Ter gelegenheid van het verschijnen van het nieuwe boek van Gerrit Immink hield de Protestants Theologische Universiteit (PThU) samen met Areopagus (IZB) een studiemiddag over de preek op 20 september van dit jaar.

In het boek ‘Over God gesproken. De preek in theorie en praktijk’ biedt Immink een theologie van de prediking, waarbij hij aandacht geeft aan de preek als Woord van God, als performance, als vertolking van de Bijbel en als blijde boodschap. Op de studiemiddag werd aandacht gegeven aan de performance. Wat is preken ‘in de praktijk’? Over welke communicatie gaat het, welke rol speelt retorica en hoe zit het met de monoloog als vorm van spreken?

Korte lezingen

Er werden korte lezingen gehouden door dr. Kees van Ekris (Areopagus) en door dr. Theo Pleizier (PThU). Deze werden aangevuld met reacties door een aantal predikanten. De predikanten zijn weer op hun eigen manier bezig met de vorm van de preek. Één van deze predikanten was dominee Teun de Ridder. Ridder is een krijgsmachtpredikant.

In dit artikel kunt u de bijdragen van dr. Kees van Ekris, dr. Theo Pleizier en ds. Teun de Ridder doorlezen. 

   


Over God gesproken – Gerrit Immink

over god gesproken gerrit immink pthu

    
   

 De preek in theorie en praktijk

Dit boek gunt ons een blik in de werkkamer van de dominee. Hoe raken kerkgangers betrokken en met welke stijl en inhoud spreken voorgangers hun hoorders aan? In dit boek komen enkele grondlijnen van de preek aan de orde: is de verkondiging werkelijk Woord van God?, de preek als performance en het vraagstuk van de hermeneutiek.

Het boek is bedoeld voor allen die beter zicht willen krijgen op de preek.

   


Wat staat er bij Immink op het spel? – dr. Theo Pleizier

Het
was niet het belangrijkste hoofdstuk van zijn boek, zo reageerde Gerrit toen ik
hem zei dat we deze studiedag wilden ophangen aan het hoofdstuk over de performance. Ik begrijp het wel als hij
dat zegt en tegelijk kon het wel eens zo zijn dat zónder dit hoofdstuk het boek
vervluchtigd in theologische speculatie. Misschien moet ik het anders zeggen.
Het is juist vanwege dit hoofdstuk dat het boek praktisch-theologisch tot zijn
recht komt. Het is het meest empirische hoofdstuk, het meest geschreven vanuit
de menselijke praktijk van spreken en luisteren. De praktijk van de preek is
immers een reeële, waarneembare praktijk.
Even waarneembaar als spreken en horen dat zijn. Een praktijk waarin de
communicatie, of zoals het hoofdstuk over de performance er over spreekt: de
welsprekendheid of de communicatie heeft betrekking op de
ervaringswerkelijkheid waarbinnen we kunnen spreken over het spreken en horen
van het Woord Gods. Het is ín de communicatie dat de preek Woord Gods wordt en
blijkt te zijn. En het is vanwege het hoge van het Woord Gods, dat we zorg
besteden aan de communicatie, zo dat we bij de preek zelfs kunnen spreken over
de kunst van het goed spreken, de welsprekendheid.

Toch is performance, meer dan dat. Bij performance gaat het voor Immink vooral om de verwerkelijking van heil, om de tegenwoordigheid van God. Dat wordt niet magisch opgeroepen en is ook niet het gevolg van het professionele en het ambachtelijke in de Schriftuitleg, de hermeneutiek en de communicatie. Het gebeurt; maar het kan alleen daar verwacht worden waar er werk gemaakt wordt van communicatie. Performance gaat niet over een goede voordracht of een kundig betoog, het staat voor de bedding, de ruimte, de interactie waarin zich iets voltrekt. Daarmee is dit nieuwe boek van Gerrit Immink een direct vervolg op zijn vorige boeken, Bidden in het besef van Gods tegenwoordigheid (2016), Het Heilige gebeurt (2011) en In God geloven (2003).

De preek is een performance waarin God zelf een rol speelt. En waarin de menselijke geest betrokken raakt op de eigen werkelijkheid van God. In verbinding met de vorige boeken hebben we het dan over het gebed, vooral het gebed om de opening van het Woord, in de liturgie de epiclese genoemd. Dat komt in het nieuwe boek, voor zover ik kon nagaan nergens voor, maar vervult in het Heilige gebeurt een sleutelrol als het gaat om de interactie tussen God en mens in het gebeuren van de liturgie. Het gebed om de werking van de Heilige Geest bindt liturgie en preek samen. In het nieuwe boek heeft performance de dubbelheid van het godsdienstige en het communicatieve: prediker en hoorders werken samen, een samenwerking die bestaat uit de uitvoering van het geloof van de gemeente en de werking van het Woord van God.

(…)

    


Is er een protestantse performance? – dr. Kees van Ekris

In het literaire tijdschrift ‘Liter’ houdt de schrijver Abdelkader Benali een dagboek bij. Hij is met zijn vader in Tanger, en schrijft over wat hij ziet, het straatbeeld, zijn ouders, de drukte, de kleuren, en in een prachtige passage schrijft hij ook over het reciteren van de Koran door een jonge imam. Die imam is de aanstaande echtgenoot van een nichtje van Benali, (en hij kent hem eigenlijk vooral in een Real Madrid-shirtje), maar als hij tijdens een verjaardag gevraagd wordt om de Koran te reciteren, wordt de jongen zienderogen onderdeel van een retorische traditie. Er gebeurt iets met hem: met zijn concentratie, zijn houding, zijn devotie en zijn stem. Die stem krijgt een diepte en een timbre waarin een eeuwenoude traditie resoneert.

Ik herken zo’n beschrijving: ik herken als protestant het respect en de
liefde voor heilige teksten. Ik herken het als ervaring in kerkdiensten: dat
het mij meeneemt wanneer ik merk dat iemand met toewijding en kunde het woord
neemt, een heel oud woord dat ook een nieuw woord, iemand die mij aanspreekt
als medemens, medegelovige en ambtsdrager, en mij zo een traditie van geloven
intrekt. Ik herken in Benali ook de generatiegenoot die de slordigheid in taal
zo zat is, en daarom verlangt naar schoonheid en transcendentie in taal, en dat
het reciteren van heilige teksten je daarom troost en meetrekt.

Ik zou op deze feestelijke
middag kort willen reflecteren over de kracht van een protestants denken over performance. Protestants, niet als een stoffige traditie
die het moderne
discours over performance niet
aankan, maar als een traditie die een verademing is. Ik doe dat aan de hand van
drie observaties naar aanleiding van dit prachtige boek: performance als
articulatie, performance als dienst aan de gemeente en performance als gevecht.

(…)

     


Niet preken bij Defensie – ds. Teun de Ridder

Een paar weken terug stond ik op zondagmorgen in de open lucht. Op een Duitse hei voor 120 militairen, die na een week door het bos rennen en schieten wel toe waren aan een momentje met koffie en cake, een moment rust en bezinning, neergeploft op een aarden wal als tribune. Geen toga, geen kansel, geen microfoon, geen kerk, geen kerkgangers. Mijn liturgische tafel de opengeklapte laadruimte van een terreinwagen met daarop kaarsjes en een grote speaker, mijn muziek Dire-Straits, Beyoncé, Di-RECT, Michael Prins. Zo worden tijdens lange oefeningen, vaarperioden en buitenlandse missies wekelijks diensten gehouden door mij en ruim honderd collega-dominees, aalmoezeniers en humanistisch raadslieden bij Defensie. En ja, ik ben dominee, dus lees ik een stukje uit de Bijbel en zeg daar 5 minuten iets bij.

Sta ik daar dan te preken? Met dat woord alleen al moet ik niet aankomen. Geen gepreek. Op de hand-out staat het aangekondigd als mijmering. Dat zegt iets over de gevoeligheid van onze tijd voor de arrogantie van religieuze tradities en de behoefte aan innerlijke ruimte, die blijkbaar kwetsbaar is. Voor de militairen mag het geen preek heten. Mag het dat voor Immink wel zijn? Ik heb niet het hele boek kunnen lezen, alleen hoofdstuk 3, maar het viel me op hoe daar constant sprake is van een binnenkerkelijke context. Het gaat over kerkgangers, gelovigen, zondagse eredienst, kansel. De hoorders zijn bijna vanzelfsprekend aanwezig. Is het nog een preek als dat allemaal niet zo is? Bestaat er buitenkerkelijk ook een preek?

(…)

    


N.a.v. Over God gesproken | Gerrit Immink | Uitgeverij KokBoekencentrum | Als paperbackAls e-book

One thought on “De preek is een performance waarin God zelf een rol speelt”

  1. Wel preken bij Justitie – Ds. Hittjo Hummelen (1946)
    Dat is preken voor meest jonge mensen, die in ieder geval één motivatie hebben om onder mijn gehoor te zitten: het is in de gevangenis beter in de kerk te zitten dan in de cel op zondag. Ik heb het 35 jaar gedaan, naast preken in een protestantse kerk.
    Wat zijn de reacties op de preek? Het lijkt mij nuttig om deze vraag als uitgangspunt te nemen over de waarde van een preek.
    De reactie van de gedetineerde was: Dominee, gelooft u dit nu echt allemaal zelf?
    En de vraag voor de gedetineerde zelf was: wat moet ik hiermee? en wat heb ik hieraan?
    Volgens mij verschilt deze vraag in deze tijd niet veel van de mensen die nu nog in de kerk zitten. Maar het verschilt zeker niet van alle jonge mensen die allang niet meer naar de kerk gaan.
    Het enige dat gevangenen hebben in de gevangeniskerk is de vrouw of man, die daar staat te preken, en die het heeft over een boodschap van bevrijding. Een meer vervreemde situatie kun je je eigenlijk niet voorstellen. Wat is hun referentiepunt, wie maakt dat waar, wat ik daar allemaal zeg? Ik heb het ook nog over gebeurtenissen en mensen van zo’n 2000 jaar geleden? De enige die dat kan en moet waarmaken op dat moment in de gevangenis, dat is er maar één, en dat ben ik. Kan ik dat waarmaken, wat ik beweer? Met de nadruk op ‘ik’? Nu, over die vraag gaat mijn preek. Hoe ga ik om met al die verhalen? Ik, die eigenlijk ook een gevangene ben namelijk van één die mij geboeid heeft …etc. etc. Ik citeer hier Paulus. Ik ben Paulus, dat wil zeggen ik wil graag Paulus zijn, zoals Paulus op zijn beurt ook zelf wilde zijn, en vertelt over zijn vallen en opstaan in dit geloof.
    Zo preken vereist een nieuwe theologie, die niet uitgaat van ‘God’, die niemand ooit gezien heeft. De grond van het geloof is niet God, zoals in de nieuwste dogmatiek van de VU staat. Mijn gedetineerde zeiden dan, waarom niet Sinterklaas? Als je in hem gelooft, krijg je tenminste nog cadeautjes. De grond van het geloof is ook niet ‘de mens’, zoals Kuitert van de VU beweerde, want de mens bestaat niet, tenminste ik heb mij niet in dit mensbeeld herkend. Nee, de grond van het geloof is – of ik nu wil of niet – degene die zegt: ‘ik geloof’. Dat ben ik. En dat is dan ook meteen het probleem.
    Een belangrijke vraag is nu: wie ben ‘ik’?
    Als je geïnteresseerd bent in deze manier van theologiseren, kan ik je aanraden om eens te googelen op auteurs als Marc de Kesel, Herman Westerink, Ruud Welten, en anderen verbonden aan het Titus Brandsma instituut.
    Overigens, deze manier van preken, dus vanuit het subject, levert wel op, dat ik op mijn oude dag nog elke week gevraagd word om ergens te preken. Dus, probeer het eens een keertje: te preken ‘op eigen gezag’. Je bent niet de eerste die zo preekte! Zijn Naam zij geprezen. Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *