GeloofPastoraatSpiritualiteit

Over spiritualiteit en geestelijke begeleiding

Dit voorjaar verscheen mijn boek Om het geheim van het leven. Het gaat over spiritualiteit en geestelijke begeleiding. Dit thema houdt mij als docent en onderzoeker al lange tijd bezig. Het is een actueel onderwerp dat de afgelopen decennia sterk in de belangstelling staat, niet alleen in kerk en theologie, maar ook daarbuiten. Op allerlei terreinen kunnen we deze interesse waarnemen: in culturele uitingen, reisbureau, bedrijfsleven. Een televisieprogramma laat ons zien hoe leidinggevenden uit de zakenwereld onder aanvoering van een spirituele coach kanoënd over een Overijsselse rivier in contact zoeken te komen met de natuur en met zichzelf. Een ander kiest voor een tijdelijk verblijf in een klooster om geestelijk op adem te komen. Weer een ander neemt deel aan een wandelgroep die oude kerken aandoet. Deze voedt zich met de boeken van Coelho, gene onderneemt een pelgrimage naar Santiago de Compostella. In de boekhandel of kiosk treffen we verschillende magazines zoals Happinez en Zin die ons bepalen bij allerhande zaken van spirituele aard. Uitingen van spiritualiteit dragen een privaat karakter (het inrichten van een huisaltaar bijvoorbeeld), maar treden ook op het publieke domein aan de dag (bijv. het zich bekruisen door een voetballer, het vol overgave meezingen van You never walk alone waarvan de oorspronkelijke geestelijke betekenis meestal niet bekend is). Jaarlijks toont De maand van de spiritualiteit (eerder was dat in oktober, dit jaar in januari met ‘stilte’ als thema) hoe veelkleurig spiritualiteit is geworden.

Lange traditie
Spiritualiteit, zo weten theologie en kerk, kent een eeuwenlange traditie die teruggaat tot vroegchristelijke tijden. In die traditie liggen talrijke bronnen die in de voorbije decennia voor het eerst of opnieuw zijn ontdekt. Dat geldt van de katholieke als ook van de protestantse traditie. Een verrijking vormt tevens dat er in onze tijd bij het opdelven van aloude schatten niet alleen naar de spirituele erfenis van mannen, maar meer en meer ook naar die van vrouwen wordt gekeken. Het geestelijke leven kent naast de gemeenschap met het belijden van de ‘vaderen’ de verbondenheid met de ‘moeders’ (van de woestijnmoeders tot Etty Hillesum). Vergeleken met de tijd dat ik mijn theologiestudie aanving, is er ook wat dat aangaat duidelijk veel veranderd.

Kernzaken
Een pastor, hetzij gemeentepredikant, hetzij geestelijk verzorger, komt vandaag de dag met mensen van allerlei spirituele opvatting en beleving in aanraking. Veelkleuriger en meer different dan vroeger. Met de ander spreken over geloof en spiritueel leven behoort tot de core business van de pastor, ook al wil ik aan de waarde van het gesprek over de dode kanarie en de in het water gevallen vakantie niets afdoen. Het geestelijk leven behoort wel tot de kern van de zaak. In mijn boek heb ik onderscheid gemaakt tussen de zinvraag en het thema ‘religie’, hoewel beide elkaar kunnen overlappen. Beide hebben te maken met het geheim van het leven. Bij ‘zin’ hoort wellicht meer het woord ‘raadsel’ en bij religie ‘mysterie’. Maar J.H. Bavinck schreef een boekje over geloofsvragen en noemde het ‘het raadsel van ons leven’ en bij Wilhelm Gräb is het zinthema (ook) een religieuze zaak.

Tocht en gids
De bedoeling van mijn boek kan ik verwoorden met een gedicht van Judith Herzberg (uit: Beemdgras, 1968):

Vous partez en haute montagne.
Soyez toujours accompagné
d’ un montagnard experimenté.
Een waarschuwing die, wat mij betreft,
bij zeespiegel en wieg mag hangen.

De dichteres neemt de wijze raad van een bordje in de Franse Alpen op, dat adviseert om het hooggebergte niet in te gaan zonder begeleiding van een ervaren bergbewoner. Een waarschuwing, aldus Herzberg, die ook van toepassing mag zijn op wie in de lage landen woont. Begeleiding heb je nodig. Niet alleen in de kracht van je leven of op de oude dag, maar vanaf het begin. Je kunt het bordje reeds bij de wieg hangen. Op de levensweg maken we van alles mee, ontdekken we, leren we, ervaren we. We krijgen een duw in de rug. We stoten ons hoofd. En er zijn de ettelijke passages en grenservaringen die we opdoen. Verrassend, maar ook verschrikkend. Uitzicht biedend en uitzicht benemend. Fascinerend, maar ook schrikwekkend. Die laatste twee woorden herinneren aan ‘het Heilige’ (Rudolf Otto). Want het geciteerde gedicht getuigt van levenswijsheid, maar ook van spiritueel inzicht. Onze levensreis maken we zelf. Ook in spiritueel opzicht. Geloven is een persoonlijke zaak. Maar gelukkig degene, die vanaf het begin begeleiding kreeg van een ervaren bergbewoner of een doorgewinterde lage land bewoner. Wat mijn betreft: mijn ouders, de dominee die op het lyceum ‘cultuurgeschiedenis van het christendom’ gaf, een hoogleraar in Groningen (toen: Rode Weeshuisstraat 8), een diaken in de eerste gemeente die mij, wanneer hij het gras van de oude pastorietuin kwam maaien met de zeis, liet delen in zijn wijze inzichten. In gelovige eenvoud ontving ik van hem clergy care. Zo mag de pastor als geestelijk begeleider van een gesprekspartner tolk en gids zijn op diens spirituele pad door laagland en gebergte. Die gesprekspartner kan een zoeker zijn, die niet kerkelijk meelevend is, maar ook een trouw naar de kerk gaand gemeentelid, dat zich afvraagt of hij/zij wel aan het Avondmaal mag deelnemen. ‘De kern ziet wijd’. Wel, waarin bestaat geestelijke begeleiding dan? We noemen hier een drietal activiteiten.

Ontvankelijkheid en opmerkzaamheid
Een eerste activiteit van geestelijke begeleiding heeft te maken met de kunst van het waarnemen. Die kunst bestaat primair in ontvankelijkheid (receptiviteit) en opmerkzaamheid. Nu kun je in onze dagen heel veel opmerken als het om spiritualiteit gaat. Het is een containerbegrip geworden. Soms zie je dat er zoveel in gekieperd wordt, dat je denkt: was ik maar in de Arena voor een goede pot voetbal. Maar dan kom ik, doorfantaserend, bij de poort Meerten ter Borg tegen en hij zegt: ‘let op het geloof der goddelozen want heiligen zijn overal’. De kern is hier wel erg uitgewaaierd, maar het blijkveld is inderdaad wijd. Gewapend met deze wijze raad ga ik het stadion binnen en zoek een plaats op de tribune. Daar zit Joep de Hart, die de mensen het hem van het lijf vraagt over wat hen ‘bezielt’. Waarnemen, dat wil ik ook. Van wat de ander bezielt en in het hart leeft. Mijn ogen dwalen verder. Naar het veld waar de spelers als opwarmer rondo’tje doen. Ineens zie ik een paar banken verderop Ruard Ganzevoort zitten. Hij is druk in gesprek met iemand over het lied van André Hazes: ‘want hij gelooft in mij’.

In gesprek
Waarnemen en opmerkzaam zijn. En dan inderdaad – een tweede activiteit van geestelijke begeleiding – in gesprek gaand. (Dat is ook: duidend, zoals waarnemen en duiden ook een koppel vormen. Maar op het hermeneutische karakter van al de activiteiten van geestelijke begeleiding ga ik wel in het boek, maar hier niet in). Dat kan via een afgesproken ontmoeting. Het is ook mogelijk dat het ‘zomaar’ op gang komt. Zoals in de trein, die uit oostelijke richting Utrecht binnenglijdt. Dan lees ik wat met koeienletters op een wand geschreven staat: ‘Alles komt goed’. Een medereiziger valt het ook op. We wisselen kort van gedachten over wat dit toch beduiden mag. Of, een vroegere ervaring ophalend: op weg voor bezoeken in het ziekenhuis in Leeuwarden zie ik op een transformatorhuisje ergens in een weiland gekalkt: ‘Jezus leeft!’. Een paar weken later kijk ik vanuit de auto weer die kant op en merk op dat iemand er iets bij geverfd heeft: ‘Mijn broer ook?’. ’s Avonds heb ik belijdeniscatechisatie. We krijgen een diepgaand gesprek over leven en dood en over Pasen naar aanleiding van deze waarneming.

Geestelijke begeleiding. Daar kun je meer dan één boek over schrijven. Evert Jonker typeert haar zo: ‘Openingen zoeken naar de geloofstraditie en vanuit de geloofstraditie op cognitief, affectief en handelingsintentioneel (pragmatisch) vlak is de kunst en kunde van de geestelijk begeleider als professional. Die begeleidende kundigheid moet een kerk die open pastoraal wil communiceren, kunnen bieden’ (Kerk en Theologie 63 (2012), 314). Deze definitie brengt bij een derde activiteit.

Geloofstraditie
Receptiviteit en opmerkzaamheid. In gesprek kunnen gaan over wat een mens ‘bezielt’. En dan ook: openingen zoeken naar en vanuit de geloofstraditie. Het eigene van de pastor heeft daar alles mee te maken. Met de geloofstraditie, nader gezegd: met het Woord dat gewaagt van het Geheim van het leven. ‘Geheim’, ‘Code’, ‘Mysterie’ zijn veel gebruikte woorden in onze tijd. De geloofstraditie weet ook van een Geheim: ‘het mysterie dat in alle eeuwen en voor alle generaties verborgen is geweest, maar nu aan zijn heiligen onthuld is. Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, hij is uw hoop op goddelijke luister’ (Kol. 1:26-27). Over het kennen en ervaren van dit Geheim gaat geestelijke begeleiding.

H.C. van der Meulen, Om het geheim van het leven. Over spiritualiteit en geestelijke begeleiding, Boekencentrum Zoetermeer 2013.