IsraëlKerk

Kerk en synagoge tot een zegen – door ds. Kees Lavooij

Kees LavooijDonderdag 1 november vond in de Thomaskerk te Amsterdam de presentatie plaats van het boek Meervoudig verbonden. Nieuwe perspectieven op vragen rond kerk, Israël en Palestijnen. Deze bundel, onder redactie van dr. A. J. Plaisier en prof. dr. K. Spronk, is bedoeld om de „soms vastgeroeste discussie” over Israël nieuw leven in te blazen. Tijdens de presentatie reageerde ds. Kees Lavooij uit Pernis op het boek. U kunt de integrale tekst van zijn lezing hieronder lezen. Dinsdag 13 november plaatsen we de reactie van ds. Jan Willem Stam.

Om te beginnen dank voor het uitbrengen van deze bundel, waarin meerdere perspectieven inzake Kerk&Israel&de Palestijnen op een rij gezet zijn en naast elkaar staan! We zien vaker dat de verschillende perspectieven en visies op deze kwestie niet naast maar tegenover elkaar staan, in verschillende bundels te vinden zijn en door verschillende uitgeverijen zelfs worden uitgegeven en bijgevolg alleen onder gelijkgestemden worden besproken en gelezen… Nu dus anders!

Dank ook voor het in het voorwoord uitgesproken besef dat ook in deze bundel niet het laatste woord over deze ingewikkeldste kwestie op aarde gezegd zal worden. Misschien zou dat voortaan in ieder boek over dit onderwerp als voorwoord moeten staan: we weten het niet precies, het zou ook nog anders kunnen, was dat ook niet het adagium dat ooit door de grote Gadamer ons geleerd is…

Het Evangelisch Werkverband (E.W.) heeft in haar publicaties altijd ingezet bij de verbondenheid met Israël als onze theologische bron en wortel. Liefde voor Jezus Christus kan niet anders dan ook liefde inhouden voor het volk waar Hij als Joodse jongen in geboren en getogen is. Bovendien is die liefde gegrond in die God die dit volk verkoren heeft Zijn Naam te dragen.

In 2007 heeft het voltallig bestuur van het E.W. een reis gemaakt naar Israël om die verbondenheid tot uitdrukking te brengen en met name ook biddend te zoeken op welke wijze de kerk van Jezus Christus voor Israël een troost zou kunnen zijn. Een troost na een lange kerkgeschiedenis, waarin de kerk voor Israël eerder een bedreiging geweest is. Want anti-semitisme is ook de kerk niet vreemd, zoals het de wereld niet vreemd is.

Het anti-semitisme is, zoals Robert Wistrich dat ooit in een boektitel treffend heeft weergegeven: “The longest hatred”, een vooroordeel dat hardnekkig de eeuwen trotseert. Tegenover die traditie zoekt onze kerk vandaag verbondenheid met en wij daarin ook  i.h.b. vertroosting voor Israël. Zonder overigens, en dat lijkt obligaat, geen oog te hebben voor wat er in het land Israël aan problematiek is t.o.v. de Palestijnen. In dat verband wordt er in onze publicaties wel gesproken van twee getraumatiseerde volkeren die op één plek wonen.

Dit gezegd hebbend, kom ik nu tot een beoordeling van het boek “Meervoudig verbonden”, dat in twee delen uiteenvalt: het eerste deel dat de grondlijnen uitzet en het tweede deel dat daaruit meer concrete perspectieven ontwikkelt. Mij is gevraagd in deze boekbespreking een positieve bijdrage te leveren door m.n. in te gaan op wat mij in deze bundel een bruikbaar perspectief lijkt en dat wil ik graag doen.

Daartoe beperk ik me tot de derde bijdrage, die van Robert W. Jenson, die voor mij perspectief biedt in dit “Frozenconflict”, zoals Rob van Wijk, columnist bij Trouw dit noemt als hij het m.n.heeft over Joden en Palestijnen in het Midden-Oosten. Ik zou nu dat perspectief van Jenson graag met eigen woorden aldus willen toelichten:

Wij, de christelijke gemeente, leven onder een bedekking, een bedekking, waarin wij geen goed zicht op Jezus Christus hebben, en die bedekking wordt alleen maar weggenomen als wij  zicht krijgen en willen krijgen op het Joodse volk zoals dat in de traditie van het rabbijnse Jodendom, het synagogale Jodendom gestalte gekregen heeft in de wereld gedurende de laatste 20 eeuwen en ook na 1948 gestalte krijgt in het land Israël.

Dat rabbijnse Jodendom noemt Jenson één van de twee omleidingen. Die andere omleiding is de gemeente van Jezus Christus. Beide omleidingen zijn ontstaan na de verwoesting van de Tweede Tempel: het éne Israël is uiteengevallen in een deel dat bestaat uit diaspora-Joden die de Thora bestuderen en het andere deel uit Jezus-als-Messias-belijdende Joden en gaandeweg steeds meer niet-Joden die de volkeren in de vleesgeworden Thora, Jezus, inlijven.

Zolang wij die rabbijnse omleiding, waarover Jenson spreekt en die ik maar een by-pass noem, zolang wij die by-pass niet erkennen, klopt ons christelijke hart niet goed, want is er een beperkte bloedtoevoer naar dat hart. Juist de kennis van die rabbijnse by-pass, die in het verborgene, zegt Jenson, gestalte van  Christus is, juist die kennis van en die verbondenheid met het Jodendom is van groot belang om te groeien als lichaam van J.C. op aarde.

Twee legitieme by-passes die ervoor zorgen dat het hart in conditie blijft: Gods hart dat klopt in de ene Messias, verborgen stromend in de by-pass van het rabbijnse Jodendom en beleden in de christelijke gemeente, ofschoon ook daar naar de volle openbaring van Hem met Zijn komst in heerlijkheid wordt uitgezien. Zolang wij, de gemeente van Jezus Christus. de legitimiteit van die tweede by-pass ontkennen en negeren leven wij onder een bedekking, de bedekking van de verenging van een christendom dat haar wortels in het Jodendom onvoldoende verdisconteert.

Juist in de erkenning dat zij, het synagogale Jodendom, een eigen weg gaan, zichtbaar geworden misschien wel in de meest dramatische periode van het Jodendom, de tijd tussen 1939 en 1948 als diepte-en hoogtepunt, als een geschiedenis van kruis en opstanding, heeft ons in de tijd erna ( denk aan de Israël-zondag die begon in 1949 ) met hen in contact gebracht en verbindt ons tot op de dag van vandaag met hen.

En in plaats dat deze erkenning van die eigen weg ons op eigen wegen doet gaan zijn we juíst bij elkaar in de leer of tenminste in gesprek gegaan. Die by-pass van die weggelegde takken, die door God al twintig eeuwen bewaard zijn, heeft ons nieuwsgierig gemaakt naar hen en de ogen voor hen geopend. Wat hebben zij wat wij niet hebben? Niet weinig, zo blijkt de afgelopen halve eeuw! Tenminste kennen zij God langer dan wij, maar niet alleen dat…

Wij hebben hen nodig om te aarden, om Jezus in zijn kontekst te verstaan, het schilderij kan zonder zijn pass-partout niet tot zijn recht komen! Wij blijken Israël nodig te hebben om Jezuz Christus te verstaan!

Hebben zij ons ook nodig, zou je kunnen vragen?

Jazeker, Israel, het Jodendom, dat volgens dat hardnekkig vooroordeel nog altijd onverminderd zoveel “Hatred” oproept, heeft in deze wereld vrienden nodig, mensen die ze vertrouwen kunnen, die onopgeefbaar achter ze staan en onopgeefbaar betekent – ik zou haast zeggen vanzelfsprekend – niet onkritisch achter ze staan. Ik heb een aantal hele goede vrienden en één van de voornaamste bestanddelen van die vriendschap is dat wij elkaar kritisch begeleiden. Kritisch verbonden bevragen!

Dus Israel en het Jodendom hebben vrienden nodig, dat kan wanneer we elkaar als by-passes naar dat ene hart van God nodig leren hebben. De 36 jaar dat ik me met deze problematiek bezig houdt, 10 jaar in de vrije ruimte als student en 26 jaar in de vrije ruimte als predikant heeft me dit geleerd en me steeds meer ervan overtuigd dat de christelijke gemeente Jezus niet goed en niet volledig buiten het Jodendom om verstaan kan, ook niet met het Jodendom dat zich nu in het land bevindt, dat haar m.i. naar de belofte toegezegd is.

Een land dat zij niet in bezit heeft, maar dat haar als erfenis geschonken is en dat voor haar een proef of modelboerderij is, waarin Gods wetten zichtbaar gemaakt mogen en moeten worden, vanzelfsprekend ook in samenhang met ieder die daar woont.

Bovendien de openheid, vanuit het besef in een eigen land te wonen, geeft een nieuwe verbondenheid met christenen, ook een openheid in het gesprek over de messias dat in Israel gemakkelijker gevoerd wordt dan daarbuiten. En tegelijkertijd is het land Israel ook een testcase voor de christenheid in hoeverre zij werkelijk solidair is met dit volk, waarmee zij zegt onopgeefbaar verbonden te zijn. Er hangt namelijk een prijskaartje aan: namelijk te delen in dat hardnekkige vooroordeel! Weigert de kerk deze samenhang tussen land en volk te erkennen, dan kon de kerk wel eens eerder verdwenen zijn dan Israël…

Tenslotte nog dit en daar heeft u wellicht al de hele tijd al op zitten wachten: Paulus spreekt ook over een bedekking, een bedekking die over vele van zijn Joodse geloofsgenoten hangt die Jezus niet als de Messias erkennen en die bedekking geeft hem hartzeer, zoals Arjan Plaisier terecht Paulus na spreekt. Maar Paulus zegt dit als Jood, als kenner van het Jodendom, van binnenuit, wij heidenen-van-huis-uit moeten voorzichtig hem dit één twee drie na te zeggen. Niet dat wij geen hartzeer moeten hebben, maar wel dat we bij onszelf te rade moeten gaan waar dat hartzeer precies in wortelt: bij Paulus is dat a.h.w een dubbel hartzeer, a) omdat zij de Messias niet erkennen en b) dat niet doen ofschoon er zoveel sporen zijn die in de wet en de profeten naar die Messias verwijzen, sporen die sindsdien, ik zou haast zeggen, nog nadrukkelijker in de geschiedenis van dit volk zichtbaar zijn geworden en die wij nog maar net een beetje leren ontdekken in de ontmoeting met het levende Jodendom !

Laten wij eerst maar eens goed in de leer gaan bij hen om de sporen van de Messias, die ook daar getrokken worden, te ontdekken en dan zal de sluier, de bedekking die daarzonder over ons hangt langzaam maar zeker worden weggenomen én zal er ook meer kans zijn dat de bedekking die er bij hen is, en waar Paulus over sprak, op Gods tijd, als de inzameling der heidenen voltooid is, zal verdwijnen.

Twee by-passes, die onontkoombaar op elkaar zijn aangewezen: die ene van de christelijke gemeente die de niet-Joden inzamelt, kan niet zonder die andere van het afgezonderde Jodendom, dat God tot op deze dag door alle tegenheden bewaard heeft. Dat te erkennen ontdooit wellicht het “Frozenconflict” tussen Israël en de christelijke kerk, ook van de Palestijnen in het land, want wederzijdse erkenning is een basis-voorwaarde voor ieder gesprek en dat begint bij deze theologische vaststelling zoals Jenson dat voorstelt! Dat biedt m.i. perspectief!

Kerk en synagoge tot een zegen, buiten en in het erfdeel der belofte!

Ik dank u

Pernis
Kees Lavooij