Geen categorieOverige

Liefde en verantwoordelijkheid – door dr. Wilken Veen

Dietrich BonhoefferIn 1985 schreef Harry Kuitert een berucht boek met de titel: Alles is politiek, maar politiek is niet alles. Daarin stelde hij dat je met de Bergrede geen politiek kon maken en hij haalde juist Bonhoeffer aan, die had opgeroepen de weg van het kruis te gaan en af te zien van politiek.  Wie de Bergrede wil gehoorzamen, zo schreef hij, veronderstelt een kerk die niets meer van de wereld te verwachten heeft en op haar beurt ook niets meer van de wereld verwacht. Ik schreef destijds in een recensie, dat de gedachtenis van Bonhoeffer hiermee geweld wordt aan gedaan en ik denk dat nog steeds. Kuitert had wellicht Navolging gelezen, maar dan slecht en Bonhoeffers Ethik waarschijnlijk helemaal niet*).

Nu moet ik daar ruim vijfentwintig jaar later en na een zeer intensieve studie van Bonhoeffers Ethik wel iets aan toe voegen. Bonhoeffers meende wel degelijk dat de navolging van Christus, zoals die in de Bergrede gevraagd wordt, ook in ethische, ja zelfs in politieke zaken gedaan moest worden, maar hij meende niet – en daarin had Kuitert een heel klein beetje gelijk – dat je in de Bergrede rechtstreekse directieven kon lezen voor een hedendaagse praktijk. Maar anders dan Kuitert, concludeerde Bonhoeffer daaruit niet dat die Bergrede daarvoor dus niet van belang was, maar  dat je ermee aan de slag moet: studeren, exegetiseren, actualiseren, hermeneutiek toepassen, de bijbel lezen in het licht van de werkelijkheid waarin je leeft; ja alles doen, wat in je vermogen ligt, om erachter te komen, wat de wil van God in een concrete situatie zou kunnen zijn. En dat is precies wat hij gedaan heeft met het werken aan zijn ethiek. Bonhoeffer is een modern mens, hij is geen piëtist en hij is geen fundamentalist. In de laatste jaren van zijn leven, in de gevangenis van Tegel, vraagt hij zich zelfs af in hoeverre hij religieus is en stelt vast dat hij zich vaak zoveel beter op zijn gemak voelt te midden van geseculariseerde mensen (en daarmee zal hij zeker ook zijn medecomplotteurs, zijn zwagers Schleicher en Von Dohnanyi en vooral ook zijn broer Klaus hebben bedoeld) dan in het gezelschap van vrome en religieuze mensen. Maar wie Christus voor hem is en wat God van hem wil, dat zijn vragen waar hij zijn hele volwassen leven mee bezig is geweest.

Toen mij tijdens een eerdere bijeenkomst over de ethiek gevraagd werd voor wie Bonhoeffer zijn ethiek eigenlijk geschreven had, antwoordde ik enigszins provocerend: in de eerste plaats voor zichzelf. Natuurlijk moet je dat relativeren, en heeft Bonhoeffer zijn ethiek zeker ook voor de Bekennende Kirche geschreven, maar het is toch ook steeds zelfreflectie. Overal waar Bonhoeffer zich afvraagt wat een gelovig mens te doen staat, vraagt hij zich ook af wat hemzelf te doen staat. Hij voelt zich verantwoordelijk en hij legt verantwoording af voor wat hij doet. Het zal één van de kernwoorden in zijn ethiek worden: Verantwortung, dat Duitse woord dat zowel verantwoording als verantwoordelijkheid betekent. Als Willem Visser ’t Hooft in 1948 een motto zoekt voor de oprichtingsvergadering van de Wereldraad van Kerken schiet hem een term van Oldham te binnen: responsible society! En het kan haast niet anders of hij moet teruggedacht hebben aan de keer dat hij daarover met Bonhoeffer discussieerde. Daar gaat het om: Liefde en verantwoordelijkheid.

We zullen nooit weten, hoe Bonhoeffer zijn boek had genoemd als hij het zelf uit had kunnen geven, maar ik gok hierop: Liebe und Verantwortung. Maar met die liefde en in die verantwoordelijkheid moet een mens wel een besluit durven te nemen, een daad durven te stellen. Er is geen absolute garantie dat hij het goede doet, maar hij zal het erop moeten wagen en mag hopen op vergeving voor het geval hij verkeerd kiest. Want dat is wat voor Bonhoeffer als een paal boven water staat: er moet iets gebeuren. Niets doen, omdat je je dan ook nergens schuldig aan zou maken, dat is de slechtste oplossing. Daarom vind ik de ethiek van Bonhoeffer één van de spannendste boeken die ik ken. Het geeft geen kant-en-klare antwoorden, maar het helpt ons wellicht om de juiste vragen te stellen.

Die vraag, wat ons te doen staat, dat heeft niets met moraal te maken, maar is de concrete vraag wat geloof in de praktijk is. Waar die vraag – om wat voor reden dan ook  – niet meer gesteld wordt, daar dooft het licht. En ik denk – en dat doet mij van dag tot dag pijn – dat die vraag in onze PKN, omwille van de lieve vrede of omdat godsdienst nu eenmaal een privéaangelegenheid is, nauwelijks nog gesteld wordt. En dan gaat het nergens meer over en moeten we ons niet verbazen, wanneer men de kerk massaal de rug toekeert. Bij de mijns inziens noodzakelijke heroriëntatie van onze kerk zou het denken van Bonhoeffer een belangrijke rol kunnen spelen.

Tenslotte wil ik nog iets zeggen over het ontstaan van dit boek. Want die ligt hier, in deze Thomaskerk, Daar zijn we in het voorjaar van 2006, ik was toen net naast mijn werk als wijkpredikant in Noord predikant van het Leerhuis Amsterdam geworden, begonnen met het lezen van Bonhoeffers Ethik. Omdat niet iedereen even gemakkelijk Duits las, vertaalde ik de te behandelen teksten.

We hebben maar liefst vijf semesters – telkens drie bijeenkomsten per keer – Ethiek gelezen en toen lagen er concept-vertalingen van de eerste vijf hoofdstukken. Daarmee heb ik mij eerst gemeld bij Ten Have, want die hadden immers de eerdere Bonhoeffer-vertalingen uitgegeven en ik dacht dat ze kennelijk het monopolie daarop hadden. Maar zij waren niet geïnteresseerd – te moeilijk – en toen heb ik een afspraak gemaakt met Nico de Waal, omdat hij eerder een ander boek van me had uitgegeven en die was vrijwel direct positief. Bij onze tweede afspraak belde hij me op of ik misschien geïnteresseerd was om het samen met iemand anders te doen. Ik stond daar in principe voor open en toen ontmoetten Gerard en ik elkaar voor het eerst op initiatief van Nico. Op zich lag deze combi van een oud-CvS-voorzitter en een hoogleraar uit Apeldoorn niet direct voor de hand, maar het was een gouden greep. We vonden elkaar primair op onze liefde voor Bonhoeffer. Maar er is natuurlijk meer: Gerard is gepromoveerd op Iwand, ik op Duitse Kerkstrijd. En Iwand is voor mij vooral de man van het Darmstädter Wort, het ijkpunt voor het rechte verstaan van waar het om ging in de Duitse Kerkstrijd. Geleidelijk aan duurden onze bijeenkomsten steeds langer, maar de tijd dat we ons met de tekst bezig hielden niet. Ik denk dat het boek er ook zonder Gerard gekomen zou zijn, maar ik weet heel zeker dat het nu een beter boek is geworden. Gerard bedankt en jij Nico en heel het apparaat van het Boekencentrum ook bedankt. Jullie, jij, Lydeke van Beek en Arend Smilde, lieten door jullie grote aandacht vanaf het begin merken, dat jullie het ook een belangrijk boek vonden. Er is – in alle opzichten – veel in geïnvesteerd. Ik hoop dat het eruit komt.

*) Bij de borrel na afloop van de presentatie zei een oud-leerling van Kuitert, dat Kuitert de Ethik niet alleen had gelezen, maar ook opgaf als verplichte leesstof voor wie de colleges ethiek volgde. Wel merkwaardig, dat hij dan iedere keer over Bonhoeffers uitspraak: De Bergrede is er om gedaan te worden (pag. 234) heen heeft gelezen.

Wilken Veen, 21 mei 2012


Dr. Wilken Veen is predikant voor leerhuiswerk in Amsterdam.