Geloof

Kerk laat belangrijk tienerpotentieel liggen | door Herman van Wijngaarden

Het zijn van die verhalen waar je van opkijkt: tieners die uit zichzelf een gebedsgroep beginnen, of die uren van hun vrije tijd opofferen om geld in te zamelen voor een project in Afrika. Ze krijgen soms meer voor elkaar dan je verwacht had: ze vormen een muziekgroep, organiseren een gemeente-avond of plannen een heel diaconaal jaar in het buitenland. Kunnen ze dat? Willen ze dat? Ja, er zijn meer tieners die dat willen en kunnen dan de kerk voor mogelijk houdt.

Als HGJB komen we deze tieners tegen: in de gemeente en ook in ons eigen werk. De TOV-avonden organiseren we bijvoorbeeld met inschakeling van tientallen tieners. En de HGJB-Scholierenweekenden (14-17 jaar) draaien voor een groot deel op jongeren die nog maar net iets ouder zijn dan de directe doelgroep. Als één van de kernkwaliteiten voor goed jeugdwerk, hebben we dan ook geformuleerd dat tieners en jongeren persoonlijk ingeschakeld worden. God heeft iedereen gaven en mogelijkheden gegeven om in te zetten binnen de gemeente  ook aan tieners en jongeren. De vraag is of we dat potentieel als kerk wel voldoende inzetten. De HGJB denkt van niet.

Denk groot, doe sterk’

We werden aangenaam verrast toen we het boek Do Hard Things tegenkwamen, omdat dat hier exact op aansluit. Het is geschreven door de Amerikaanse tieners Alex en Brett Harris en door uitgeverij Jes! recent uitgegeven onder de titel Denk groot, doe sterk  tienerrebelutie tegen lage verwachtingen. Een verrassend boek niet alleen omdat het geschreven is daar tieners, maar ook voor tieners, die het in de VS massaal zijn gaan lezen (nu Nederland nog). Het heeft daar bovendien warme bijval gekregen van bekende auteurs als Randy Alcorn en John Piper.

De auteurs zeggen in hun boek dat ze in de wereld de voorbodes [zien] van een historische verschuiving in het denken van tieners. Ze zien die voorbodes in duizenden tieners die in opstand komen tegen de lage verwachtingen die de kerk en de samenleving van hen hebben. Hun aanklacht tegen (onder andere) de kerk is: als jullie weinig van ons verwachten, gaan we ons ook zo gedragen. De kerk kijkt teveel op ons neer vanwege onze jeugdige leeftijd, terwijl God ons juist oproept om een voorbeeld te zijn (1 Tim. 4:12). En aan hun leeftijdgenoten schrijven ze: je kunt veel meer uit je tienerjaren halen dan wat er tegenwoordig van ons wordt verwacht. Als we ons laten leiden door culturele verwachtingen, dan laten we onszelf in een mal proppen waarin weinig ruimte is voor het ontwikkelen van gaven of het worden zoals Jezus.’

Op een (juist ook voor tieners) aansprekende manier werken ze deze stelling in hun boek uit. Ze dagen hun leeftijdgenoten uit tot het doen van vijf moeilijke dingen: 1. Dingen waarbij we ons niet op ons gemak voelen; 2. Dingen die verder gaan dan wat gevraagd of verwacht wordt; 3. Dingen die te groot zijn om alleen voor elkaar te krijgen; 4. Dingen waarvan je niet direct het resultaat ziet; en 5. Dingen die tegen de heersende cultuur ingaan. Volgens tienerwerkers bij de HGJB is het een erg inspirerend boek geworden. Niet voor niets hebben ze voor het eerstvolgende HGJB-Scholierenweekend als thema gekozen: Denk groot, doe sterk.

Uitdaging voor de kerk

Het boek wordt in het voorwoord bij de Nederlandse editie trouwens aanbevolen door Corjan Matsinger van YfC-Nederland. Verder schreef HGJB-directeur Harmen van Wijnen een soort nawoord, als een Uitdaging voor jeugd- en kerkleiders. Want dat is het boek ook. Hij constateert dat ook de kerk last heeft van een denkpatroon dat weinig ruimte laat voor het potentieel van tieners.

Ik citeer hem hier graag uitgebreid: Dit is een bijzonder en spannend boek, omdat het laat zien wat er kan gebeuren als je de bijbelse boodschap serieus neemt. Je zou het kunnen typeren als de concrete uitwerking van wat Paulus aan Timoteus schrijft in 1 Timoteüs 4 vers 12:  Laat niemand u minachten vanwege uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in liefde, in geest, in geloof en in reinheid.  (Herziene Statenvertaling).

Blijkbaar is er in de loop van de eeuwen niets veranderd. Ook in de tijd van Paulus werd al minachtend op jongeren neergekeken – door ouderen, ja zelfs door gelovigen. Dit kan ons ouderen ja, zelfs gelovige ouderen – die werkzaam zijn in de kerk de schouders doen ophalen. Zie je wel, het is van alle tijden, er is niets nieuws onder de zon. Maar we moeten ons wel realiseren dat deze bemoediging van Paulus aan die jonge Timoteus niet voor niets in de Bijbel terecht is gekomen. Blijkbaar zit hier een diepere laag onder. Deze woorden van Paulus zijn door de Geest geïnspireerde woorden. Blijkbaar is het patroon van het minachten van jongeren niet het patroon van Gods Koninkrijk. Alleen al vanwege deze bijbeltekst is het van belang dit boek serieus te nemen in het werk met en voor tieners in de kerk.

HGJB-jubileum

Vandaar ook dat de HGJB ervoor heeft gekozen om dit boek te presenteren ter gelegenheid van haar 100-jarige bestaan. Tijdens de officiële jubileumbijeenkomst (op 12 november jl.) schetste Harmen van Wijnen de positie van de HGJB aan de hand van drie terreinen waarop sprake is van continuïteit met het verleden, en één terrein waarin volgens hem sprake zou moeten zijn van discontinuëteit. Continuïteit moet er zijn als het gaat om het wezen van de HGJB (als toerustingsbeweging voor jongeren); de kracht van de HGJB (in wijzigende omstandigheden steeds weer nieuwe vormen vinden) en de uitgangspunten van de HGJB (staande in de hervormd-gereformeerde traditie).

Daarnaast pleitte hij voor discontinuïteit waar het gaat om de beelden die–in de kerk en de maatschappij- bestaan van jongeren: Deze beelden zijn te negatief en gaan te weinig uit van de kracht en de mogelijkheden die er intrinsiek aanwezig zijn bij met name tieners en jongeren. Het gevolg hiervan is dat zowel kerk als samenleving een belangrijk potentieel laat liggen.

Ter illustratie van zijn stelling noemde hij drie voorbeelden:

  • Een eenzijdige nadruk op aanbodgericht kerkelijk jeugdwerk doet geen recht aan eigen verbanden en eigen netwerken van jongeren.’
  • De eenzijdige benadering in de marktsector van – met name tieners – als zijnde consument in de funindustrie doet hen geloven dat de fase van de adolescentie een langgerekt happy-hour is.’
  • De maatschappelijke en politieke aandacht voor jongeren in de maatschappij is teveel geproblematiseerd. Preventief jeugdwerk en jeugdzorg zijn nodig, maar de kern van het beleid in de samenleving zou meer positief gericht moeten zijn op de aanwezige mogelijkheden bij en participatie van jongeren.

De HGJB ziet uit naar een voortgaande bezinning op dit punt binnen en buiten de HGJB. Maar misschien moeten we eerst het boek van Alex en Brett Harris maar lezen.


Herman van Wijngaarden (1963) werkt als tekstschrijver/redacteur bij de HGJB en redacteur van het imprint Jes! Bij uitgeverij Boekencentrum. Eén van zijn taken is de eindredactie van het tienerblad Spirit (met gelijknamige tienerclubmethode). Daarvoor was hij jarenlang eindredacteur van het jongerenblad TijdSchrift.