Kerkelijk jaar

Naar Pinksteren: dag 13

Pinksterdag

Eerst denk ik dat het aan mijn oren ligt. Wat hoor ik toch? Ik loop over de binnenplaats naar voren en duw de poort open.
Het geluid wordt sterker, het zijn mijn oren niet. Nooit eerder was de lucht zo vol en zwaar van geluid. Wat is er aan de hand? Waar is die drukte goed voor? Waar moet dat heen? Het lijkt wel een optocht.
Sommige mensen proberen even halt te houden, zij kijken om zich heen, naar de bomen en de lucht en schudden hun hoofd en worden weer verder gestuwd in de mensenstroom. Ik hoef maar een stap naar voren te doen en ik word ook meegevoerd. Als ik aan iemand vraag wat er gaande is, maakt hij een onbestemd gebaar en wijst op zijn oren. Ja, dat geluid hoor ik ook. Maar wat is het?
Het lijkt nog het meest op een storm, het bulderen van een aanstormende wind. Daar blijft het bij, het is niet wat het lijkt; de wolken doen niet mee, de bomen zijn stil en we hoeven ons niet tegen de wind in te worstelen. Wat is dit voor een vreemd natuurverschijnsel? Zou er een aardbeving komen? Is dit een naderende orkaan, die de hele stad plat gaat leggen, het hele land misschien wel?
Er groeit angst in de mensenstroom. Wie eruit wil stappen, wordt gedwongen verder te lopen. Er is iets gaande wat nog niet eerder heeft plaatsgevonden. Heeft het te maken met wat er de afgelopen tijd is gebeurd? Hoelang is er nu al onrust? En steeds duiken er nieuwe verhalen op en vertelt men elkaar fluisterend de vreemdste gebeurtenissen. Na de kruisiging van de rabbi zijn de geruchten in de stad niet van de lucht. Men praat en praat, maar niemand weet het rechte. Er zou er één zelfmoord gepleegd hebben en geroepen hebben dat hij onschuldig bloed verraden had. Er zijn raadsels rond het graf van de rabbi. Men zou hem gezien hebben aan het meer en onderweg naar de olijfberg. En nu dit weer.
‘De wereld vergaat!’ roept een vrouw overstuur, ‘het einde nadert!’ ‘Mond houden!’ wordt er meteen geroepen. Gedoe om haar heen, iemand probeert haar te kalmeren. ‘Welnee, wat een onzin’ en ‘Loop nou maar door!’
Ik wil eigenlijk niet verder lopen, ik had de straat niet op moeten gaan. Wat gaat er gebeuren, een ramp, een oordeel? Hadden we toch moeten protesteren? Eigenlijk weten we niet eens waarom we mee gingen roepen dat Hij gekruisigd moest worden. Het ging vanzelf. Massagedrag. Het was een opwelling, maar het zit me niet lekker. Worden we nu gestraft, overvalt ons de wraak? Wie zit hier achter?

Dan stopt de stoet en het wordt doodstil, het geluid van de stormwind is weg. Wie zijn die mannen daar? En wat is dat op hun hoofden? Het flakkert als een vlam… Wees stil, wat hebben ze te zeggen? Luister…

Bron: Joke Verweerd, Opluisteren