Catechese

Nieuwe methode voor belijdeniscatechese ‘Hou(d)vast’ is klassiek en toch anders

Nieuwe methode voor belijdeniscatechese Hou(d)vast: Klassiek en toch anders

 

 

Jongeren vragen anno 2015 steeds meer om een duidelijke identiteit: ‘Wat geloof ik?’ En: ‘Wat betekent dat voor mijn dagelijks leven?’
Dat zijn bij uitstek vragen die aan de orde komen in de belijdeniscatechese. Maar hoe ga je daarover het gesprek aan met jongeren of ouderen die erover nadenken om belijdenis te gaan doen? Voldoen de materialen die daarvoor beschikbaar zijn? De HGJB heeft die laatste vraag ontkennend beantwoord en kwam daarom deze zomer met de nieuwe methode Hou(d)vast.

Belangrijk argument voor de conclusie dat er behoefte is aan een nieuwe methode, is een onderzoek dat de HGJB begin 2014 heeft gedaan onder catechisanten en predikanten. De 250 catechisanten en 80 predikanten die het enquêteformulier invulden, maakten duidelijk dat de bestaande materialen niet echt meer voldoen.
Verbaasd waren we daar niet over, want de methoden die in het HGJB-achterland gebruikt worden, zijn al vrij oud. Dat geldt niet in het minst voor onze eigen methode Leer ons belijden, die al sinds 1999 op de markt is. Zo langzamerhand wordt een methode dan toch te gedateerd. Dat zie je in de vormgeving, de didactiek en ook in de inhoudelijke uitwerking van de thema’s. Met Hou(d)vast hopen we weer bij de tijd te zijn.

‘Klassieke’ methode
Toch is Hou(d)vast opnieuw een ‘klassieke’ methode geworden, in de zin dat het curriculum wordt bepaald door de hoofdonderwerpen uit de geloofsleer, zoals: God, schepping, Bijbel, bekering en discipelschap. Dat past bij de behoefte aan een duidelijke geloofsidentiteit die in deze tijd weer duidelijker aanwezig is.
Waar de basics van het christelijk geloof uitgangspunt van Hou(d)vast zijn, is de leefwereld van de (vooral) jongeren in de uitwerking startpunt. Didactisch gezien is de methode dus duidelijk anders. Wie de ‘oude’ methodes bekijkt, zal opvallen dat ze vaak erg ‘informatief’ getoonzet zijn. Natuurlijk is informatie erg belangrijk, maar de behoefte aan persoonlijke verwerking daarvan is in deze tijd steeds groter geworden. Terecht typeerde prof. dr. W. Verboom de aanpak van Hou(d)vast daarom als ‘sterk relationeel’: ‘Van meet af aan wordt er een commitment van de catechisant én de catecheet gevraagd om in te brengen wat de stof met henzelf doet’ (interview in HGJB-blad Dichtbij, waarvan uitgebreidere versie staat op www.hgjb.nl/houdvast).
Een opvallende conclusie uit de enquête was dat jongeren, als het om dit soort didactische vragen gaat, het gesprek met de predikant als erg waardevol ervaren. Zijn ‘inleiding’ scoort wat dat betreft veel lager. Thuis ter voorbereiding een artikel lezen, vinden ze helemaal oké – als ze er tijdens de catechese-avond maar over in gesprek kunnen gaan met de predikant. Ook hieraan komt de nieuwe methode tegemoet. Het is in de eerste plaats een boek met een bundeling van goed leesbare artikelen die thuis gelezen moeten worden, met werkvormen voor gesprek tijdens de catechese.

Middenin de gemeente
In het onderzoek is aan belijdeniscatechisanten ook gevraagd welke onderwerpen ze vooral aansprekend vinden. Opvallend hoog (door 70% van de catechisanten genoemd) scoort dan ‘God leren kennen’, gevolgd door ‘God de Vader’, ‘God de Zoon’, ‘God de Heilige Geest’, ‘Avondmaal’ en ‘gebed’. Onderaan de lijst bungelen vooral onderwerpen die te maken hebben met gemeente- en kerk-zijn, zoals: ‘lid zijn van de gemeente’, ‘de ambten’ en ‘lid zijn van de PKN’.
Enerzijds bevestigde deze uitslag dat er behoefte is aan een klassieke methode, waarin de basics van het christelijk geloof duidelijk worden uitgelegd en besproken. Anderzijds plaatste deze uitslag ons ook wel voor een probleem. Wat doe je met die onderwerpen die te maken hebben met het lid-zijn van een bepaalde gemeente in een bepaald kerkgenootschap? Jongeren interesseren deze onderwerpen niet zo, maar predikanten vinden ze – terecht – toch erg belangrijk.
De oplossing van dit vraagstuk hebben we gezocht in een aanpak die – vergeleken met voorgaande methodes – veel minder informatief is en des te meer relationeel en functioneel. De gemeente als uiting van het instituut ‘kerk’ zegt jongeren niet zoveel meer. In Hou(d)vast dus geen ‘kerkenboom’ met de hele Nederlandse kerkgeschiedenis vanaf 1834. Waar wél veel aandacht voor is, is de vraag: hoe beleef je het geloof samen als gemeente? En hoe breng je het geloof als gemeente in de praktijk? Dat is in de methode zelfs een apart blokje ‘In de gemeente’ geworden bij elke les, waarin een link wordt gelegd tussen het behandelde onderwerp en de praktijk van de gemeente.

Zo is Hou(d)vast zelfs een methode geworden die de belijdeniscatechese middenin de gemeente plaatst. Naast het gesprek met de predikant wordt bijvoorbeeld ook het gesprek met andere (oudere) gemeenteleden gestimuleerd (het intergeneratieve leren). Verder zijn er ook drie zogenaamde praktijkavonden, die duidelijk maken dat belijdenis-doen iets is wat je doet – met elkaar!

Herman van Wijngaarden,
redacteur Hou(d)vast