Catechese

Pleidooi voor de leerdienst

Inleiding
Oepke Noordmans vertelt ergens[1] over een vrouw in een gemeente in Friesland, waar een predikant een in een catechismuspreek enkele vragen aan de orde stelde over de zondag uit de catechismus die aan de beurt was. Deze vrouw meende uit de mond van de predikant kritiek op het leerboek uit Heidelberg te horen. Daarom stond ze op, klapte haar vouwstoeltje dicht en verliet he kerkgebouw, terwijl ze aan haar verontwaardiging uiting gaf door te zeggen – en neemt u me niet kwalijk dat ik het in het Nederlands zeg – : “Ze moeten niet aan de catechismus komen.”

Noordmans hield zijn lezing in 1910. Ruim honderd jaar later kom ik vrijwel nooit meer mensen tegen die zo enthousiast zijn over de catechismus. Zeker, ze zijn er nog. Bijvoorbeeld in de redactie van Goed Gelovig. Maar voor velen is de Catechismus dan wel een van onze belijdenisgeschriften is, maar verder niet echt een levend document.

Als redactie beseffen we heel goed in welke context we staan. Het boek dat we vandaag op tafel leggen, wordt gedragen door de overtuiging dat de gereformeerde traditie en haar belijden, zoals verwoord in de HC, een rijke spirituele inhoud heeft. Maar we gaan er niet als vanzelfsprekend vanuit dat iedereen die bijzondere inhoud ook zo zal ervaren. Een leidende vraag door het hele boek heen, is die hoe we het goud van de traditie zó verbinden met de leefwereld van de hoorders van vandaag dat zij echt leiding ontvangen in hun geloof.

In het vervolg van deze korte inleiding wil ik drie dingen zeggen. Allereerst iets over het begrip ‘lerende gemeente’, vervolgens enkele opmerkingen over de plaats van de leerdienst en als derde ook iets over het belang van beleid.9789023928416 theobl

Een lerende gemeente
Ons handboek staat in de lijn van de gereformeerde traditie. Deze traditie is ervan overtuigd geraakt dat de doorwerking en de vertolking van de kernpunten van de Reformatie belangrijk is, tot op vandaag. Een van de herontdekkingen van de Reformatie was dat de gemeente principieel een lerende gemeente is.

De christelijke gemeente staat wat dit leren betreft op de schouders van het oude Israël waar het onderwijs in de Thora, de overdracht van de ene generatie op de andere, een belangrijke plaats innam. De kerk dankt op dit punt veel aan de synagoge, het leerhuis bij uitstek in de dagen van Jezus en de apostelen.

Leren is één van de basisfuncties van de christelijke gemeente. Een gemeente die niet leert, verleert het om te gemeente te zijn. Van de christelijke gemeente die in Jeruzalem ontstaat na het Pinksterfeest, lezen we dat ze bleef volharden in de leer der apostelen (Hand. 2:42). Op de eerste fase van de missionaire verkondiging volgt de opbouw van de gemeente door middel van een nadere ontvouwing van de heilsboodschap. Met name de brieven van de apostelen dragen het karakter van onderwijzing in de ‘gezonde leer’ (1 Tim. 1:10.).

Een mooie samenvatting van waar het bij het leren in de context van de christelijke gemeente over gaat, vinden we in Efeze 4:20. Het gaat daar over ‘Christus leren’. En daarmee wordt direct duidelijk dat leren in de christelijke gemeente van een bijzondere aard is. Het gaat om Christus, de levende. ‘Hem leren’ wil zeggen Hem leren kennen, volgen, vertrouwen, gehoorzamen. Kortom: leren wat het betekent om in leven en sterven het eigendom van Christus te zijn, zoals dat in Zondag 1 van de HC wordt verwoord.

Voor dit leren put ons boek primair uit de Heilige Schrift als bron en norm voor ons geloof. Dr. Wim Verboom schrijft in de inleiding van Goed Gelovig:

“We willen vóór alles dat de gemeente in de leerdienst luisteroefeningen naar de Schrift verricht. Daarbij zoeken we bewust aansluiting bij de Heidelbergse Catechismus als het klassiek-gereformeerd leerboek van de gemeente. Deze vormt naar onze overtuiging voor geloof en kerk-zijn vandaag nog steeds een betrouwbare gids. Juist omdat hij voortdurend verwijst naar de Schrift. Tegelijk reikt de Schrift ook thema’s aan die in de HC zelf niet worden uitgewerkt. Daar is niets mis mee. We zijn geen slaven van de HC, maar leerlingen. We ontvangen de ruimte om te zoeken naar prioriteiten voor het geloof vandaag en ook om eigen accenten te leggen. (…) Het verlangen om te zoeken naar de relevantie van de kernen van het christelijk geloof voor vandaag, loopt als een rode draad door heel de postille heen.” (blz. 13)

De plaats van de leerdienst
In de context van de christelijke gemeente wordt op veel terreinen geleerd. Binnen catechese, kringen, Alphacursussen . Maar een bijzondere schakel in de lerende gemeente wordt gevormd door de eredienst. Wanneer de christelijke gemeente op zondag samenkomt, viert zij het heil dat haar verkondigd wordt. Dit vieren is echter ook iets dat geleerd moet worden. Met de woorden van Van Ruler: de gemeente moet er in wegwijs gemaakt worden. Dat is het werk van de Heilige Geest. Vieren en leren vormen dus ook geen tegenstelling. Het vieren van het heil is het doel van de leerweg die we als gemeente in de eredienst telkens opnieuw gaan. [2]

De traditie van de tweede dienst als leerdienst stamt uit de zestiende eeuw. Ze is vervlochten met de ontdekking van de Reformatie dat ieder gemeentelid leerling van de schriften is en dat ook levenslang blijft. De afgelopen decennia is in de protestantste kerken een afname van de praktijk van de tweede dienst waar te nemen, en dus ook van de leerdienst. De vraag ligt dus voor de hand of er nog wel toekomst is voor de leerdienst. Een uitgever zou zich de vraag kunnen stellen: is er wel markt voor een boek over de leerdienst?

Je kunt het toch ook bij één zondagse dienst houden en op door-de-weekse kringen aan studieuze vorming werken, bijvoorbeeld met een leerhuis of studiekring? Ja, dat zou kunnen. Maar in de praktijk blijkt echter dat je voor zulke activiteiten maar een klein groepje mensen op de been krijgt. Ds. Wim Markus, één van de andere redactieleden, zei onlangs in een interview in de Nieuwe Koers:

“Ook al zou het lukken om midden in de week groepsgewijs te werken aan kennisoverdracht, blijft mijn sterke voorkeur uitgaan naar de setting van een eredienst, waarin leren en vieren samengaan. Het dogma gaat al zingend, lovende en aanbidden leven in je ziel. Zo ‘werkt’ de liturgie en dat vind ik te waardevol om prijs te geven.”[3]

In Goed Gelovig worden handvatten aangereikt om de kwaliteit van de leerdienst te verbeteren. Het is een uitdaging om de middagdienst zó vorm te geven, dat mensen gaan beseffen: als ik daar niet ben, mis ik iets.

Het is duidelijk dat het houden van leerdiensten in onze tijd niet vanzelf spreekt. Tegelijkertijd was het voor mij als predikant in Gouda bijzonder om tijdens de voorbereiding van deze lezing een verre voorganger op het spoor te komen: Herman Herbertsz. Aan het einde van de 16e eeuw was hij predikant in Gouda, en zijn naam is dan ook te vinden op één van de predikantenborden in de Goudse Sint Jan. Deze naam van deze predikant is vooral bekend geworden omdat hij stelselmatig weigerde gehoor te geven aan de landelijk ingevoerde verplichting om catechismuspreken te houden. Hij was niet de enige trouwens: eindeloos is de reeks van klachten over de nalatigheid om de Catechismusdienst op zondagmiddag te houden.

De tijd van zulke verplichtingen vanuit de synode is voorbij. Het boek dat we vandaag neerleggen is geen dictaat. Maar in deze publicatie klopt een hart voor het goed recht, ja voor de rijkdom van de leerdienst. Het is onze hoop dat wie met dit boek aan het werk gaat, geholpen wordt om oude en nieuwe schatten op te delven.

Beleid
Goed Gelovig is een pleidooi voor de leerdienst. Het lijkt me daarbij belangrijk dat de plaats van de leerdienst in de gemeente niet afhankelijk is van de predikant. Het kan dan zomaar zo zijn, dat een kerkenraad zegt:

“Toen dominee A er was, waren en ‘s middags leerdiensten, toen dominee B er was, waren ze er niet en nu dominee C is gekomen zijn we weer begonnen.”

Wat zou het goed zijn wanneer kerkenraden, samen met de predikant, nadenken over een integrale visie op leren ontwikkelen. Hoe hangen de verschillende leeractiviteiten met elkaar samen: kindercatechese, tienercatechese, clubs, bijbelkringen, erediensten. Zijn het losstaande onderdelen, of worden ze gedragen door een gezamenlijke visie op leren? En zou het ook mogelijk zijn om als gemeente echt samen te leren? Intergeneratief. Oud en jong.

Deze integrale visie op het leren van de gemeente is naar mijn idee niet alleen belangrijk voor gemeentes waar op zondag twee diensten zijn. Ook waar op zondag één dienst wordt gehouden, is bezinning op de lerende gemeente belangrijk. Is het misschien mogelijk om met gebruikmaking van dit boek een themakring op te starten? Of lenen sommige thema’s zich ook voor behandeling in de morgendiensten. En, last but not least, waarom zou een gemeente het niet gewoon eens proberen, om af en toe een middagdienst met een eigen karakter te organiseren?

Ik moest denken aan de post die prof. Gijsbert van den Brink, ook één van de scribenten, op 27 april op Facebook plaatste.

“Gisteravond voorgegaan in de kleine hervormde gemeente van Kortenhoef, die daarmee voor het eerst sinds een jaar of 40 weer een avonddienst beleefde. Nadat ik er begin dit jaar een keer ’s morgens voorgegaan was, vroeg men of ik later dit jaar nog eens terug kon komen. Ik bekeek toen m’n agenda en zag dat ik alleen nog wat zondagavonden beschikbaar had. Maar dan hoefde het niet, dan hadden ze geen diensten… Een paar dagen later kreeg ik echter een email van de scriba. Ze hadden het er nog eens over gehad met elkaar, en of ik dan toch maar een keer op een zondagavond naar keuze wilde komen, dan belegden ze gewoon een extra dienst. Nu, gister was het zover. Ze hadden ook de buurgemeente ’s Graveland uitgenodigd (die ook geen avonddiensten meer kent), en al met al waren we met meer dan 40 mensen. Ik heb heerlijk ouderwets uit de Heidelbergse Catechismus gepreekt, gewoon zondag 1… Ze vonden het allemaal mooi geloof ik, en ik vond het in elk geval een prachtig tegendraads en tegencultureel gebeuren: een gemeente die nu eens geen kerkdiensten afschaft vanwege tanende belangstelling maar ondanks haar kleine omvang gewoon maar weer eens voorzichtig aan avonddiensten begint!”

Waarvan acte.

Ds. Marco Batenburg, Amersfoort, 15 september 2015

Gehouden bij de presentatie van Goed gelovig. Een thematische uitleg van de Heidelbergse Catechismus voor verkondiging en onderwijs 

 

[1] P. Noordmans, Verzamelde werken, deel I, Kampen 1978, 111.
[2] Jos de Kock, Wim Verboom e.a., Altijd leerling, Zoetermeer 2012, 280.
[3] De nieuwe Koers, september 2015, 43.