de liturgie, zodat je sámen als gemeente de liturgie viert en God de eer brengt. De gemeente als lichaam!’

De Ruijter ziet dat in de praktijk al meer gebeuren. ‘Er zijn meer mensen die meewerken aan de dienst, zoals rond het uitzoeken van liederen, de muzikale begeleiding of de lezingen van de Schrift. Ook kun je je afvragen of het in de dienst niet interactiever zou kunnen, bijvoorbeeld in een leerdienst. In een gemeentevergadering vinden de mensen dat heerlijk; zou je in een dienst zo ook niet meer van die onderlinge betrokkenheid kunnen krijgen?’

Voor Kees de Ruijter is de kerkdienst een gezamenlijke oefening van het christelijke leven. En dat dan niet in de zin dat je in een dienst de instructies meekrijgt voor de week die komt. ‘Als de preek niet meer dan een instructie zou zijn, zou je hem ook kunnen downloaden. Maar dat is een geamputeerde preek. Probeer maar eens een kus van je vrouw te downloaden.’

‘Zo is de liturgie ook heel fysiek delen in het heil van Christus. Je bent elkaar tot een hand en een voet. De kerk als lichaam, heel fysiek. Hand in hand het “onze Vader” bidden. In de avondmaalsviering zouden we ook veel meer van dat gemeenschapsvormende kunnen ervaren. Als je je samen verwondert over de kracht van het Evangelie, is dat gemeenschapsvormend. Als je elkaar aanvaardt in Christus en niet je veiligheid zoekt in “ik wil het zus en ik wil het zo”, kan er echte geestelijke communicatie komen, waarbij je in een dienst samen vooruitgrijpt op de grote vrede die komt.’

Vijfde bedrijf
Wat is een goede preek? De Ruijter geeft daarvoor liever geen algemene omschrijving. ‘Wat voor de één een goede preek is, is dat voor de ander niet. Ik merk dat de context zo ongelofelijk belangrijk is, en die is altijd weer anders. Bij een begrafenisdienst merk je dat natuurlijk heel sterk, maar voor de kerkdienst van aankomende zondag is dat ook zo. Wie zitten er voor je in de kerk en wat leeft er in hun hart?’

‘Neem de zondag na 11 september 2001. Dat is in het hart van alle kerkgangers. In die aangevochten situatie roepen zij omhoog. Als het daar dan niet over gaat in de dienst, waar gaat het dan wel over? Toch niet over dat we gezellig samen gereformeerd zitten te zijn. Maar wel dat God zich om deze wereld bekommert, deze wereld waarin het kwaad ten hemel schreit.’

Als het gaat om preken in 2013 kun je niet om de vraag heen hoe God door die bijbelwoorden tot ons spreekt. De woorden van de dominee rusten toch op één of andere manier in het gezag van het Woord? De Ruijter: ‘Ik heb veel gehad aan een beeld dat de Engelse theoloog N.T. Wright gebruikt voor de omgang met de Bijbel. Wright ziet de Bijbelse geschiedenis als een niet volledig uitgeschreven “theo-drama”, waarvan de eerste vier bedrijven – schepping, val, koninkrijk van Israël en komst van Jezus – zijn beschreven. Maar van het vijfde bedrijf is niet meer beschikbaar dan het begin: de kerk na Pinksteren, zoals je dat vindt in het boek Handelingen, de brieven en verder wat beelden van het slot, dat het helemaal goed gaat komen. Wij leven dus in dat vijfde bedrijf. In veel opzichten is er geen directe tekst beschikbaar voor vandaag. De canon is afgesloten en veel van onze huidige vragen komen in de Bijbel niet aan de orde. Dat betekent, zegt Wright, dat je vanuit een diepe vertrouwdheid met die eerste vier bedrijven het vijfde bedrijf moet uitwerken. Als ik dat vertaal, betekent dat dat je vanuit een intense vertrouwdheid met de bijbeltekst die voor ons ligt (ten diepste vertrouwd met God!) in het hier en nu adequaat en innovatief moet spreken en handelen.’

Dat innovatieve ziet De Ruijter ook binnen de Bijbel zelf. ‘Neem Petrus, zoals hij geconfronteerd wordt met rein en onrein in dat visioen van Handelingen 10. Jezus zegt als het ware tegen Petrus: besef je dat je niet meer in het derde bedrijf van de Mozaïsche wet zit, maar in het bedrijf van het komende Koninkrijk? Daarin zit iets innovatiefs. En dat moet ook, want tal van vragen die we hebben, staan niet in de Bijbel.’

‘Hierbij zijn er twee valkuilen. De ene is dat je dan je eigen gang gaat, zonder je iets aan te trekken van wat er in die eerste vier bedrijven is gebeurd. De andere valkuil is dat je met die eerste vier bedrijven gaat zitten knippen en plakken. Dat is het ook niet. De handeling moet verder komen op weg naar het triomfantelijke einde, maar altijd vanuit de vertrouwdheid met de tekst, zodat je feeling krijgt voor de bijbelse lijnen. Zo leer je de bedoelingen van de Auteur kennen. Daar is veel biddende oefening voor nodig.’

Hart
Hiermee zit je bij het hart van wat De Ruijter een predikant wil meegeven. ‘Richt je erop dat je als predikant God ook echt ontmoet, zodat de mensen in een dienst merken: hij heeft God gezien. Iets van die vreugde. Zoals bij Mozes, die bij God vandaan kwam en straalde.’

Dat gaat volgens De Ruijter verder dan dat de ene predikant creatiever is dan de ander. ‘Creativiteit heeft te maken met aandacht en openheid. Heb je genoeg aandacht voor de wereld waarin je leeft? Waar gaat je hart naar uit? Ik laat predikanten weleens iets vertellen over hun hobby. Het enthousiasme waarmee dat gebeurt! En dan zeg ik: als je zo over het Evangelie preekt, dan moet dat overkomen. Als wij elkaar maar ontmoeten van hart tot hart. Hoe ik ook stamel, als ik praat over wat en vooral over Wie ik liefheb, dan gebeurt er iets. Dan gaat Gods hart open.’

 

Prof. dr. Kees de Ruijter werd op 29 januari 1949 geboren te Den Haag. Hij studeerde van 1967-1973 theologie in Kampen. Van 1973-1978 was hij predikant te Sneek en Koudum en daarna tot 1990 in Rotterdam-Centrum. In 1990 werd hij benoemd als docent homiletiek in Kampen. Deze week verschijnt van zijn hand een nieuw standaardwerk over de homiletiek: Horen naar de stem van God.