Kerk

Oefenplaatsen – door dr. Arjan Plaisier

Dr. Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), nam donderdag 14 juni 2012 in de kapel van het landelijk dienstencentrum van de PKN in Utrecht het boek Oefenplaatsen. Tegendraadse theologen over kerk en ethiek van dr. Herman Paul en dr. Bart Wallet in ontvangst. Vanmorgen publiceerden we de lezing van dr. Herman Paul, nu de reactie van dr. Arjan Plaisier.

Ik ben vereerd als eerste dit boek te mogen ontvangen. De oogst van een belangrijk stuk Angelsaksische theologie is hier ingezameld. Het is opvallend dat veel van de theologen die in deze bundel zijn geïnterviewd nog weinig gehoor hebben gekregen in Nederland. Het lijkt er op dat de Nederlandse theologie regelmatig een boot mist, maar de schade kan natuurlijk altijd nog worden ingehaald. Opvallend dat juist twee niet-theologen hierin een voortrekkersrol spelen. Ik wil hen dan ook bedanken. Ze hebben veel geïnvesteerd in de interviews en zijn er in geslaagd negen levende beelden van vooral Angelsaksische theologen te maken. Het boek leest als een trein en geeft onderweg zeer veel te denken. De enige die misschien niet helemaal in het rijtje thuishoort is Volf, maar dat wordt wel duidelijk uit het interview zelf.

De theologen die hier zijn samengebracht zijn, ook afgezien van Volf, niet bepaald twee handen op één buik. Hauerwas en O’Donovan hebben onderling een geding als het gaat om de status van het Constantijnse Christendom. Er zit dus onderling debat genoeg in tussen de negen portretten. Wat dat betreft is meer het een wat wild boeket dan een gestroomlijnde bundel. Toch lijkt het me niet vruchtbaar vooral op de verschillen te letten, laat staan deze theologen tegen elkaar uit te spelen.

In het algemeen is er een duidelijk verzet tegen het project van de moderniteit, waarin het bijzondere van het christelijke ABC het heeft afgelegd tegen vormen van algemeenheid. Hauerwas strijdt tegen de aanpassing van het ethos van de gemeente aan een van de civil society. O’Donnovan keert zich tegen een verzwakking van het zelfbewustzijn van de kerk door de politieke dimensie er van te ontkennen, waardoor aanpassing aan de aardse polis en de aardse politiek onafwendbaar is. Brock protesteert tegen de uitholling van  een aan levende traditie verbonden schriftuitleg door een algemene hermeneutiek. Ethici als Hays en Wells keren zich tegen het ondergeschikt maken van de christelijke ethiek aan een zogenaamde algemene, universele ethiek. In dit opzicht zijn zij allen leerlingen van Karl Barth en zou je ook kunnen zeggen dat de theologie van Barth nieuw leven ingeblazen krijgt. Niet dat er van een reprise sprake is, de spits is meer missionair, Angelsaksisch, al is het nog niet zo eenvoudig om dat precies te definiëren, in ieder geval meer praktisch. Dat neemt niet weg dat mijns inziens het beste van Barth bij deze theologen terugkeert.

Terecht zijn ze samengebracht onder de noemen van de zogenaamde ecclesiastical turn.  De kerk als geloofsgemeenschap, waarin mensen samen komen om zich te laten leiden door de Geest van Christus, staat bij vele van de theologen in deze bundel centraal. Oefenplaatsen, zo luidt de titel, en dat slaat nadrukkelijk op de kerk. Misschien is het wel vooral een Hauerwassiaanse term, maar ik denk dat wanneer het begrip wat wordt opgerekt, de andere theologen er goed onder passen.

De kerk. Wie daar een lans voor breekt heeft wat uit te leggen. Gaat het niet om de spiritualiteit? Gaat het niet om de moraal? Om levensoriëntatie? Om wijsheid? Om de Bijbel misschien als levensboek? Daar gaat het misschien allemaal ook om, maar de schepping van de Geest waar het werkelijk om gaat, is de geloofsgemeenschap van mensen die in Jezus naam bijeen zijn. Het gaat om incarnatie. Het woord is vlees geworden, en het vlees is vanwege de opstanding uit de dood geestelijk lichaam geworden, lichaam van Christus. Dat is het grote eschatologische gebeuren in de tijd. Het is een vreemd lichaam, omdat het zichzelf niet regeert, maar geregeerd wordt door Christus zelf. Het is de plaats waar we afkicken van de afgoden, afkicken ook van de afgod die we zelf zijn. Dit lichaam is er, het is een schepping van de Geest, dat niet bewezen hoeft te worden, omdat de Geest zichzelf bewijst. Het is een lichaam dat leeft vanuit een gave, een overgave, een overvloed, een surplus. Kerk is niets anders dan de plaats waar de gave, de over-gave verschijnt en waar brood wordt vermenigvuldigd. Het is geen organisatie van religieuze behoefte, geen sociaal verband waarin het communautaire tegenover het individuele wordt verdedigd, het is uitstulping van de God die nee zegt tegen de dood en ja tegen de dode, die nee zegt tegen de zonde en ja tegen de zondaar, de God die bij zichzelf zweert en ons onder zijn eed neemt. Dat geeft een ethos van gave en overgave, van geloof, hoop en liefde. God verschijnt en waar dit wordt verstaan, beleefd en beoefend, daar is kerk. Maar omgekeerd is ook waar, zonder deze ‘moeder kerk’ zal God veralgemeniseren, een principe worden, een geest zonder lichaam, een waarde, een werelds of religieus ding.

Kerk, gemeenschap. Het is wel belangrijk om hier goed te luisteren. De kerk kan ook als gemeenschap zichzelf opwaarderen. Met name met de theologie van  Hauerwas  kun je dit gevaar lopen. Daarom is het belangrijk dat de ministries, de bedieningen, niet functionaliseren. Zonder Woord en sacrament, maar ook zonder een vorm van ambt zal dit gemakkelijk kunnen gebeuren. Terloops: als er bij de zopgenaamde fresh expressions of church ergens een waarschuwingssignaal moet worden geplaatst, dan toch wel hier.  Wannenwetsch heeft hier vanuit zijn Lutherse achtergrond terecht op het belang van deze bedieningen, in zekere zin ook ‘tegenover’ de kerk gewezen. Dát is dan misschien ook het gelijk van Volf, al zie ik dit tegenover bij Volf toch gemakkelijk ontkerkelijken en daarom gemakkelijk in de zuigkracht van een of ander algemeen belang komen.

De kerk. Waar is die kerk? Over welke kerk gaat het? En hoe staat het met de kerk? Dat is een interessante vraag, die zo hard in Oefenplaatsen niet is gesteld. Dat is misschien ook wel weer het weldadige eraan. Soms is een zeker idealisme prettig. We kunnen niet constant leven met afgesneden adem. Bovendien: waarom zoeken naar kerk als we niet meer weten waar we het over hebben. In dat laatste kan deze bundel ons helpen. Alleen al om die reden zeg ik er volmondig bij: van harte aanbevolen.

Arjan Plaisier


Meer over de presentatie van Oefenplaatsen leest u op:
– de website van Reformatorisch Dagblad

1 reactie

  1. […] Ontmoetingen met God ← Oefenplaatsen – door dr. Arjen Plaisier […]