BijbelGeen categorieGeloofOverige

Maria – kerstverhaal door André F. Troost, illustratie Willeke Brouwer

Alle mensen

Ik ben er stil van geworden. Ik had er wel bij willen zijn, bij die herders in het veld van Betlehem. Ze hebben me alles verteld.
‘Maria, we hebben nog nooit zo mooi horen zingen! Het was hemels mooi. Maar wat wil je, zo veel engelen bij God vandaan, regelrecht uit de hemel gekomen om ons te laten weten dat jouw kind geboren is.’

Ik lig hier naast de wieg waarin Jezus slaapt. Nu ja, wieg, het is eigenlijk een voederbak voor de dieren. Maar dat maakt mij niet uit. Het is voor Jezus goed genoeg. Jozef heeft naar het hout gekeken en de wieg goedgekeurd.
Jozef kan het weten, want hij is timmerman.

Het is allemaal heel vreemd gegaan. We zijn hier in Betlehem gekomen omdat we ons moeten laten inschrijven. Keizer Augustus wil dat. Iedereen moet naar de stad waar z’n familie oorspronkelijk vandaan komt.
Jozef is in de verte familie van David. En David, de beroemde koning, is nu eenmaal in Betlehem geboren.
Ik zei nog: ‘Jozef, ik denk dat het kind nu bijna geboren wordt.’ Het ging vlugger dan we hadden gedacht. Jammer genoeg bleek er geen plaats meer voor ons in de stadsherberg en konden we alleen nog hier terecht.
Het is behelpen, maar we zijn blij en dankbaar.
Hier is Hij dan, Jezus, ons kind, maar vooral: het Kind van God!

Net zijn we gaan liggen om wat te slapen of er wordt op de deur geklopt. ‘Wie is daar?’ zegt Jozef. ‘Wij zijn het,’ zegt een stem, ‘de herders van Betlehem. Mogen wij even binnenkomen?
Wij hebben iets heel bijzonders gezien!’

Als ze binnen zijn, vertellen ze wat ze beleefd hebben. ‘We hielden gewoon, net als altijd, de wacht in het veld. We passen ’s nachts op de schapen, zodat rovers en wilde dieren die niet te pakken kunnen krijgen. Opeens was er een licht, een groot licht. Het was een stralend lichte engel!
We schrokken er behoorlijk van. Maar de engel zei dat we niet bang moesten zijn.
‘Ik kom met een goed bericht, dat heel het volk blij zal maken. Vandaag is jullie redder geboren, de messias, in de stad van David. Ga maar kijken. Je zult het kind vinden, het is in doeken gewikkeld in een kribbe, een voederbak.’
De engel had het nog niet gezegd of we zagen een heel leger engelen verschijnen. Het leek wel een groot koor. En zingen dat ze deden!

‘Eer aan God in den hoge
en vrede op aarde –
God houdt van mensen!’

Opeens stonden we weer alleen, in de donkere, stille nacht. ‘Laten we naar Betlehem gaan!’ zei een van ons. Meteen gingen we op weg. En zo kwamen we hier, om het wonder te zien. Mogen we het kind aanbidden, Maria? Dan gaan we daarna iedereen over Hem vertellen. De hele wereld moet het weten!’

Ik ben er stil van. Wil je wel geloven dat ik het nog niet kan begrijpen? Maar een ding weet ik zeker. Wat de engelen zongen, is helemaal waar: God houdt van mensen!

Vader, wij danken U voor Jezus, onze redder. Help ons om, net als Maria, stil in ons hart te bewaren wat over Jezus is gezegd.

 

Dit verhaal komt uit de kinderbijbel Alle mensen van André F. Troost en Willeke Brouwer.


Willeke Brouwer en André F. Troost

www.andretroost.nl
www.willekebrouwer.nl

1 reactie

  1. 19 april 2012 om 21:32

    Geachte André F.Troost,
    Waarom zou Paulus helemaal niet op het geboorteverhaal van Jezus zijn ingegaan? Voor hem géén: Stille nacht heilige nacht, Davids Zoon, lang verwacht, die miljoenen eens zaligen zal…’ Volgens het Evangelie van Paulus zal de Géést, die in Jezus was, ons, heidenen, zaligen! Het enige wat hij over Hem gezegd heeft, staat in Galaten 4.4-7, waar staat:’Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij (heidenen) het recht van zonen verkrijgen zouden.En, dat gij zonen zijt – God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Ábba, Vader’.Er werden dus twéé Zonen van God uitgezonden, want Paulus gebruikte een pleonasme, ofwel een woordovertolligheid. Wélke zoon zou immers níet uit een vrouw geboren worden? Hij had er natuurlijk een bedoeling mee, want er ís in de Bijbel ook sprake van de Zoon van God, die níet uit een vrouw geboren is. En deze Zoon (ofwel de Geest, die in Jezus was), zond God in de harten van álle mensen (heidenen) uit. Volgens Hebr.7.3 heeft deze Zoon geen vader, geen moeder, geen geslachtsregister, geen begin van dagen, of einde des levens, en, den Zoon van God gelijk, blijft hij Priester voor altoos. Dit betekent, dat de eniggeboren Zoon, die in Johannes 3.16 genoemd wordt, niet de mens Jezus is, maar Gods Geest. En Paulus omschreef Hem, zoals we al zagen als de Geest zijns Zoons, die God in onze harten uitgezonden heeft. Hij gebruikte de term ‘uitgezonden’ dan ook twee keer. Dat de mens Jezus niet de eniggeboren Zoon van God was, blijkt ook nog uit zijn antwoord aan de Joden, die Hem verweten, dat Hij, een mens, Zichzelf tot God maakte. Jezus verwees hun toen naar Psalm 82.6a, waar staat: ‘Wel heb Ik gezegd, gij zijt goden….’Het: ‘Ja allen zonen des Allerhoogsten’liet Hij achterwege, maar in beginsel zijn alle mensen zonen des Allerhoogsten! De engel zei dan ook bij de aankondiging van zijn geboorte, dat Hij Zoon des Allerhoogsten genoemd zou worden!
    Vr.groet.