Fred van Lieburg (hoogleraar religiegeschiedenis Vrije Universiteit Amsterdam) sprak op de presentatie van Jan A. B. Jongeneels ‘Nederlandse zendingsgeschiedenis’ (deel 2). De presentatie vond plaats in de Protestantse Kerk in Bunnik op 21 september 2018. In zijn verhaal spreekt hij Jan toe. Het gaat niet alleen over zijn nieuwste boek, maar ook over Jongeneels eerdere werken. Lieburg beschrijft drie kenmerken van Jan Jongeneel en zijn werk.

U kunt de volledige toespraak in dit artikel op Theoblogie lezen.
   


Beste Jan en beste Magritha, beste familie en vrienden,

Een paar jaar geleden waren we ook bijeen in deze oude dorpskerk van Bunnik ter viering van de 75ste verjaardag van Jan. Hij begon toen in zijn dankwoord over Abraham die op die leeftijd nog maar aan het begin stond van het werk waartoe hij zich door de Heer geroepen wist. De vergelijking riep de nodige hilariteit op, want Jan had op zijn 75ste al een respectabel levenswerk achter de rug, keurig en wel gedocumenteerd in drie deeltjes met overzichten van wat er allemaal gepubliceerd en gearchiveerd was.

Maar als de toehoorders het niet wisten, dan wist Magritha het wel: Jan zou in de Hoefijzerlaan niet achter de geraniums gaan zitten. En zie, op 20 mei 2015 verscheen het eerste deel van de ‘Nederlandse zendingsgeschiedenis’. Het mocht nog geen deel 1 heten, omdat Jan realistisch genoeg was om te beseffen dat de voltooiing van het vervolgdeel voor een man van de dag niet vanzelfsprekend was. Maar vandaag, 21 september 2018, mogen we getuige zijn van de verschijning van het tweede deel. Dat is een prestatie en het is een gratie. De gezondheid en werkkracht zijn Jongeneel gegeven en daarvoor zijn we met z’n allen dankbaar.
(…)

Niet geschikt voor het nachtkastje

Nederlandse zendingsgeschiedenis (deel ll) - Jan A. B. Jongeneel

Uiteraard is er geen beginnen aan om het nieuwe boek bij deze presentatie samen te vatten. Dat wil ook niemand, want iedereen begrijpt dat dit boek niet geschikt is voor het nachtkastje. Het is bedoeld als naslagwerk, dat je uit de kast haalt om je te oriënteren op onderdelen. Als je wil weten hoe het nou zat met personen, gebeurtenissen of ontwikkelingen uit de Nederlandse zendingsgeschiedenis, dan kun je ook bij deze nieuwe Jongeneel terecht voor betrouwbare informatie in de juiste context en voor verwijzingen naar allerlei bronnen en literatuur. Het is ook algemeen bekend dat Jongeneel een zeer systematische denker en presentator is. Een boek of een lezing of een college is voor hem ondenkbaar zonder een glasheldere indeling van hoofdstukken, perioden, aspecten en deelaspecten. 

(…)

Dat gezegd hebbend, eindig ik mijn verhaal met een verwijzing naar de metahistorische component van Jongeneels historisch werk. Ondanks zijn strikt wetenschappelijke aanpak, verloochent hij allerminst zijn normatieve ondergrond en zijn gelovig perspectief. Hij is niet alleen historicus, maar ook zendingstheoloog. Echt jongeneliaans is het ‘Nawoord’ waarmee de auteur zijn boek eindigt. Daarin geeft hij eerst een lijst van onderwerpen die in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Maar hij sluit af met de ondubbelzinnige uitspraak dat het Evangelie van Jezus Christus in de turbulente situatie van de eenentwintigste eeuw relevant blijft voor iedere mens en iedere maatschappij.

‘Immers, in Oost en West kunnen mensen geen zin aan hun persoonlijke en gemeenschappelijke leven geven zonder oprecht te blijven geloven, hopen, liefhebben, vergeven en dienen zonder aanzien des persoons.’

Dit slotcitaat behoeft geen aanvulling, maar ik onderstreep het ter afsluiting met behulp van een email die Jongeneel mij stuurde na mijn vorige vertoog. Ik had hem gevraagd waarom hij in deel 1 de bekende tekst van Jezus in Matteus 28 citeerde, maar dan alleen het zendingsbevel, niet het slot over de voleinding der wereld. Betekende dit dat hij als historicus de gang van het christendom door de wereld niet zag als een gesloten lijn, met een begin en een einde, maar als een proces met een open einde, zodat het christendom zelfs voor een zendingshistoricus geen absoluut karakter heeft?

Het eindoordeel is in handen van hem die Gods liefde en vergevingsgezindheid belichaamt.

Jongeneels antwoord op deze vraag citeer ik graag als kroon op aan ons geschonken geschiedeniswerk. ‘Evenals voor Kraemer is voor mij niet het christendom, maar Christus absoluut. Hij is voor mij het archimedisch vaste punt in mijn persoonlijke geloof, maar ook in de wereldgeschiedenis. De wereldgeschiedenis heeft een open einde, maar Christus is en blijft tot op de jongste dag degene die het eindoordeel heeft over al wat in de wereldgeschiedenis gebeurt. Het eindoordeel is in handen van hem die Gods liefde en vergevingsgezindheid belichaamt.’ In dit licht ontvangen we graag het meesterwerk van Jongeneel en wens ik zowel het boek als Jan zelf met zijn vrouw Magritha in alles het beste toe voor de toekomst.

    
   


Nederlandse zendingsgeschiedenis (deel ll) – Jan Jongeneel

Nederlandse zendingsgeschiedenis.9789023955528

    

    

‘Ontmoeting van protestantse christenen met andere godsdiensten en geloven (1917-2017)’

Het boek Nederlandse zendingsgeschiedenis Deel II behandelt de Nederlandse zendingsgeschiedenis vanaf De Eerste Wereldoorlog tot nu. Al sinds de Verenigde Oost-Indische Compagnie en West-Indische Compagnie waaieren protestantse Nederlanders naar alle windstreken uit. Dat is zo gebleven in de postkoloniale periode. Predikanten, zendelingen en bijbelvertalers lopen voorop bij het nadenken over andere godsdiensten en geloven, en bij het ontmoeten van hun aanhangers. Het eerste deel van dit handboek besprak de ontwikkelingen tot de Eerste Wereldoorlog.

    


N.a.v. Nederlandse zendingsgeschiedenis (deel 2) | Jan A. B. Jongeneel | Uitgeverij KokBoekencentrum | Als hardcover | Als e-book