Kerk

Jezus roept leerlingen, geen kerkmensen’

Onlangs verscheen het nieuwe boek van Sake Stoppels, docent gemeenteopbouw aan de Vrije Universiteit. Het boek, met de titel Oefenruimte, heeft als hoofdthema ‘discipelschap’. Van hem komt de prikkelende stelling: ‘Jezus roept leerlingen, geen kerkmensen’. Ik ben benieuwd wat hij bedoelt en zoek hem op aan de VU. Met dank aan de redactie van tijdschrift Woord & Dienst die toestemming gaf om dit interview te publiceren.

Hoe kwam je erbij om dit boek te gaan schrijven met dit thema?
“De aanleiding was dat ik nadacht over de verschillende vormen van participatie die gemeentes kennen en die door mensen vanuit mijn vak – gemeenteopbouw – worden beschreven dan wel bepleit. Waarom zou er zoiets als een christelijke gemeenschap moeten zijn, wat betekent dat in 2013? Wat mag of moet de kerk verwachten van haar leden? De antwoorden variëren nogal. Van ‘kerk met een aanbod’ of de kerk als tempel (waar je even binnenloopt als je wilt) tot en met Rick Warren, die van gemeenteleden vraagt een contract te sluiten met de gemeente. Kortom, van grote vrijblijvendheid tot een tamelijk verplichte betrokkenheid. Maar ik bleef ontevreden met de antwoorden. Ik was op zoek naar een onderliggend thema, een richtinggevend kader en kwam toen terecht bij ‘discipelschap’.”

Is ‘discipelschap’ geen binnenkerkelijk gebeuren?
“Nee, integendeel! Ik merkte wel onmiddellijk dat het woord allemaal beelden oproept en dat mensen weerstand voelen tegen het begrip. Ze denken meteen aan eng-evangelisch of aan iets voor een incrowd. Wat mij betreft kun je ook gewoon het woord ‘leerling’ gebruiken en essentieel is daarbij de titel van mijn boek: Oefenruimte. De kerkelijke gemeenschap biedt een gastvrije ruimte, maar die ruimte is wel primair een ruimte voor oefening in de navolging van Christus. We zijn geen gemeenschap rond de rommelmarkt, maar rond de vraag: wie is God? Hoe kunnen wij in deze samenleving Christus volgen? Dat is volstrekt geen binnenkerkelijke oefening, integendeel, in de kerk worden mensen toegerust voor hun leven van alledag.”

Hoe ziet dat er dan uit?
“Het gaat om ruimte en gastvrijheid, maar wel om een gekwalificeerde ruimte; het is geen open vlakte. De open vlakte kennen we wel, die is niet interessant. De kerk biedt ruimte én een heldere identiteit en het ‘eigene’ van de kerk prikkelt ook, daagt uit, vraagt om toewijding. Binnen de oefenruimte die de kerk wil zijn en wil bieden, is het belangrijk een idee te hebben van waar je met elkaar heen wilt. Het gaat niet om een thema-avond over het zoveelste interessante boek, maar om Christus volgen. Bieden we mensen daarin meer dan wéér nieuwe inzichten? Weet de gemeente eigenlijk wel wat ze wil rond navolging? Kunnen we ook nog zeggen: ik verander, ik heb iets geleerd, ik groei in mijn weg van geloof?”

Er zijn toch ook mensen die in de kerk alleen maar op adem komen, ze hebben een burn-out of zitten in één of andere crisis?
“Zeker. Maar ook dan ben je leerling en kun je je afvragen wat geloof in die situatie voor je betekent. Wie ben ik in mijn situatie in het licht van het Evangelie? Het gaat niet om activiteiten, of om veel kennis vergaren. Discipelschap is niet veel boeken lezen of allerlei activiteiten ontplooien, maar zelf een open boek worden. Dat is dan ook automatisch missionair. Tegelijk vraagt het wel iets van mensen.

Kerken zouden zich dat trouwens wel eens wat meer kunnen afvragen: vragen wij ook iets van mensen, van onze leden? Waar niets verwacht wordt, gebeurt meestal maar weinig. Het gaat er mij ook niet om dat iedereen verplicht op een kring gaat, hoewel een huiskring vaak wel een goed middel is om te oefenen. Maar er zijn mensen die daar niets mee hebben. Vraag is vooral: hoe kunnen we jou helpen om in jouw situatie leerling van Christus te zijn? Een kernlid in de kerk is voor mij niet degene die zich zeven dagen per week inzet voor de kerk, maar iemand die zich met hart en ziel aan Christus toewijdt.

 ‘Het is belangrijk te weten waar je met elkaar heen wilt’

In mijn boek geef ik het voorbeeld van een gemeente in Norwell (Amerika). Daar ontdekte de United Church of Christ dat hun nadruk op de samenleving en de dienst van gemeenteleden in de samenleving er óók toe leidde dat mensen meer oog kregen voor taken en posities binnen de gemeente. Steun de mensen in hun bediening buiten de kerk en dan zullen ze zich ook herinneren dat ze in de kerk zelf weleens nodig zijn. Dat was de les in Norwell.

Nogmaals: het gaat bij discipelschap om het Koninkrijk. Steun mensen om op hun plek en in hun dagelijks werk volgeling en leerling te zijn – in het dagelijks leven, van dag tot dag. We denken bij pastoraat vaak aan ons privéleven en dan met name aan moeilijkheden in dat privéleven, maar trek de kring breder: hoe kunnen we elkaar steunen om te oefenen in de ruimte van ons dagelijks werk en leven? Dáár is de kerk.”

Lijkt dat niet erg op wat Abraham Kuyper ooit schreef over de ‘kerk als organisme’?
“Jazeker. Ik beweer in zekere zin ook niets nieuws. Ik heb het gevoel dat ik iets afstof wat weer belangrijk zou kunnen zijn. Toen ik me erin ging verdiepen bleek het thema overal op te duiken. Kennelijk vraagt de tijd erom. We voeren het geloofsgesprek meer en meer, dat is een goed begin. Discipelschap gaat verder. De vraag luidt: hoe landt dat dan in mijn leven van alledag? Wat kan ik daarin al oefenend leren?”

Nynke Dijkstra