Kerkelijk jaar

Naar Pinksteren: dag 10

Openbaring 22:16-21
De Geest zegt: Kom!

‘De Geest en de bruid zeggen: “Kom” Laat wie luistert zeggen: “Kom!” Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft.’
Op de laatste pagina van de bijbel hoor je de Geest heel indringend Kom! roepen.
Helemaal aan het eind van het visioen dat de apostel Johannes te zien kreeg en
voor ons opschreef. Over de dingen die nog komen.
Als alles gezien is, kan de Geest kennelijk niet meer wachten! Hij roept: Kom! richting Jezus.
Maar niet alleen de Geest roept ‘Kom!’ Ook de gemeente, hier aangeduid met de
typering ‘bruid’ oftewel ‘diep verlangen’ doet met de Geest mee en roept ook ‘Kom!’
Heer, waarop wacht U nog? Wij hebben nog maar één verlangen, één gebed, één
schreeuw soms. Dat is: Kom! Kom! Kom! Dit roepen werkt heel aanstekelijk. Wie de roep hoort, komt in beweging en begint vrijwel meteen mee te doen.
Zo eindigt de Bijbel. Kom! Kom! Kom! De Geest heeft veel te zeggen, maar zijn laatste woord is ‘Kom!’ Het hele Pinksterverhaal kun je lezen als de komst van de grote Aansteker van alle heimwee en verlangen, van alle wachten en bidden. Om het grote moment van Jezus en van God. Pas dan heeft de Geest rust.

Kom, Heilge Geest, Gij vogel Gods.
Daal neder waar Gij wordt verwacht.

Bron: P.L. de Jong, 50 x de heilige Geest