Kerk

Tussentijds vanuit de synode: Kerk 2025: waar een Woord is, is een weg

Het gesprek over de nota ‘Kerk 2025: waar een Woord is, is een weg’ vindt plaats vanuit een positieve grondhouding. In de eerste sprekersronde begint vrijwel iedereen met een compliment, van de noodzaak tot aanpassing van de kerkelijke (bestuurs)structuur is iedereen overtuigd. Vragen en opmerkingen zijn er vooral op punten, naar het zich al aan het begin van de vergadering laat aanzien, zal de nota aangenomen worden.

Wordt de afstand tussen het grondvlak en de landelijke kerk, de dienstenorganisatie niet veel te groot? Krijgt de dienstenorganisatie niet te veel macht als de classes verdwijnen? Moeten de belijdenisgeschriften en het gebed niet explicieter genoemd als basics van de kerk? Is het niet gek om de regionale adviseurs uit de structuur te houden, juist op het moment dat de plaatselijke (wijk)gemeenten meer vrijheid en verantwoordelijkheid krijgen? Laat je juist kleine gemeenten en gemeenschapen dan niet aan hun lot over? Groeien we richting congregationalisme? Verdwijnt het kritische gehalte van de visitatie niet als deze wordt tot een bezoek van de ene aan de andere gemeente? En is het echt wel zo dat de vergaderdruk naar beneden zal gaan?
De vraag waarom de classes nu ineens moeten verdwijnen terwijl ze nog maar kort geleden tot hart van de kerkelijke bestuursstructuur extra stevig in het zadel getild werden, wordt niet gesteld.

Daarnaast klinken er waarschuwingen. Maak niet ‘mobiliteit’ tot instrument om problemen op te lossen, maar ‘flexibiliteit’. Voorkom dat de aanpassingen leiden tot minder kerkplekken in plaats van meer. Het blijkt dat er nog veel geld voorhanden is in de kerken; doe er iets mee! Het zou toch ‘zonde’ zijn wanneer er straks nog wel geld is, maar geen mensen meer. Laat vooral vertrouwen het uitgangspunt zijn in de kerk; in het gesprek over veranderingen, maar ook in de gemeente. Tegenover de vraag of gemeenten niet aan hun lot overgelaten worden, staat de waarschuwing dat ‘eilandjes niet tot kleine koninkrijkjes mogen verworden’, en dat we juist oog moeten houden op het ene Koninkrijk.

De voorgestelde pastor pastorum, oftewel de voorzitter van de regio – bisschop? – een  functie waarin een pastorale kant nadrukkelijk gekoppeld wordt aan een bestuurlijke kant, roept uiteraard ook vragen op. Vragen die in een nader traject uitgewerkt moeten worden. Het rapport wordt nadrukkelijk gepositioneerd als ‘markeringspunt’. Details moeten in de loop van het komend jaar uitgewerkt, deze zullen ook terugkomen tijdens de synodevergaderingen in april en november 2016. Scriba Arjan Plaisier verzucht al wel dat er misschien maar een prijsvraag uitgeschreven moet worden om de meest geschikte naam voor deze de functionaris te vinden.

Na de middagpauze en een paar kortere agendapunten zal het gesprek verdergaan. Het lijkt er vooralsnog op geen enkele manier op dat het rapport aan het einde van de dag niet aangenomen wordt.

Dick Vos, eindredacteur Woord & Dienst, opiniërend magazine voor protestants Nederland.

 

1 reactie

  1. 12 november 2015 om 23:11

    Beste Dick

    mijn complimenten voor je mooie impressie
    ga door ik lees graag het vervolg

    hgr
    Eveline