Muziek & liturgie

Liturgisch jaar, hoezo? – door drs. A.M. de Hullu

Toen ik enkele maanden studieverlof aan het liturgisch jaar wijdde en er vervolgens een boek over ging schrijven waren de reacties verschillend. Aan de ene kant merk je een toenemende belangstelling voor het liturgisch jaar. Bij predikanten, maar ook bij mensen die actief zijn in het kinderwerk en liturgisch bloemschikken en bij andere kerkgangers. Maar ik kreeg ook verbaasde reacties. Is het niet jammer daar zoveel energie in te steken? Is dit niet iets voor liturgische perfectionisten, die kicken op liturgische hoogstandjes, waar de gemeente niets mee opschiet? Heeft deze studie enige relevantie voor de kerk in onze cultuur?

In onze samenleving wordt breed ervaren dat hypes op een ongezonde manier beslag leggen op de aandacht. We beleven van alles en beleven dat intensief en worden van de ene naar de andere beleving gesleept en lijden aan belevingsmoeheid. Ook de geloofs- en liturgiebeleving lijdt hieronder. Dan wordt een (goede) kerkdienst een mooie ervaring, die je al snel weer kwijt bent. Vandaar mijn verlangen dat het geheim van Christus meer beslag legt op onze tijd. Vanuit eenzelfde verlangen is in de loop van de eeuwen het liturgisch jaar gegroeid. Het paasfeest, het grote feest van de verlossing, wordt dan omgeven door een aanlooptijd én een uitlooptijd. Juist die uitlooptijd maakt het waardevol in onze cultuur. Een voorbereidingstijd kent de seculiere cultuur ook wel. Tuincentra en andere staan al maanden van te voren vol kerstspullen. Maar juist de uitlooptijd zorgt er voor dat het wonder van het feest meegaat in je leven.

Ik pleit er daarom in mijn boek voor dat predikanten en liturgiecommissies al in oktober of november eens de tijd nemen om de periode van advent tot en met de laatste epifaniezondag te overzien. Het is een prachtige spanningsboog om elkaar als gemeente in mee te nemen. Het Oecumenisch Leesrooster doet dat dit jaar aan de hand van het evangelie van Lucas. Het valt mij op dat in deze evangelieteksten de verkondiging bijzondere aandacht krijgt. Bijvoorbeeld in de evangelieteksten voor de tweede en derde adventszondag over Johannes de doper. In de kerstnachtdienst lezen we Lucas 2:1-20. Ik hoop dan te preken over vers  8-9b. God kan niet wachten het goede nieuws bekend te maken. Vandaar het engelenbezoek aan de herders. Op de kerstmorgen horen we hoe Jezus zelf het Woord is (Johannes 1:14). De spanningsboog loopt uit op Jezus’ verkondiging in Nazaret, waar hij zelf de verkondiging is (Lucas 4:21) en op het uitzicht op de wereldwijde verkondiging (Lucas 5:10). Ik hoop zo mijn kerstpreek een mooi vervolg te geven wat in mijn leven en dat van mijn hoorders doorwerkt. Samen geven het geheim van Christus ruimte in de tijd.

Ik noem nog enkele argumenten voor het volgen van het liturgisch jaar:

  • De oudtestamentische feesten kennen op vergelijkbare manier een feestcyclus (rond het begin van het voorjaar en het begin van de herfst), evenals veel andere godsdiensten.
  • Het voorkomt versnippering van de aandacht door themazondagen, gastpredikanten en grillige tekstkeuze van de eigen predikant(en).
  • Het sluit aan bij het belevingsjaar, met name in de kerstcyclus, maar in mijn boek laat ik zien dat die aansluiting er op  meer momenten is.
  • Het verbindt met de kerk van alle tijden en alle plaatsen.
  • De vaste invulling van de zondagen vergemakkelijkt samenwerking. Ik denk dan aan overleg b.v. met kinderwerkers, maar ook aan het gebruik maken van materiaal wat ontwikkeld wordt voor alle gemeenten die het liturgisch jaar volgen.
  • Tenslotte gebruik ik graag het beeld van de kurkentrekker. Het liturgisch jaar ken een element van herhaling. Maar door van jaar tot jaar eenzelfde rondje te draaien dring het geheim van Christus steeds dieper door in je leven.

Mijn boek Tijd voor het geheim van Christus bestaat globaal uit twee delen. Het eerste deel beschrijft en evalueert de ontwikkeling van het liturgisch jaar. In de rest van het boek volgen we het liturgisch jaar van advent tot de voleindigingszondagen.

Harrie de Hullu


Drs. A.M. de Hullu is predikant van de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) te Apeldoorn en voorzitter van het deputaatschap Liturgie en Kerkmuziek.