GeloofJezus

Volgen in het ritme van de rabbi

Ik heb nu al een aantal boeken geschreven, maar voor Jezus leven. Volgen in het ritme van de Rabbi ben ik wel het meest dankbaar. In het boek neem ik je mee op een onvergetelijke reis door de evangeliën die je blik op Jezus voorgoed zal veranderen.

 

Volleyballer die probeert hard te lopen
Van mijn achtste tot mijn vijfentwintigste heb ik gevolleybald. Vooral in mijn studententijd deed ik dit erg intensief. Ik was er goed in en genoot van het spelletje. Ik was een volleyballer.
Toen Ruth en ik kinderen kregen veranderde ons levensritme. Het was lastiger om tijd vrij te maken voor training en wedstrijden, dus stopte ik met volleybal. Maar in mijn hart was ik nog altijd een volleyballer.
We verhuisden naar Zwolle en ik ging op zoek naar een andere sport. De keuze viel op hardlopen. Niet omdat ik dat nu zo leuk vond, maar vooral omdat het praktisch was. Ik kon mijn schoenen aantrekken en de velden inlopen. Het was maximaal effectief.
De eerste maanden vond ik het vreselijk. Ik was snel buiten adem, werd regelmatig duizelig, kreeg last van mijn knieën, schenen en enkels en vond het doodsaai. Toch zette ik door. Maar in mijn hart was ik nog altijd een volleyballer, die probeerde hard te lopen.
Af en toe deed ik mee aan wedstrijden. Ik liep een paar keer een halve marathon en in 2012 zelfs een hele marathon, in Rwanda. Alhoewel ik mezelf marathonloper mocht noemen wist ik diep van binnen dat ik niet meer was dan een volleyballer die probeerde hard te lopen.

Echte hardlopers
Tot de halve marathon van Zwolle, in 2012. ‘De halve van Zwolle’ is een belevenis op zich. Tientallen bandjes treden op langs het parcours, om de lopers op te zwepen en de vele duizenden toeschouwers te enthousiasmeren. De route bestaat uit drie rondes door de binnenstad. Ik had de halve marathon van Zwolle twee keer eerder gelopen en had mijn persoonlijk record staan op 1.52 uur.
Aan de start verzamelden zich de lopers. Ik zag daar bouwvakkers die probeerden hard te lopen. Verpleegsters die probeerden hard te lopen. Ambtenaren die probeerden hard te lopen. En hier en daar ook wat collega-volleyballers die probeerden hard te lopen. Maar naast al die verschillende soorten niet-hardlopers-die-probeerden-hard-te-lopen zag ik daar ook echte hardlopers. Ze waren te herkennen aan hun kleding: mouwloze hemdjes met het logo van hun atletiekvereniging op de borst. AVPEC, de Gemzen, Achilles, dat soort werk. Niet alleen hadden deze echte hardlopers mooie hardloopkleding, ook hadden ze van die mooie diep doorgroefde hardloopkoppen. De eindeloze trainingsrondjes door weer en wind hadden de gezichten uitgelijnd, de kuiten gespannen en de bovenbeenspieren gehard. Deze mannen en vrouwen waren de echte hardlopers en vol ontzag staarde ik hen aan.
De eerste ronde startte ik voortvarend. Het vermogen dat ik vanuit de marathon van Rwanda had opgebouwd betaalde zich uit. Ergens na die eerste ronde gebeurde het. Ik werd ingehaald door twee echte hardlopers. Ik weet nog precies hoe ze er uit zien, tenminste, van achteren. Ik pikte namelijk aan en legde de rest van de wedstrijd in hun kielzog af. De ene had halflang blond haar, een groen-wit gestreept hemdje aan en een sproetenpatroon in zijn nek. De andere had kortgeknipt bijna zwart haar, een zwart shirt met halflange mouwen en een zwart broekje aan. Beiden hadden van die mooi ingevallen hardloopwangen. Dit waren twee échte hardlopers.

Een nieuwe werkelijkheid
Ik nam me voor alles op alles te zetten om deze twee hardlopers te volgen, tot de finish. Ik plaatste mijn voeten exact in hun ritme. Gedrieën denderden we door de straten van Zwolle. Af en toe leidde ik ons spontaan geformeerde groepje, dan sloot ik weer achtereen en focuste ik mijn aandacht op het sproetenpatroon in de nek van de blonde loper.
We finishten in 1.29 uur en feliciteerden elkaar hartelijk. Ik had 23 minuten van mijn persoonlijk record afgelopen en was onder de voor mij magische grens van 1.30 uur gelopen. Op dat moment nam ik een beslissing. Niet langer was ik een volleyballer die probeerde om hard te lopen. Voortaan was ik een échte hardloper.

Lopen in het ritme van de rabbi
Het lopen in het ritme van de mannen die zoveel verder waren dan ik in de hardloopsport deed mij tot onverwachte hoogte stijgen. En meer dan dat, deze wedstrijd zorgde ervoor dat ik mezelf anders ging zien. Ik wás een hardloper. Mijn volleybalcarrière was voorgoed verleden tijd.
Nadenkend over het leven van Jezus en het volgen van hem besefte ik dat er een tijd was dat ik mezelf weliswaar een volgeling van Jezus noemde, maar ergens diep van binnen tegen mijzelf bleef zeggen dat ik een twijfelaar was die zijn best deed om Jezus te volgen. Misschien herken je dat. Ik ken mensen die zichzelf als een vader of moeder zien die zijn of haar best doet om Jezus te volgen. Of als een bankdirecteur of redacteur die zijn of haar best doet om Jezus te volgen. Wanneer het gaat om het volgen van Jezus lijken we vaak op een volleyballer die probeert om hard te lopen. We draaien onze trainingsrondjes, doen af en toe zelfs mee aan een wedstrijd en lopen misschien wel een marathon, maar diep van binnen blijven we onszelf voorhouden dat wat we doen eigenlijk nauwelijks serieus te nemen is. Je kunt al jaren naar de kerk gaan, mee gedaan hebben met evangelisatieacties en radicale keuzes voor God hebben gemaakt, en toch nog die volleyballer zijn die probeert hard te lopen.
Een discipel van Jezus is niet een toevoeging aan je levenspalet, het is je basisidentiteit. Discipel zijn vereist volledige overgave, totale inzet en bovenal de innerlijke overtuiging dat je vóór al het andere en ín alle verantwoordelijkheden éérst en vóóral discipel bent.

Op zoek naar het ritme van de rabbi
Dit klinkt misschien onhaalbaar, of zelfs onaantrekkelijk. Ik vond hardlopen de eerste maanden ook vreselijk. Het was mijn ervaring van het lopen van een halve marathon in het exacte ritme van twee ervaren hardlopers, dat voor de openbaring in mijn binnenste zorgde dat ik iets kon zijn, waarvan ik nooit had verwacht dat ik dat had kunnen worden.
In Jezus Leven ga ik op zoek naar het ritme van Jezus, de rabbi. Ik heb het boek geschreven in de hoop dat jij, als lezer, door de bladzijden heen het ritme van de rabbi op zult pakken en zult ontdekken dat jij werkelijk kunt zijn wat je zelf misschien wel niet had verwacht: een discipel van Jezus. Wanneer wij leren leven in het ritme van de rabbi wordt er een nieuwe dimensie van leven toegankelijk. In het ritme van de rabbi kun je de magische grens van 1.30 doorbreken, of je angsten overwinnen, of in vrijheid leven, of wandelen in je bestemming. Ik omschrijf het leven in deze nieuwe dimensie als Jezus Leven. Het is een bestaan in de realiteit van God, in nauwe verbondenheid met Jezus, vanuit de kracht van de heilige Geest. Het boek is bedoeld als een inwijding tot Jezus Leven. Jij kunt volgen in het ritme van de rabbi. Het. Is. Mogelijk.
4M - Henk Stoorvogel klein
Henk Stoorvogel

 

Jezus leven ligt half maart in de boekhandel.