KerkTheologieWetenschap

Mogelijkheden en grenzen van de bijbelwetenschap

Het nieuwste nummer van het tijdschrift Kerk & Theologie heeft als thema: ‘Grenzen in theologie en wetenschap’. In dit nummer verscheen het artikel ‘Mogelijkheden en grenzen van de bijbelwetenschap’ van Ed Noort. U kunt hier een introductie lezen, het hele themanummer van Kerk & Theologie is hier te koop voor € 16,90.

 

Mogelijkheden en grenzen van de bijbelwetenschap

 

Aanleiding
Op de eerste blik lijken de maatregelen die in de Nederlandse universitaire wereld tegen schendingen van de wetenschappelijke integriteit zijn genomen en de theologie, c.q. de bijbelwetenschap, weinig met elkaar te maken te hebben. Dat werd anders toen bleek dat de fabricatie van onderzoeksgegevens wel het werk van een enkeling was, maar ook kon gedijen in een onderzoeksklimaat waarin de criteria om wetenschappelijke resultaten te verkrijgen en te publiceren vervaagd waren.(1)

In de rapportage daarover is het woord ‘slodderwetenschap’ geïntroduceerd: ‘Als “bijvangst” van hun onderzoekingen hebben de Commissies moeten constateren dat in aanzienlijker mate dan zij aanvankelijk veronderstelden ook aan de discipline zelf een aantal aspecten kleeft die uit het oogpunt van wetenschappelijkheid en wetenschappelijke integriteit als ongelukkig of zelfs onjuist moeten worden aangemerkt.’(2)

De schokgolf die door de internationale media ging na het opsporen van deze grootste – in Nederland vastgestelde – fraude, heeft als katalysator gewerkt. Niet alleen bij het nemen van maatregelen ter bescherming van de wetenschappelijke integriteit, maar ook bij het bekend worden van verdere fraudegevallen in uiteenlopende disciplines. De drie hoofdzonden in het wetenschappelijk bedrijf – fabricatie van gegevens, manipulatie van gegevens en plagiaat – staan volop in het licht van de schijnwerpers. Vooral de felle debatten rondom plagiaat en het vermeende ‘zelfplagiaat’ zijn nog niet tot rust gekomen.

Dan laat het zich niet vermijden dat ook aan de theologie en de wereld van religies de vraag naar wetenschappelijke integriteit gesteld wordt. Sterker nog, de vraag naar de mogelijkheden en grenzen van de theologie als wetenschap komt boven drijven. En andersom gevraagd, hoe verstaat de theologie zelf haar verhouding tot wetenschap en de ‘bruikbaarheid’ daarvan?
Wat is legitiem en wat niet meer? Dat debat is al eeuwen gevoerd. Vaak onder de vraagstelling of theologie überhaupt tussen de andere wetenschappen aan de universiteit thuishoort. De Wet op het Hoger Onderwijs van 1876 voerde destijds de duplex orde in, een denklijn die taalkundige en historische, en daarmee wetenschappelijke, universitaire vakken scheidde van de kerkelijke, geloofsmatig bepaalde vakken. Dat was een mijlpaal in de lange geschiedenis die theologie en universiteit met elkaar verbindt. De oudste Nederlandse – nu nog bestaande – universiteiten (Leiden 1575, Groningen 1614, Utrecht 1636) zijn immers opgericht juist ook om de academische opleiding van protestantse predikanten te kunnen waarborgen. Anderzijds hebben ook de protestantse kerken altijd een academische opleiding van hun voorgangers geëist. Theologie en academia zijn in vele gevallen nauw verbonden geweest. Maar in velerlei gedaante keren de bovengenoemde vragen in een seculariserend en een zich universitair nieuw organiserend(3) Nederland vandaag de dag terug.

Toch is de invalshoek vanuit de vraag naar wetenschappelijke integriteit een andere. Het gaat om het probleem hoe kennis verzameld wordt, hoe die groeit, hoe valide de argumentatie is en welke grenzen daarbij in acht genomen moeten worden. Hoe gaan we om met de – in het geval van dit artikel – bijbelse traditie en waar gaan uitleggers over de schreef? En wie bepaalt de grenzen, want wat betekent hier academisch? Als academisch betekent dat (nieuw) verworven kennis intersubjectief communicabel moet zijn, hoe is dan de verhouding tussen academische en niet-academische bijbeluitleg? Dat lijkt een vrijblijvende vraag met een groot aantal willekeurige antwoorden, maar het wordt spannend wanneer ter wille van een bepaalde waarheid of visie academische oordelen genegeerd of verdraaid worden. Dan zijn we heel dichtbij de slodderwetenschap die de aanleiding voor dit themanummer was. Immers ook daar had de theorie het primaat en speelden de data soms een ondergeschikte rol (4) met alle gevaren en gevolgen van dien.

Het ligt in het geval van de theologie moeilijker omdat de evidentie, reikwijdte, zeggingskracht van de ‘data’ omstreden kunnen zijn. Maar juist academische theologie zou in staat moeten zijn hier helderheid te verschaffen.

Maar niet alleen de kloof tussen theologische theorie en wetenschappelijke gegevens (‘data’) over de bronteksten bepaalt de vraagstelling, maar ook die tussen theorie en geleefde religie. Vandaar dat in dit nummer ook de ‘gebruikers’ van (theologische) wetenschap aan het woord komen: in dit geval predikanten in hun omgang met theologische wetenschap in relatie met de gemeente of andere leesgroepen.

Klik hier om het themanummer van Kerk & Theologie te bestellen.
Prof.dr. E. Noort is emeritus hoogleraar Oude Testament (Rijksuniversiteit Groningen).

1. Commissies Levelt, Noort, Drenth, Falende wetenschap: De frauduleuze onderzoekspraktijken van sociaal-psycholoog Diederik Stapel, Amsterdam 28.11.2012, 105pp.
2. Falende wetenschap, 54.
3. In Leiden zijn bijbelwetenschap, oosters christendom, christendom tot 1500 en godsdienstfilosofie verdwenen. In Utrecht is de situatie vergelijkbaar, maar daar wordt sterk ingezet op religiewetenschap, in Groningen worden theologie en religiewetenschap in de staatsfaculteit bewust bijeengehouden, de PThU is neergestreken in Amsterdam (VU) en Groningen.
4. D.A. Stapel, ‘Moving from Fads and Fashions to Integration: Illustrations from Knowledge Accesibility Research’, European Bulletin of Social Psychology 12 (2000), 4-27 ‘….When an experiment does not give us what we are looking for, we blame the experiment, not our theory. (At least that is the way I work). Is this problematic? No.’

 

Opmaak 1