Maatschappij

Oorverdovende stilte – door Evert van der Veen

Fennand van Dijk‘De kerken worstelen met hun rol in de marge’. Zo begint dit boeiende boek over geloven en politiek, over Gods Woord op de kansel en onze woorden in de Tweede Kamer. Welke inbreng heeft de kerk van Christus vandaag in het politieke debat?

Niet zoveel aldus Ruth Peetom, die haar predikantsplaats in Utrecht verruilde voor het voorzitterschap van het CDA. Van haar is dan ook bovengenoemd citaat. De grote Protestantse kerken hadden in de jaren 60, 70 en 80 een duidelijke, zelfs uitgesproken mening over tal van actuele kwesties maar vandaag is de inbreng van de PKN nogal bescheiden.

De kerk is de afgelopen tientallen jaren beduidend kleiner geworden en haar invloed is sterk afgenomen. Vroeger vervulde de dominee een leidinggevende rol in de meningsvorming van mensen maar tegenwoordig zijn het andere opinieleiders als columnisten en politieke commentatoren die de toon zetten in het publieke debat.

Toch is de PKN zich wel van haar taak bewust getuige de woorden in de nota ‘De kerk en de democratische rechtsstaat van 2009: ‘Het kan nodig zijn dat de kerk zich bij monde van de generale synode of haar moderamen publiekelijk zeer kritisch opstelt tegenover de civil society en de overheid, omdat zij meent dat gerechtigheid en vrijheid, vrede en wederzijdse verantwoordelijkheid, duurzaamheid of veiligheid binnen de samenleving ernstig in de verdrukking komen’.

Geloven is politiek’
De theologen die in dit boek zijn geïnterviewd vertegenwoordigen bijna het hele politieke spectrum van de Tweede Kamer, de PVV uitgezonderd.

Herman Noordegraaf geeft in zijn artikel een mooi overzicht van de ontwikkeling. Zo is het aantal predikanten in de Tweede Kamer vanaf 1950 gedaald; momenteel is er geen predikant die hier zitting heeft. Noordegraaf pleit duidelijk voor een terughoudende opstelling van predikanten en ziet liever dat kerkleden zich met politiek bezighouden.

Abeltje Hoogenkamp stelt daartegenover: ‘geloven is politiek’. Deze prikkelende uitspraak lijkt kort door de bocht maar geeft wel aan dat alles politieke implicaties heeft. Hoogenkamp beschouwt de bijbel als ‘stoorzender om scherp te blijven’. In haar visie is de kerk de kritische tegenspraak van de gevestigde orde. De kerk zoekt bewust een profetische rol en houdt de samenleving Gods spiegel voor. Vanuit de profeet Amos bv. is daar veel voor te zeggen en in feite hebben alle profeten een aanklagende functie en wijzen zij in soms ongenadige bewoordingen de tekorten van hun volk aan. Maar voor de profeten geldt ook het omgekeerde: politiek is geloven, want hun maatschappijkritiek vloeit rechtstreeks voort vanuit hun geloof in Israels God.

Heleen Dupuis zegt in haar reactie dat het christelijk geloof belangrijk is als bron van leven omdat het ‘inspiratie tot verantwoord burgerschap’ aanreikt. Vanuit het kerkelijk instituut komt dat tegenwoordig wellicht minder duidelijk tot uiting maar er zijn gelukkig nog vele bewogen mensen die zich inzetten voor een betere en menswaardige wereld. Zij putten direct en expliciet of meer indirect en afgeleid uit de rijke bronnen van de bijbel en de christelijke traditie waarin tal van mensen in hun gedachten en handelwijze ons de weg wijzen.

Huub Oosterhuis stelt dan ook: ‘socialisme komt uit de bijbel’. In historisch perspectief valt daar veel op af te dingen en is het nogal ongenuanceerd geformuleerd. Maar wie ziet hoe de jonge christelijke gemeente vanaf Pinksteren voorbeeldig samenleeft, alles met elkaar deelt en daarin een missionaire uitstraling heeft waar wij alleen maar jaloers op kunnen zijn, kan die stelling wel plaatsen. Al staat daar wel tegenover dat de brieven in het Nieuwe Testament duidelijk laten zien dat deze tekening in Handelingen toch wel wat te mooi is, getuige de praktische vermaningen aangaande de levensstijl en de onderlinge harmonie waar nog wel het nodige aan schort.

Ruth Peetom doet een mooie suggestie en pleit voor een theoloog in de SER. Deze kan hier een eigen, bezinnende inbreng hebben en een wezenlijke aanvulling zijn in het overleg dat binnen dit belangrijke regeringsorgaan plaatsvindt.

‘Religieuze catering’
Andere geïnterviewde theologen zijn bescheiden over de betekenis van de kerk in de huidige samenleving.

Ruard Ganzevoort onderkent dat de kerk weinig invloed meer heeft omdat religie is geïndividualiseerd. Dat is helaas een gegeven: de binding van mensen met hun plaatselijke gemeente is losser en afstandelijker geworden om over de betrokkenheid bij een landelijk kerkverband maar te zwijgen. Dat maakt het moeilijker om als kerk de stem van kerkleden te zijn, temeer daar mensen sterk uiteenlopende opvattingen hebben en zich niet meer commiteren aan wat ‘de kerk vindt’.

Désanne van Brederode beschouwt de kerk als een leverancier van religie waarbij mensen hun eigen keuze mogen maken. In haar opvatting is het de uitdaging voor de kerk om een ‘religieuze catering’ te bieden aan inspiratie, opvattingen en liturgische vormen. Wanneer het mensen goed doet en zij er iets aan beleven, is het zinvol. Zo lijkt het kerkelijk leven vandaag in de breedte inderdaad te worden. Aan de ene kant is het begrijpelijk en heb je soms het gevoel dat het ook niet anders kan maar tegelijk ervaar je ook de vrijblijvendheid en de vervlakking waarmee dit proces gepaard gaat.

Doekle Terpstra beschouwt de leegloop van de kerk als een ‘zegen’ omdat mensen zich nu bewust worden waar het werkelijk om gaat en gedwongen tot nadenken over hun geloof. Dat is wel waar want in kleiner wordende stadsgemeenten – maar veel dorpen ontkomen er evenmin aan! – is vaak een proces van herbezinning gaande en wordt soms ook met nieuw élan een ander spoor ingezet. Maar wie ziet naar de niet te stuiten afkalving, de veroudering van veel wijkgemeenten, krimpende ledentallen, kleine groepen kerkgangers in te grote kerkgebouwen die op een gegeven moment overbodig worden, heeft toch wel moeite met het te mooie woord zegen dat Terpstra gebruikt.

Hij ziet de kerk als een plek van bezinning waar ‘het grote verhaal’ wordt verteld en uitgelegd en mensen aanzet tot datgene waar Jezus ons uiteindelijk op beoordeelt: ‘wat u aan de minste medemens hebt gedaan, dan heeft u aan Mij gedaan’.

Fennand van Dijk & Joost Röselaers: Het vrije woord. Religie en politiek in domineesland. Meinema Zoetermeer, 191 pag. € 19.50. Lees op de website van Reformatorisch Dagblad ook de bewerkte versie van de bijdrage van dr. Noordegraaf.


Evert van der Veen, predikant Protestantse Gemeente Nunspeet is vaste recensent op Theoblogie. Hij recenseert ook voor Nederlands Dagblad, Christelijk Weekblad.

1 reactie

  1. 31 mei 2012 om 17:41

    […] ook interessant ‘Wees christen in de politiek’ en deze boekbespreking This entry was posted in Samenleving, Uncategorized and tagged Bijbel, Politiek. Bookmark the […]