EthiekFilosofieGezondheid

Frits de Lange over de discussie rond actieve levensbeëindiging

Op 30 mei verscheen onderstaand artikel van Frits de Lange, auteur van onder ander De mythe van het voltooide leven, in Trouw – Letter & Geest. We plaatsen het hier met toestemming van de auteur.

 
Niemand weet wat voltooid leven is

 

Klaar met leven, levensmoe, voltooid leven – de discussie rondom actieve levensbeëindiging wordt steeds meer in termen gevoerd waar een dokter niet voor heeft doorgeleerd. Als de arts een invoelend mens is, heeft hij of zij van ‘ondraaglijk lijden’ nog een beetje verstand, maar de vraag wanneer het leven compleet is behoort niet tot zijn specialisme.  Dat hoeft ook niet, zeggen de voorstanders van een ruimer euthanasiebeleid: dat maken oude mensen zelf wel uit.  Zij interpreteren de recente vrijspraak van Albert Heringa, die in 2008 zijn moeder heeft helpen sterven,  als een volgende stap in de goede richting. We lijken weer een stap verder in de erkenning dat een voltooid leven voldoende grond is voor hulp bij zelfdoding, al dan niet door de dokter. Vijf jaar nadat de initiatiefgroep Uit Vrije Wil en het Burgerinitiatief Voltooid Leven begon met zijn lobby om hulp bij zelfdoding mogelijk te maken voor ouderen die geen mogelijkheden meer zien hun leven ‘ in een voor hen zinvolle vorm voort te zetten’, en het gevoel krijgen ‘zichzelf te overleven’, is de term ‘voltooid leven’ gemeengoed geworden. Wie zover is, mag dood, is de suggestie. En hij of zij mag anderen vragen daarbij te helpen.

Wat een voltooid leven nu eigenlijk is, aan die vraag brandt niemand zijn vingers. Els van Wijngaarden sprak in haar promotieonderzoek met 25 ouderen die aangaven dat hun leven voltooid is, maar eigenlijk zich eenzaam, overbodig en bang voor afhankelijkheid voelen. Zij lijden aan het leven, zegt Van Wijngaarden, maar voltooid? ‘De verhalen in het onderzoek zijn schrijnend’, reageert NVVE interim-directeur Rob Jonquière. ‘Maar mensen kunnen en mogen zelf de afweging maken in hoeverre deze intense eenzaamheid dragelijk is.’ Dat lijkt de liberale oplossing voor existentiële bestaansvragen: ze met een beroep op individuele keuzevrijheid en autonomie laten verdampen.

Is hier geen sprake van filosofische gemakzucht? Ik vermoed dat we niet goed weten waar we het over hebben bij de term ‘voltooid leven’.

Eerst het woord zelf. De termen klaar met leven, levensmoe,  voltooid leven worden door elkaar gebruikt, als synoniemen. We zouden preciezer in ons woordgebruik moeten zijn.

Wie ‘levensmoe’ is, ontbreekt het aan de fysieke of mentale kracht om zijn leven nog verder te kunnen leiden. Vermoeidheid is een natuurlijke gesteldheid, die je ervaart of niet. Je kunt die wel een beetje met rust, goede voeding of met een pil beïnvloeden, maar moeilijk wegnemen als je heel oud bent. Jonge studenten geriatrie oefenen in een loodzwaar pak hoe het voelt om een oud lijf te hebben. Een bril die je zicht beperkt, oordopjes die je minder doen horen, banden die je gewrichten stijf en stram maken, en zware gewichten die je mee moet zeulen en je uit balans brengen: je wordt er hondsmoe van.  Een hoogbejaarde oudere staat elke dag in zo’n pak genaaid op, en gaat er mee naar bed.

 

Klik hier om het artikel verder te lezen.