Theologie

Oudtestamentische theologie tussen joodse canon en gereformeerde traditie

Op woensdag 8 en donderdag 9 januari werd de jaarlijkse contio voor predikanten van de Gereformeerde Bond gehouden in Doorn. Een van de sprekers was prof. dr. Gert Kwakkel die een referaat verzorgde over over het thema ‘Oudtestamentische theologie tussen joodse canon en gereformeerde traditie: De Bie, Koorevaar en Paul’. Na zijn referaat gaf dr. Mart-Jan Paul, een van de redacteuren van het boek Theologie van het Oude Testament, een reactie. De tekst van de reactie van dr. Paul publiceren we morgen op Theoblogie. Hieronder de aantekeningen van prof. dr. Gert Kwakkel.

Introductie
Johannes 5:39 (HSV): “U onderzoekt de Schriften”, dat geldt voor u. Jezus vervolgt: “want u denkt daardoor het eeuwig leven te hebben, en die zijn het die van Mij getuigen”.
Wat betekent dat voor exegetisch, theologisch bezig zijn met OT, bij preekvoorbereiding enz.?
Dat Christus het centrum van het Oude Testament is?
Dat je elke tekst met Hem moet verbinden?
Dat leer je niet in veel theologische opleidingen.

Is ook niet de praktijk in veel preken over Oud Testamentische stof, bijvoorbeeld.:

  • verhalende/historische teksten: parallellen tussen personen in OT en de gemeente nu

Bij profetieën wel vaak vanuit nieuwtestamentische vervulling met verwaarlozing van elementen in de Oud Testamentische tekst. Als je recht wilt doen aan wat Jezus zegt in Johannes 5:39, kun je dan nog wel recht doen aan OT tekst in eigen verband? Zo ja, hoe?

Dit is de centrale vraag voor mijn referaat.

Opzet:
  • Korte beschrijving van twee recente hulpmiddelen bij christelijk-theologisch lezen van het Oude Testament, namelijk:
    • H.J. de Bie, Bijbelse theologie van het Oude Testament vanuit de gereformeerde traditie. Een aanzet en uitnodiging (Heerenveen: Groen, 2011)
    • Hendrik Koorevaar; Mart-Jan Paul (eds), Theologie van het Oude Testament. De blijvende boodschap van de Hebreeuwse Bijbel (Zoetermeer, Boekencentrum, 2013)
  • evaluatie, eigen benadering van theologie van het Oude Testament, eigen antwoord op de centrale vraag

De Bie

NB: De Bie pretendeert niet meer dan een aanzet te geven, en dat op hoge leeftijd.

Citaat blz. 14

  • “vanuit de gereformeerde traditie”
  • uitgangspunt dan = Oude Testament zoals het nu voor ons ligt, gezien in samenhang met het Nieuwe Testament
  • want het Oude Testament is ontvangen uit de handen van Jezus; Joh. 5:39

De praktijk is nu heel vaak: het Oude Testament lezen in of vanuit nieuwtestamentisch perspectief

De Bie biedt als eerste methodische stap: Oud Testamentische teksten inventariseren waar het Nieuwe Testament naar verwijst, dat levert de grondstructuren op van een Bijbelse theologie van het Oude Testament.

Het Oude Testament is voor hem – in de lijn van Jezus en de gereformeerde traditie –  de Tenach dus het Hebreeuwse Oude Testament zoals in de Biblia Hebraica Stuttgartensia in die volgorde van de boeken, dus Kronieken aan het einde: een open einde naar de toekomst.

Met één uitzondering: Daniël sub profeten, conform Mat. 24:15. De Bie richt zich daarbij op eindvorm van de tekst met historisch-kritische uitsplitsingen en bijbehorende dateringen, dat lijkt op de Amsterdamse School, met veel aandacht voor associaties in woordgebruik en woordklank. Tekstpatronen worden geaccentueerd door middel van centreren. Ook hanteert hij soms de numerieke analyse à la Labuschagne.

Hoofdstuk 3 werkt de methode concreet uit voor Genesis, Leviticus en Jesaja.

Hoofdstuk 4 (= het grootste deel van het boek) bespreekt alle Oud Testamentische boeken; De Bie laat zien wat het betekent om die vanuit het perspectief van het NIeuwe Testament te lezen.

Koorevaar en Paul c.s.

Deze uitgave kent meerdere auteurs, niet allemaal specifiek gereformeerd, wel duidelijk ‘bijbelgetrouw’, zij stellen de gereformeerde traditie dus niet zo expliciet voorop zoals De Bie

Overeenkomsten:

  • de gerichtheid op eindvorm van de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament (synchronisch)
  • de structurele analyse: chiasmen (cf. accentueren door middle van centreren bij De Bie)

Zij doen dat laatste ook met betrekking tot de hele canon van het Oude Testament: een structureel-canonieke benadering van het Oude Testament en z’n theologie.

De auteurs kiezen bij de canon – anders dan De Bie – voor de volgorde genoemd in de Babylonische Talmoed, Baba Batra, 14b:

  • Jeremia, Ezechiël, Jesaja, Hosea t/m Maleachi
  • Ruth, Psalmen, Job, Spreuken, Prediker, Hooglied, Klaagliederen, Daniël, Ester, Ezra-Nehemia, Kronieken

Dit is volgens hen de oorspronkelijke volgorde, vastgelegd bij afsluiting van de canon in de laatste eeuwen vóór Christus.

Maar geven ook een andere driedeling:

  • Priestercanon: Genesis – Koningen
  • Profetencanon: Jeremia … t/m … Maleachi
  • Wijsheidscanon: Ruth … t/m … Kronieken

Dit is het ‘ballingschap-terugkeer’ model, en tellen de twaalf kleine profeten als twaalf boeken (zoals ook De Bie). Dit model hanteert de chiastische structuur > Jozua, Jona en Hooglied als middelste boeken.

Anders dan De Bie beginnen zij niet bij het Nieuwe Testament c.q. inventariseren van verwijzingen, zij ontlenen hun thema’s voor hun beschrijving van de theologie van het Oude Testament aan Genesis en volgen die zes thema’s dan door de hele joodse canon heen

Deze zes thema’s zijn:

  • de schepping door God
  • de wegen van God: zijn wil, geboden en Wet
  • de zonde: oorsprong en verwoesting, genezing en overwinning
  • de belofte van het zaad van de vrouw en de roeping van Abraham tot zegen voor alle volken
  • de eredienst voor God en het wonen van Jhwh te midden van Israël
  • het bezit van de aarde en het land Kanaän

De uitwerking van deze thema’s vormen de hoofdstukken 5 tot en met 10. Dit is dus de theologie van het Oude Testament vanuit de joodse canon. Hoe naar Christus toe?

In thematische hoofdstukken met name in hoofdstuk 8, over belofte van het zaad van de vrouw, in andere hoofdstukken vooral paragraaf over hetzelfde thema in NT

En:

  • hoofdstuk 11: Ontwikkelingen tussen Oude en Nieuwe Testament
  • hoofdstuk 12: vgl. van beide canonstructuren, continuïteit en discontinuïteit, de zes thema’s in het NT

Dus duidelijk een christelijk boek, maar niet zo zeer hoe elk thema (schepping, zonde, land) naar Christus toe leidt.

Evaluatie, eigen benadering van theologie van het OT en eigen antwoord op de centrale vraag

Blij met deze boeken al was het maar omdat het lang zal duren eer ik zelf zo’n breed boek over OT schrijf. Kritische opmerkingen moeten in in dit kader worden gezien.

Positief vind ik onder andere aan Theologie van het Oude Testament dat de auteurs zich baseren op de eindvorm van de teksten, maar moet dat ook een bepaalde canonvolgorde zijn en kun je die via structurele analyse in de vingers krijgen?

Al zou de volgorde van Bb 14b de oorspronkelijke zijn, dan nog is die voor jodendom en christendom niet maatgevend geworden en is het in feite ook niet voor Koorevaar en Steinberg. Hun reconstructie pretendeert achter Bb 14b terug te gaan. Daarmee zouden ze goed geschoten kunnen hebben, maar blijft staan dat wij geen documentatie hebben over canonafsluiting en eventuele volgorde daarbij.

Alles blijft dus reconstructie, hypothese

  • je kunt niet van anderen verlangen dat zij voor jouw volgorde kiezen
  • ik kies er zelf voor meerdere mogelijke volgorde naast elkaar te laten staan en te doordenken wat de inhoudelijke gevolgen van elke volgorde zijn

Ik ben verder sceptischer ten opzichte van het opsporen van chiastische structuren c.q. accentueren d.m.v. centreren.

OK ad begin en eind en midden opsporen, vergelijken en op elkaar betrekken, maar niet alle onderdelen een eigen plaats geven in de structuur. Is het formele midden ook altijd het inhoudelijke centrum? Dat maken noch De Bie noch Koorevaar en Paul altijd waar.

Bijvoorbeeld De Bie ad Ps. 78:36: Masoreten: hier op de helft van het boek; en Koorevaar en Paul ad Leviticus 16:17; Jona, Hooglied

Ad De Bie: vanuit het perspectief van het NT

  • Bedoelt het NT wel een blik te bieden op heel het OT? Kun je dat via verwijzingen opsporen?
  • In NT hoeft niet alles uit OT herhaald te worden; het gaat om het nieuwe dat in Christus gekomen is; en laten zien dat Jezus van Nazareth de Christus is.
  • Oordeelsprofetieën krijgen marginaal aandacht in vergelijking met de ‘messiaanse’, maar die bereiden wel degelijk op het NT voor.
  • Johannes 5:39 zegt niet dat ‘getuigen van Christus’ de enige (zelfs niet: de belangrijkste) functie van de Schriften (= het OT) is evenmin dat je bij elke tekst moet opzoeken hoe deze van Christus getuigt.
  • Lukas 24:44: dat alles vervuld moest worden wat over Mij geschreven staat in de Wet van Mozes en in de Profeten en in de Psalmen’”. Niet: dat  alles in … over Mij gaat.

Oude Testament heeft dus meer thema’s!

Eigen aanpak

Als ik kiezen moet: God zelf is het centrum of hoofdthema, zoals Hij omgaat en een band aangaat met mensen / zijn volk en sinds de val toewerkt naar redding door Christus. Maar elke thema-omschrijving loopt risico dingen mis te lopen. Je kunt niet anders dan selectief zijn. Ik acht het goed dat Koorevaar en Paul proberen de thema’s aan het Oude Testament zelf te ontlenen, maar na Genesis komen er nog thema’s bij; bijvoorbeeld Gods rechtvaardigheid in situaties als die van Job.
Ook onze eigen thema’s en vragen mogen of moeten aan de orde komen, anders tijdloos.

  • Er is niet één aanpak te vinden die kan pretenderen de enige mogelijke te zijn laat ieder maar zijn of haar eigen bijdrage leveren

Zelf vind ik in elk geval van belang (ook) de heilshistorische of openbaringshistorische ontwikkeling na te tekenen waarbij dan  at least terugkijkend vanuit het OT, hoe alles naar Christus toe leidde of moest leiden

Bijv. ad zonde:
Genesis 4:7 > je kunt de zonde overwinnen?
Psalm 51
Jeremia 13:23 : pas laat in de O.T. heilsgeschiedenis!
Filippenzen 3:13 pas in N.T.

En: wat dachten Israëlieten als zij dit hoorden of lazen?
Bijv. Exodus 19:5‑6
Genesis 12:3
Melchisedek
hier > bijzonder voorrecht
maar niet > functie t.o.v. andere volken
vgl. vervolg en Exodus 24 en aanstelling Levi / Aäron
vervolgens falen dat duidelijk maakte dat andere priester(schap) nodig was
en dienaar die ook / wel een licht voor de volken zou worden
dan gaat het in vervulling aan NT gemeente (1 Petrus 2:9)