Geen categorie

Lezing evangelie, cultuur en islam door Dr. Bernhard Reitsma

Ongeveer een maand geleden, op 10 april 2014 hield Dr. Bernhard Reitsma, schrijver van het boek Adembenemend, een lezing over de houding tussen de verkondiging van het Evangelie in de context van de islamitische cultuur. Hij hield deze lezing bij de studentenvereniging P.F.S.A.R. te Apeldoorn. Hieronder vindt u een samenvatting van deze lezing.

 

Hoe verhoudt de verkondiging van het Evangelie zich tot de context waarin de verkondiging plaatsvindt, in het bijzonder de islamitisch culturele context? In hoeverre moet of kun je het Evangelie aanpassen aan en/of inpassen in de culturele context waarin je als zendeling, bij missionaire activiteiten, of ook als gelovige terecht komt? Dat waren enkele van de vragen die ik aangereikt kreeg voor een lezing voor theologie studenten in Apeldoorn. Een paar kernpunten naar aanleiding van mijn lezing.

  1. Inleiding

Hoe leg ik het evangelie uit in de specifieke context waarin ik leef en werk. Die vraag is even oud als actueel. Toen het Evangelie na pinksteren de wereld introk, was het de vraag hoe de gemeente aan niet-Joden moest uitleggen dat God definitief in de geschiedenis van zijn volk Israel had ingegrepen. En of niet-joden joods moesten worden, zich aan de Torah moesten houden, om bij het volk van God te kunnen horen. Vandaag is het niet anders. Wat betekent het Evangelie van schuld en vergeving in een eer en schaamte cultuur. Wat betekent de doop als in bepaalde culturen met het uitgieten van water over een vrouw een vloek over haar leven wordt gelegd en ze onvruchtbaar zal zijn. Hoe leg ik uit dat Jezus Koning is in een cultuur waar een man pas meetelt als hij een leeuw gedood heeft, meerdere vrouwen en kinderen heeft en veel koeien bezit. Kortom, wat is de verhouding tussen Evangelie en context?

 

  1. Het evangelie is contextueel.

a. boodschap is altijd contextueel

Het Evangelie is altijd contextueel. De boodschap komt altijd tot ons in onze eigen taal en cultuur, anders zou deze ons volkomen voorbijgaan en geen contact maken met onze werkelijkheid. Dat is ook één van de obstakels bij het lezen van de gelijkenissen van Jezus. Hij gebruikt alledaagse situaties om zijn boodschap duidelijk te maken, maar die situaties komen in onze werkelijkheid zo niet voor. Het kernpunt van de boodschap ongaat ons (zie mijn twee boeken Onvoorstelbaar en Adembenemend).

De kerk heeft altijd beleden dat de Bijbel zelf door de context is bepaald. Hoewel het voor 100 % Gods geopenbaarde woord is, geinspireerd door de Heilige Geest, is het niettemin ook voor 100 % mensenwoord. God heeft mensen met heel hun wezen en context in dienst genomen en dat proef je op elke bladzijde van de Bijbel. Op dit punt verschillen christenen fundamenteel van moslims. De Koran wordt veel sterker dan de bijbel gezien als letterlijke bijdrage uit de hemel, zonder enige toedoen van mensen. Deze kan daarom ook niet vertaald worden uit het Arabisch, zonder op te houden Koran te zijn.

In de missiologie zijn we ons de laatste eeuw steeds sterker bewust geworden van het feit dat ook de zendeling zelf een contextuele boodschap met zich meebrengt. Contextualisatie is daarom een veel complexer proces dan slechts het vertalen van een soort puur Evangelie in een nieuwe context. Het gaat om een wederkerige interactie tussen boodschap, vertolker en context.

Concluderend kunnen we stellen dat onze altijd invloed heeft op ons begrip en verstaan van God en op de wijze waarop we ons geloof vorm en inhoud geven. De context/cultuur is dus niet zomaar los te pellen van een soort zuiver –contextloos – Evangelie. Ook de pogingen daartoe zijn zelf contextueel bepaald.

 

b. Geslaagde contextualisatie?

Dat het Evangelie contextueel bepaald is, wil niet zeggen dat het Evangelie in de cultuur opgaat of uit die cultuur opkomt. Het ligt niet in het verlengde van wat mensen denken en willen. God heeft weliswaar met de schepping ook culturen en contexten gerealiseerd, maar waar de mens zich van God afkeert ontspoort ook de context. Het Evangelie is in een aan God opstandige werkelijkheid kritisch aanwezig; het is niet ‘naar de mens’. Het gevaar van contextualisatie is dat we het Evangelie zo laten landen, dat het irrelevant wordt, omdat het alleen maar bevestigt wat we al dachten of wilden.

Contextualisatie is dus geslaagd als het Evangelie enerzijds tot leven komt in een bepaalde context, mensen werkelijk in hun eigen wereld aanspreekt en tegelijkertijd toch authentiek Evangelie blijft (Newbigin). Zonder contextualisatie blijft het christelijk geloof ‘uitheems’, het geloof van een ander. Dan veranderen mensen niet echt op het diepste niveau van hun waarden en gewoonten. Als het Evangelie zo opgaat in de cultuur dat het acceptabel wordt en niet meer schuurt, is het geen Evangelie meer.

Hoe kunnen we dan ooit de kracht van het vreemde evangelie in onze eigen cultuur ontdekken als het altijd in een bepaalde contextuele vorm tot ons komt? Alleen door samen met alle heiligen uit het verleden (geschiedenis), het heden en uit allerlei culturen, de schriften te onderzoeken. De christelijke gemeenschap is de hermeneutische context die ons bewaart voor syncretisme.

 

  1. Contextualisatie, inherent aan het Evangelie: Jezus de Jood

(beknopte weergave van hoofdstuk 3 uit Wie is onze God, Arabische christenen, Israel en de aard van God¸ uitgave van Boekencentrum, 2006)

De noodzaak van contextualisatie is niet alleen gegeven met de context, maar veel sterker nog bepaald door de aard van het Evangelie. Met name de incarnatie van Christus is de basis en het principe van geslaagde contextualisatie. In Jezus werd God volkomen mens, in een specifieke context en cultuur. Jezus was een jood en kan alleen als jood begrepen worden, religieus en cultureel. Tegelijkertijd overstijgt Jezus ook zijn Jood zijn. Hij is God zelf en zo de verlosser van de wereld. Hoewel het ‘joods’ mens worden fundamenteel is in de openbaring van God, gaat God niet in het jodendom op. We kunnen uit het jood-zijn van Jezus niet concluderen dat God joods is, net zo min als we uit het ‘man-zijn’ van Jezus kunnen concluderen dat God een man is. God is geen mens, maar de schepper en verlosser van jood en niet jood, van mannen en vrouwen. Het is veelzeggend dat ‘niet-joden’ volgens het Nieuwe Testament niet joods hoefden te worden om bij het volk van God te kunnen horen. De mens Jezus transcendeert de particulariteit van het mens zijn – Hij is meer dan die ene mens in die ene context – en kan er zo ook voor iedereen zijn. De gedachte van de incarnatie, maakt dus de ‘inculturatie’ van het Evangelie niet onmogelijk, maar schept er juist de voorwaarden voor. God komt als mens waar wij als mens zijn, ongeacht ons geslacht, ons ras of onze cultuur.[1]

 

4. Testcase contextualisatie.

Een testcase voor geslaagde contextualisatie is de zogenaamde ‘insiders movement’ in de islamitische wereld. Daarmee worden die gelovigen bedoeld die Jezus willen volgen in hun eigen culturele en religieuze context. Ze noemen zich volgelingen van ‘Isa Al-Masih, of Moslim volgelingen van Isa, ook wel Messiasbelijdende moslims. Het gaat hierbij om de groep C5 in het spectrum van John Travis. Travis heeft in de vorige eeuw een classificatie gemaakt van Christus-gerichte gemeenschappen (‘Christ-centred communities’) naar de wijze waarop zij het christelijk geloof vorm geven in hun eigen context en cultuur. Het spectrum loopt van C1 – C5, waarbij C1 de minst en C5 de meest cultureel aangepaste gemeenschappen zijn. (C6 bestaat uit mensen die hun geloof in Jezus Christus geheim houden en niet direct uiterlijk herkenbaar zijn als christen; ze vallen dus in wezen buiten het spectrum). Cruciaal is het verschil tussen C4 en C5, waarbij de C5 gelovigen helemaal binnen de sociale en religeuze islamitische gemeenschap willen blijven, hoewel ze tegelijk alles wat niet strookt met het Evangelie afwijzen of herinterpreteren. Over deze gemeenschappen wordt (vooral door Westerse) theologen volop gediscussieerd (zie Matthew Sleeman, ‘The origins, development and future of the c5/insider movement debate’, St Francis Magazine Vol 8, No 4, August 2012, 498 – 566). De grote vraag is wanneer het blijven in de eigen culturele en religieuze context leidt tot een vermenging van christelijk geloof en islam. Wat zijn de grenzen van contextualisatie: welke vormen, uitingen en overtuigingen zijn neutraal genoeg om ook als christen over te nemen. Misschien moeten we de vraag ook wel omdraaien. Op welke manier kan het Evangelie traditionele vormen en uitingen hervormen en in dienst stellen van de verkondiging van Christus. De discussie hierover zal voorlopig nog wel worden voortgezet. Westerse theologen moeten in ieder geval wel voorzichtig zijn met hun oordelen over anderen, die het geloof in hun eigen context met vallen en opstaan proberen vorm te geven. Anders zouden ze nog vergeten dat de manier waarop ze zelf theologiseren niet minder contextueel bepaald is en wellicht ook wel zeer heidense vormen, uitingen en gedachten heeft geassimileerd.

 

Bernhard Reitsma is bijzonder hoogleraar aan de VU, met als leeropdracht de kerk in de context van de islam. Tevens is hij schrijver van het boek Adembenemend.

 

1 reactie

  1. trudie van der spek
    19 mei 2014 om 16:32

    Het is zo jammer dat dr Reitsma geen heldere begrippen hanteert. Contekstualisatie is een raar woord. Als je het letterlijk neemt zegt het: tot contekst maken – en dat bedoelt Reitsma niet. Hij bedoelt de vraag te stellen: hoe kom ik als christen zo ver dat het evangelie overkomt in de andere cultuur. Zijn onderwerp is boeiend en belangrijk genoeg, maar kan veel eenvoudiger worden besproken. Iedereen kan denken aan Paulus in Athene. Alleen hebben wij het op dit punt moeilijker dan Paulus, want wij zijn heidenchristenen…
    Het evangelie hoeft niet gecontekstualiseerd te worden want het heeft zelf al een contekst: de Joodse. Paulus confronteerde de Grieken met de Joodse contekst van het evangelie door aan te knopen bij de griekse vroomheid. Zo kwam hij bij de Ene.onbekende.
    Als wij met moslims praten zullen wij nooit die Joodse contekst van het evangelie mogen verdonkeremanen. Wij zelf zijn er met ons heidendom ook aan onderdoor gegaan, zij het dat wij helaas veel heidense ideeën hebben laten zitten en ingebracht in de heidenschristelijke kerk – ideeën die tot op vandaag problemen geven. Juist ook als wij met moslims te maken hebben. Wat zou Paulus hebben gedaan – is de beste uitgangsvraag.
    Paulus zou nu misschien hebben aangeknoopt bij het monotheisme en dan uitkomen bij de God van Abraham Izak en Jakob. Maar Paulus zou nooit gezegd hebben dat Jezus ook God is. God heeft zonen, maar geen collega’s. Een van die zonen is als mens geboren zijn enig geboren Zoon.