KerkKunst

Kunst – we kunnen niet zonder

In het decembernummer van Woord & Dienst. Opiniërend magazine voor protestants Nederland verscheen onderstaand artikel van Jan van der Wolf.

 

Kunst – we kunnen niet zonder

 

Ik heb wel iets met kunst. Misschien komt dat omdat ik ben opgegroeid met een bekend schilderij van Van Gogh, het Caféterras bij nacht. Een reproductie ervan hing bij ons de woonkamer. Als kind keek ik er vaak naar.

Vond ik het mooi? Als kind stel je je die vraag niet. Het hing er gewoon, het was er. Maar het intrigeerde me en steeds keek ik ernaar. Soms ging ik zelfs op een stoel staan om het van dichtbij te kunnen zien. Dat doet kunst: het houdt je bezig. Je kijkt en je kijkt nog eens. Wat zie ik? Zie ik wat ik zie? Is het wat het is?

TerrasKunst opent deuren
Kunst doet een deur open naar een andere wereld. Met onze kinderen heb ik, toen ze nog klein waren, vaak naar kunst gekeken. En steeds vroegen ze: wat is dit? Ik had kunnen antwoorden: dit is een soort koe of dit lijkt wel op een ondergaande zon. Maar ik stelde een tegenvraag: wat zie je? En altijd wisten ze iets te vertellen. En steeds stond ik versteld over hun verbeelding. Ze lieten me iets zien van de andere wereld die bij hen opgeroepen was.
Ooit bezochten we met onze jongens het Jopie Huisman Museum in Workum. Onze Bas, een jaar of drie, bekeek aandachtig een aantal schilderijen. Toen liep hij opeens naar de balie en zei tegen degene die de kaartjes verkocht: “Mevrouw, mevrouw, alles is hier een beetje stuk.” Het had hem geraakt. Dat kan kunst doen.
Kunst doet iets met je. En voor iedereen weer wat anders. Eén kunstwerk en 100 toeschouwers geeft 100 verschillende kunstwerken. Kunst spreekt tot de verbeelding – bij ieder op een eigen manier. Kunst roept een andere wereld op, die er tegelijk wel en niet is. Zij stelt tegenwoordig wat zij verbeeldt.

Groter dan wijzelf
Wij leven in een tijd waarin één plus één twee is. Geld en getallen zijn bepalend en de regel is: meten is weten. Maar met die bril op ontgaat je een groot deel van de werkelijkheid. Wie verliefd zijn beschrijft als een chemisch proces in het brein dat op gang wordt gebracht door geurstoffen heeft wel gelijk, maar heeft niets van het geheim van de liefde begrepen. Daar hebben we de poëzie en verbeelding voor nodig. We kunnen niet zonder de kunst om het geheim van het leven te omschrijven.
Daarom zijn geloof en kunst bondgenoten. Ook het geloof geeft zicht op een andere wereld. Een andere werkelijkheid die je niet kan pakken, maar die zich steeds aan je opdringt. Kunst en godsdienst doen hetzelfde. Allebei proberen zij ons bestaan te verbinden met een werkelijkheid die groter is dan wijzelf. Beide komen ze voort uit geraakt zijn en leven van ‘aanblazing’ of ingeving en geven ze kleur en klank aan verwondering, aan verbijstering.

Jan van der Wolf is predikant te Voorburg en redactielid van Woord & Dienst.

 

Opmaak 1

 

1 reactie

  1. Henry Coyette
    22 december 2014 om 15:51

    Prachtige column. En inderdaad, geloof en kunst versterken elkaar, maken dat we beter zien.
    Mooie reactie van uw zoon: “Mevrouw, mevrouw, alles is hier een beetje stuk.” Zeiden we dat maar wat vaker tegen elkaar in de kerk: alles is hier een beetje stuk.
    Jopie Huisman, koopman in afgedankte spullen, die samengebracht zijn in het Museum van het Mededogen (Freek de Jonge).
    Dat doet mij natuurlijk direct denken aan Gerrit Achterberg, die ook over lompen en oud ijzer schreef:

    De mens is voor een tijd een plaats van God.
    Houdt geen gelijkteken nog iets bijeen,
    dan wordt hij afgeschreven op een steen.
    De overeenkomst lijkt te lopen tot
    deze voleinding, dit abrupte slot.

    Want God gaat verder, zwenkend van hem heen
    in zijn miljoenen. God is nooit alleen.
    Voor gene kwam een ander weer aan bod.

    We zijn voor hem een vol benzinevat,
    dat hij leeg achterlaat. Hij moet het kwijt,
    al de afval, met zijn wezen in strijd.

    Sinds hij zich van de schepping onderscheidt,
    gingen wij dood en liggen langs het pad,

    wanneer niet Christus, koopman in oudroest,
    ons juist in zo’n conditie vinden moest;
    alsof hij met de Vader had gesmoesd.