Kerkelijk jaar

Naar Pinksteren: dag 7

Ruth, de Pinksterbruid

In de synagoge wordt al sinds jaar en dag op het (joodse) Pinksterfeest, ook wel Sjawoeot (Wekenfeest), één specifieke ‘feestrol’ voorgelezen. Daarin staat het verhaal van Ruth, de vrouw uit Moab, die samen met haar vanwege de honger geëmigreerde schoonmoeder Naomi, terugkeert naar Israël en in Bethlehem een doorstart kan maken naar een nieuwe toekomst. Het verhaal is ook onder christenen alom bekend. Het beschrijft invoelbaar én spannend het ‘gewone’ leven. En vooral demonstreert hoe dat geleefd kan worden, wanneer de spelregels van Gods Thora daarbij de weg wijzen. Dan is zegen gegarandeerd!
Er is honger in Gods proeftuin! Bethlehem, het ‘broodhuis’, is brodelóós! Emigratie en ballingschap zijn een trieste uitweg. Brood zoeken in den vreemde, zelfs bij de aartsvijand, het lijkt een terugkerend motief in Israël: gingen zo ook niet alle aartsvaders hun weg naar Egypte, door honger gedreven? En wanneer de mannen sterven, blijven de vrouwen onbeschermd en rechteloos over, zonder toekomst.
Pinksteren is naar zijn oorsprong een oogstfeest. En later veel meer Verbondsfeest. Het lijkt of in het verhaal van Ruth beide kleuren gemengd zijn. Want ‘geoogst’ wordt er rijkelijk in dit verhaal: de honger, de onvruchtbaarheid wordt overleefd, het leven zonder thuis en toekomst wordt weer vruchtbaar. Dat alles dankzij de Thorabepalingen in de praktijk: zó werkt Gods woord! Zo werkt het Verbond! Omdat geschreven staat dat voor de arme en de vreemdeling de afgevallen aren moeten blijven liggen. Omdat geschreven staat
dat, om verarmde familie uit het slop te halen, er een ‘losser’ op moet treden, die het eerste recht op koop of terugkoop heeft. Want ‘een arme zal er in uw land niet zijn’, en in het Beloofde Land heeft ieder recht op grond onder de voeten (het vaste ‘erfdeel’) en nageslacht (de ‘zoon’) voor een toekomst.
Ruth komt als arme vrouw, en weduwe, samen met haar door het leven getekende schoonmoeder naar Bethlehem. Het is de landbezitter Boaz die haar laat delen in zijn oogst, in zijn overvloed en ten slotte in zijn toekomst. Oogst én overvloed én toekomst zijn gegarandeerd in het Land waar Gods Verbondswoorden worden geëerbiedigd.

Bron: Sytze de Vries, Geestig-heden. Miniaturen over Gods adem