Kerk

Leven onder een koperen hemel? – door Evert van der Veen

Hans EschbachWe leven in religieus opzicht in een ernstige impasse. Er is een voor ons gevoel soms onoverbrugbare afstand tussen God en mens, de kerk verliest niet alleen haar leden maar lijkt ook haar inspiratiebron kwijt te zijn en veel mensen zoeken elders hun zelfgemaakte heil.

Deze koperen hemel is het uitgangspunt van dit boek dat een belangrijke bijdrage vormt in het theologische denken van het Evangelisch Werkverband. Moeite heb ik wel met de vooronderstelling dat die koperen hemel onze keuze is: ‘In het Westen hebben we ervoor gekozen om een soort ‘koperen hemel’ te bouwen: een onzichtbare denkbarrière, die ons gescheiden houdt van God en de geestelijke wereld. Ook de westerse kerk heeft die gedachte voor een groot deel overgenomen’, pag 7.

Ik denk dat deze stelling toch echt tekort doet aan veelzijdige historische ontwikkelingen en de huidige complexe werkelijkheid. Wat hier als een onze keuze wordt geponeerd lijkt mij in werkelijkheid een complex proces van religieuze, sociale en culturele factoren dat ons in menig opzicht is overkomen. Niemand heeft daar zelf bewust voor gekozen. We zijn er ook niet altijd gelukkig mee maar bevinden ons nu eenmaal in deze situatie. Het is het geestelijk klimaat van onze tijd, de huidige mentaliteit van mensen die niet alleen om ons heen is maar ook in onszelf zit.

Dat neemt niet weg dat deze bundel veel lezenswaardige bezinning aanreikt die een andere kijk geeft op de evangelische beweging. Een klein maar niet onbelangrijk detail is het gegeven dat de PKN jaarlijks 50.000 leden verliest en dat de wereldwijde kerk dagelijks met 83.000 leden groeit. Een markant gegeven waar we ons niet van bewust zijn maar dat wel troostend is!

Het is goed dat in deze bundel het gesprek met een ‘buitenstaander’ wordt aangegaan, namelijk Jan Offringa, oud-voorzitter van Op Goed Gerucht, een eigentijdse groepering binnen de PKN. Naast tal van opmerkingen waarin een nogal ingrijpend verschil van theologisch denken naar voren komt, legt Offringa verrassend de nadruk op de betekenis van de Geest. Het was goed geweest om dit meer uit te werken en op die manier te zoeken naar aanwezige verbindingen die noodzakelijk zijn om samen aan de kerk van Christus te bouwen. Nu is het een op zich zinvol gesprek waar het ‘tegenover’ toch overheerst.

Het hoofdstuk waarin onze algemene vooronderstellingen worden besproken, de positie waar we vaak onbewust vanuit gaan, onze manier van denken, is van goede diepgang en maakt duidelijk dat we nooit waardenvrij zijn. We dragen meer visie mee dan we denken en het is goed om daar bij stil te staan en dit te onderkennen. Het is wel jammer naar mijn mening dat deze bijdrage niet door een westerse theoloog is geschreven want daardoor mist hier de noodzakelijke verbinding met onze eigen cultuur. Dit had de bedoeling nog duidelijker gemaakt en ook in voorbeelden dichterbij kunnen brengen.

Het beeld dat Henk Zeeman van de kerkgeschiedenis wordt geschetst is tamelijk negatief hier en daar en heeft te weinig oog voor het goede dat de kerk en de kloosters ook hebben gedaan in de samenleving. Het beeld dat Antonie Vos van de Nederlands Hervormde kerk sinds de 19e eeuw schetst is evenmin rooskleurig en lijkt er bijna op uit om vooral negatieve elementen te belichten. Willem Ouweneel zet de evangelische stroming in een breder perspectief en laat zien dat deze ontwikkeling al vanaf de Verlichting zichtbaar wordt.

Robert Doornenbal is in zijn bijdrage erg positief over de Keltische spiritualiteit die tegenwoordig zichtbaar wordt in liturgische bewoordingen en liederen van Iona. De nadruk op de natuur en de eenheid van het leven zijn waardevol voor de hedendaagse mens. Hij pleit ervoor om onze vijf zintuigen te gebruiken en dat is een duidelijk pleidooi dat het Woord niet alleen ons gehoor zoekt maar de héle mens in de totaliteit van zijn bestaan.

Vreugdenhil citeert aan het einde van zijn bijdrage met instemming Van der Kooi: ‘Goede theologie bevordert de omgang met God en voorziet van gereedschap tot ontdekking en waarneming van het werk van de Geest’.

Wim de Bruin verdiept zich in enkele woorden uit Jesaja waar God krachtdadig optreedt en maakt daarin duidelijk dat het huidige godsbeeld waarin Gods goedheid voorop gaat te eenzijdig is. Daarin heeft hij gelijk want de nadruk op Gods heiligheid waarin Hij niet alles duldt moet het tegenwoordig afleggen tegen Gods liefde die er natuurlijk is maar ook een – soms duistere – keerzijde heeft. De Bruin noemt dit terecht een ‘loutering van ons verlangen’.

Hans Eschbach droomt aanstekelijk van een vernieuwde kerk maar slaagt er niet helemaal om dit concreet en uitnodigend gestalte te geven in een heldere visie of aansprekende praktijkvoorbeelden.

Dit boek vormt een goede aanzet tot evangelische verdieping en laat zien dat deze stroming wel degelijk in staat is tot reflectie. Het zou mooi zijn wanneer in een volgende bundel het gesprek met ‘andersdenkenden’ wordt gezocht waarbij de verschillen worden benoemd én worden overstegen.

Hans Eschbach en Ruilof van Putten: Als God de hemel opent. Uitzien naar mere werk van de Geest. Boekencentrum Zoetermeer, 220 pag. €17.50


Evert van der Veen, predikant Protestantse Gemeente Nunspeet is vaste recensent op Theoblogie. Hij recenseert ook voor Nederlands Dagblad, Christelijk Weekblad.

1 reactie

  1. Piet Strootman
    29 mei 2012 om 21:48

    De Italiaanse Wijsger Bruno legde er de nadruk op, hoe onzinnig het is, om de Godheid búiten het eigen ik te zoeken, want in ons eigen binnenste staat God in een nadere verhouding tot ons, dan wijzelf tot onszelven staan. Zo ‘vertaalden’de bijbelvertalers, dat Christus ONDER ons is (want zij geloofden, net zoals alle christenen, dat met de Christus altijd de mens Jezus bedoeld wordt) , maar de grondtekst van Kol.1.27 zegt niet, dat Christus ONDER ons is, maar IN ons.De hoop der heerlijkheid’ Paulus bedoelde met de Christus namelijk áltijd de Géést! Nooit de mens Jezus!