Naar aanleiding van het interview in het ND over het boek Verbonden en vervreemd van Wim Dekker gaf Eep Talstra een reactie die hieronder is te lezen. 

Beste Wim,

Dit weekend kwam ik je met regelmaat tegen en met genoegen, mag ik wel zeggen:verbonden en vervreemd dr. wim dekker izb interview in het ND en een voorpublicatie in het CW.

Het lijkt me dat je in je analyses helemaal gelijk hebt: de Almachtige als vriendelijke welzijnswerker die de familie Flodder probeert bij te staan, dat gaat eigenlijk nergens over. Een oude tante van mij, inmiddels lang geleden overleden, was al heel lang opgehouden met naar de kerk gaan: ‘het is net een kleuterschool.’ Maar of ik wel haar begrafenis wilde leiden. Zo wordt een mens free lance dominee.

Dat onze therapeutische kunstjes niet helpen om de grachtengordel de levensechtheid van het geloof te doen inzien, daar ben ik met jou volledig van overtuigd. Gisteren mocht ik weer eens een dienst leiden in mijn vroegere thuis-gemeente van de Willem de Zwijgerkerk in Amsterdam-Zuid. Weinig grachtengordel inderdaad, maar vooral de oude getrouwen en dat deed ook goed.

Maar ik denk dat ik voor dezelfde uitdaging stond en sta als jij: is het beter om de strenge kant van God opnieuw te benadrukken? Of de ontmoeting met de levende Christus, zoals jij het zegt in het ND?

Wat een beetje bij mij bleef haken, was jouw opmerking in het ND (kolom 2, onderaan) waarbij je de ontmoeting met Christus in één adem door plaatst tegenover ‘de zoveelste les bijbelkennis’ of ‘een praatje dat ze zelf…’ Dat kon ik niet meemaken.

Als ik in de duplex ordo was getraind, was ik misschien meteen akkoord gegaan, maar ik heb er 40 jaar debat met gereformeerde orthodoxie en vrijzinnigheid aan de VU opzitten, juist over de positie van de bijbel als antiek document én als Woord van God.  Ik kon mij tegenover Kuitert en anderen staande houden door de overtuiging dat óók historisch-kritische bijbelwetenschap een ontmoeting met de levende God is, om de ‘simpele’ reden dat de teksten zoals wij die hebben, geen historisch ongeval zijn, maar kennelijk wel zijn soms wat stotterende manier van spreken vertegenwoordigen.

Een paar maanden geleden heb ik een avond geleid bij een christelijke studentenvereniging in Delft. Het moest gaan over voorbeelden van “echte gelovigen” in het OT. Ik heb ze toen uitgelegd dat ze verkeerd zochten; dat de bijbel over echte mensen gaat, vaak in dispuut met God en dat het de God van Abraham, Izaäk en Jakob heel wat pijn en barmhartigheid heeft gekost om zijn volk onderweg niet kwijt te raken.

Ik merkte toen dat bij hen ‘de ontmoeting met Christus’ als een filter werkte bij het bijbellezen en dat ze daardoor grote delen bijbel wel konden missen. ‘We hebben niks met het OT’, was de inleidende opmerking waarmee ze me vroegen te komen. Heb je er net 40 jaar OT op zitten …

Dus ik ben toch maar aan de ‘les bijbelkennis’ begonnen, inclusief oud-Hebreeuwse inscripties, de redactie van het boek Kronieken en de theologie van het boek Koningen, het langdurige proces van boekwording, etc.  Ze waren zeer geboeid, zei mijn oudste zoon later, die als oud-lid van de club aanwezig was. Voor evangelikale studenten was het nieuw om te vernemen dat God niet alleen in mijn hart en mijn vroomheid woont, maar met ons de wereld en de geschiedenis door struikelt, zonder dat we hoeven te wanhopen of hij dat wel volhoudt. En het bleek mij dat je, door bij de ‘gegevens’: bijbel en bijbelwetenschap te beginnen, hele goede gesprekken krijgt over bijbel, God en geloof.

Kortom, ik ben het met je eens dat gebed en de ontmoeting met de levende Christus onze basishouding of -ervaring zijn, maar daar krijg je geen ruimte voor, als je niet ook het harde debat rond bijbel en cultuur of wetenschap aangaat, want dát is het toneel, niet (alleen) mijn eigen hart. Mijn indruk is dat theologie en kerk op dit moment op een retourvlucht zitten naar de Middeleeuwen of zelfs de patres:  de intellectuele krachtmeting met de moderniteit lijkt verloren, de poging om met moralistische babbels nog iets te redden, heeft ook niet gewerkt, dus laten we God zoeken in de vroege kerk, in de liturgie en tussen de eigen oren.  Dat is destructief, vind ik. Daarom was ik blij met die stukken van en over jou.

Gisteren ging het in de dienst in Amsterdam over Lucas 16: “zij hebben Mozes en de profeten” en ik heb aan de hand van Deuteronomium 26 geprobeerd uit te leggen wat dat betekent. Bij de ontmoeting met de levende God moet je zelf (de priester doet dat niet) het verhaal van God met zijn volk kunnen navertellen, anders weet je niet waar deze feestelijke ontmoeting over gaat en dat de wees tot en met de vreemdeling daar ook een plek in hebben. Dat was kennelijk iets voor de 5 broers van de rijke man om verder over na te denken. Bekeren, zoals jij zegt.

Ik neem aan dat we het eigenlijk wel eens zijn. Maar ik wilde je nog eens vertellen hoe lastig het soms is om in een kerkelijke context aandacht te vragen voor de bijbel. Daar ligt m.i. onze grootste uitdaging. In die zin vond ik ook het Reformatiejaar een teleurstelling: feestje voor dogmatici en historici, geen echt debat over de bijbel, resp. Mozes en de profeten. Dat moet ook met mensen als Stephan Sanders – met alle sympathie – nog eens gebeuren.

Met een hartelijke groet,

Eep Talstra

N.a.v. Verbonden en vervreemd / dr. Wim Dekker / Uitgeverij Boekencentrum / hardcover

Andere actuele theologische boeken

[huge_it_portfolio id=”24″]

One thought on “Een ontmoeting met Christus als eerste basishouding”

Comments are closed.