Geen categorieOverige

Mythe, mysterie, mystiek

VreekampHenk Vreekamp – Nu praten we eens tien jaar niet meer over de kerk. Nu gaan we het weer over God hebben, zei onlangs dr Arjen Plaisier, gezicht van de PKN. Volgens eigen zeggen is hij een beetje gestoord geraakt van alle adviezen om mensen weer in de kerk te krijgen. Ze blijken gewoon niet te werken, al die goede voornemens.

Nu is het opmerkelijk dat Plaisier zijn hartekreet slaakt in de Domkerk, de onbetwiste moederkerk van de lage landen. Op deze plek heb je meer dan een millennium kerkgeschiedenis onder je voeten. Je staat in het geografische hart van de kerk in Nederland. Daardoor gedragen, kun je het meteen over God hebben.

Bonhoeffer legde de vinger op de zere plek. De grondfout van protestanten is de individualisering, schreef hij. Het verdriet over de verloren gemeenschap ging na Luther spoedig verloren. Wat overbleef, was de strijd om leerstellingen. Zonder blikken of blozen stichten protestanten dan ook nieuwe kerkgenootschappen met bijbehorende gebouwen. Het hek lijkt voorgoed van de dam, te beginnen met Abraham Kuyper, ooit dominee in de Dom. Steeds verder weg van de hoofdstroom zochten we onderkomens, ver weg van de bron die voor iedereen zichtbaar is in een oude dorps- of stadskerk. We zijn het heel gewoon gaan vinden dat we zomaar op elke willekeurige plaats opnieuw kunnen beginnen. En dat is, zegt Bonhoeffer, typisch moderne religiositeit.

De tovenaar en de dominee vertelt het verhaal van een Dorpskerk, de zeven eeuwen oude kerk van Hoevelaken. Hoe God op deze plek verschenen is. En hoe Hij vanuit dit midden naar de periferie trok, naar het donkere land aan de rand. Wanneer we met z’n allen de kerk weer zien staan, namelijk in het hart van de mensengemeenschap, kunnen we het binnen die kerk weer over God hebben. Onbevangen.

Losse gedachten:

Een mooie zomeravond in juni. In de Dorspkerk van Hoevelaken

Ik word er wat zenuwachtig van. De vraag waarover mijn nieuwe boek gaat. En dat, terwijl het sterk autobiografisch is. Een theologische autobiografie, zei iemand.

Het boek draait om drie woorden. Mythe, mysterie, mystiek. Al jarenlang ben ik gefascineerd door dit drietal. Wat betekenen de woorden en – vooral – hoe is hun onderlinge relatie?

Terug naar Hoevelaken. Daar heb ik nu de leeftijd voor (gekregen). Als een archeoloog. Drie lagen.

Drie lagen.
Voorrecht van doorleren: christendom.
Oogcontact met Joden.
Vraag van de Jood: wie ben je als christen?
Terug in voor-christelijke geschiedenis.
Gerschom Scholem: mystiek als wraak van de mythe.

De taal van de theologie. Logos. Ook mythos. Het verhaal.

Jan Siebelink schreef me dat voor hem de stijl van De tovenaar en de dominee volstrekt helder is. Jan van der Graaf daarentegen vindt de taal van het boek vaak onnavolgbaar.

Verborgen structuur in het boek. Een structuur beproefd door de geschiedenis van de eeuwenoude Joodse mystiek.

1 reactie

  1. Maria Ruben
    4 oktober 2010 om 20:15

    Meer nog dan een theologische autobografie is dit boek in mijn beleving een monument van taal en poezie. Het is vooral een heel persoonlijk geschreven levensbeschouwelijke autobiografie en juist daarom verdient het boek met respect gelezen te worden. De scepsis die sommige lezers hierbij aan de dag leggen, is ongepast en zegt meer over henzelf dan over het boek of de schrijver. Ik zou iedere lezer willen uitdagen de vragen die Vreekamp aan de orde stelt, eerst eens echt te horen. Om te voorkomen dat antwoorden worden gegeven voordat helder is wat de vraag eigenlijk is en waar die onszelf raakt. Dat zou een nieuwe traditie in de kerk in gang kunnen zetten.