PolitiekReligie

In naam van God: religie en geweld

Religies en hun volgelingen zijn altijd gewelddadig – zo luidt een populaire atheïstische claim. Karen Armstrong, prominent geleerde op het gebied van wereldreligies, laat echter in haar nieuwe boek In naam van God. Religie en geweld zien dat de ware redenen voor oorlog en geweld in onze historie meestal weinig met religie van doen hadden, maar veelal sociaal, economisch of politiek van aard waren. Lees hieronder de recensie door Nicole des Bouvrie.

Religie als bron van alle oorlogen
Karen Armstrong is al tijden een belangrijke schrijfster en spreekster op het gebied van religies en de rol van religie in de samenleving. Volgens haar heeft de moderne samenleving ‘geloof’ tot een zondebok gemaakt. Omdat uitspraken en de wijdverbreide gedachte dat religie de oorzaak is van alle grote oorlogen en de vanzelfsprekendheid waarmee religie als gewelddadig wordt omschreven, schreef ze dit boek. Meer dan zeshonderd bladzijdes waarin een geschiedenis van de verhouding geweld en religie uiteen wordt gezet. Vanaf de prehistorie tot moderne jihadisten.

Intolerantie?
Wanneer een religie zichzelf verheven voelt boven andere religies, zichzelf als uitverkoren of als dichterbij God ziet, spreekt hier dan niet direct ook een soort intoleratie uit? Kun je tegelijkertijd jezelf ‘beter’ zien dan een ander, en toch de ander tegelijkertijd respecteren en accepteren. Met andere woorden, ligt de mogelijkheid tot agressie en geweld tegenover de ander niet al besloten in de manier waarop de gelovige zelf zich verhoudt binnen zijn eigen geloof?

Nog iets ingewikkelder
Volgens Armstrong ligt het allemaal nog iets ingewikkelder. De definitie van ‘religie’ zoals het Westen deze heeft ontwikkeld ligt aan het probleem ten grondslag: “Het idee van religie als een persoonlijke en systematische onderneming was volkomen afwezig in het klassieke Griekenland, Japan, Egypte, Mesopotamië, Iran, China en India. De Hebreeuwse Bijbel kent evenmin een abstract concept van religie. De Talmoedische rabbijnen hadden onmogelijk in één woord of één frase kunnen uitdrukken wat ze onder geloof verstonden, omdat de Talmoed juist bedoeld was om het menselijk leven in z’n geheel binnen het domein van het heilige te brengen.”

Verbondenheid – onze biologie én onze verhalen
Daar komt nog eens bij dat ondanks dat er verschillende zaken zijn in de wereld die ons een gevoel van verbondheid en belang kan geven (kunst, seks, drugs), oorlog wat dat betreft ook een zeer sterk middel is. “Oorlog is een verleidelijk elixer. Oorlog geeft ons vastberadenheid, een doel. Oorlog stelt ons in staat nobel te zijn,” zo citeert Armstrong oorlogscorrespondent Chris Hedges. Een strijder ontsnapt daarmee aan de saaie alledaagsheid, het zinloze. Om de innerlijke tegenstrijdigheid – het biologische: je mag niet een soortgenoot doden – en de extase van datzelfde doden te verantwoorden, “omhullen we die onderneming in een mythologie die een afstand schept tussen ons en de vijand.” “We ontwikkelen verhalen om ons er van te overtuigen dat de vijand eigenlijk geen mens is maar een monster, het tegengestelde van orde en goedheid.”

Samenhang met geschiedenis
Betekent dat, dat geweld niet vanwege religie plaatsvindt, maar dat geweld het fenomeen religie gebruikt om zich te verantwoorden? Om het doden van anderen een plek te kunnen geven, om de wereld ordelijk en begrijpbaar te maken waarin mensen bestaan die doden, hebben we daarom religie nodig?

Lees hier de volledige recensie.

Bestel hier het boek.