Wilt u dit artikel inclusief eindnoten lezen, downloadt u dan het gratis pdf-document.

‘Wie vanuit de christelijke theologie spreekt over Israël, raakt niet alleen aan internationale politieke vragen of maatschappelijke stellingnames maar ook aan de kernvragen van geloof en theologie, zoals: Hoe verhoudt God zich tot de volken in deze wereld? Is er bij Hem geen ‘aanzien des persoons’, maar toch nog wel ‘aanzien des volks’? Hoe lezen wij de Bijbel? In hoeverre dienen wij het Nieuwe Testament te gebruiken om het Oude Testament te duiden? Wat is de plaats van Christus in de theologie? Hoever reikt de verlossing door Christus? Op dit soort theologische vragen gaan de auteurs van het boek Het Israëlisme en de plaats van Christus uitgebreid in. Deze bundel staat onder redactie van dr. Steven Paas die onderstaand artikel verzorgde voor Theoblogie.

Vragen

Wat zegt de Bijbel over Israël en over de toekomst daarvan? Is Israël nog steeds Gods unieke volk, meer dan andere volken? Heeft de Bijbelse profetie over Israël een onvervuld tegoed? Is er op grond van de Schrift voor of na de Wederkomst voor Israël een bijzondere toekomst van nationale bekering en herstel te verwachten? Gaat de Kerk ofwel de Gemeente daarom een ongekende bloeitijd tegemoet? Is het Joodse volk Israël of is Israël het Joodse volk? Welke betekenis moeten we toekennen aan het Jood-zijn van Jezus? Moeten Christenen de oudtestamentische sabbatten en feesten houden? Gaat het in de Bijbel om Israël én Christus of om Christus alléén? Op deze vragen zoek ik samen met dertien andere theologen naar antwoorden in een rond de jaarwisseling in het Nederlands en het Engels verschenen bundel essays, onder de titel Het Israëlisme en de plaats van Christus.

Als auteurs beogen wij een eensgezinde verdediging van een christocentrische uitleg van de Bijbel aangaande Israël. Daarmee nemen wij principieel stelling tegen de ideologie van het antisemitisme en tegen de opvatting dat de Kerk Israël zou hebben vervangen, in het besef dat deze gedachtegangen in de loop van de eeuwen de verhouding tussen Joden en Christenen hebben beschadigd. Tegelijk willen wij een antwoord geven op de vragen die worden opgeroepen door de naar ons inzicht verwarrende interpretaties van Bijbelse profetieën door het zogenoemde ‘Israëlisme’, dat een continuering veronderstelt van de bijzondere heilsbetekenis van het volk Israël na het – de hele werkelijkheid omvattende – werk van Christus op aarde.

De Joodse Christen Arnold Fruchtenbaum heeft het begrip ‘Israelology’ ingevoerd. Hij bedoelt daarmee het denken over Israël. Volgens hem is iemands Israëlopvatting bepalend voor zijn of haar hele theologische denken. Veel Christenen trekken dat door naar de politiek. Is de oprichting van de staat Israël in 1948 een vervulling van Bijbelse profetie? Laat de staat Israël terecht de bezetting van de Westbank voortduren en is het Israëlische nederzettingenbeleid gerechtvaardigd? Heeft president Trump gelijk met het verplaatsen van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem?

 

Twee extreme visies

In ons boek laten we deze politieke vragen in het algemeen liggen. Het gaat ons met name om de theologische consequenties van het Israëlisme voor Kerk en geloof. Los van Fruchtenbaums chiliastische noties – die ik niet deel – heeft hij in ieder geval gelijk dat visies op de verhouding tussen de Kerk en Israël niet los verkrijgbaar zijn van visies op de aard en de structuur van de Kerk. Ik wijs hier op twee extreme opvattingen, die we in ons boek blootleggen en afwijzen.

Er zijn al vanouds Christenen die menen dat de Kerk de plaats heeft ingenomen van het oudtestamentische Israël, als specifiek door God verkozen etnisch volk. De Kerk zou dan de voortzetting van Israël zijn. Er zijn ook Christenen die zich (vaak fel) verzetten tegen deze visie omdat zij denken dat Gods verkiezing van Israël als het unieke Godsvolk ook na Golgotha doorloopt. Naast de Kerk is in die gedachte Israël nog steeds Gods speciale volk, met een aparte status op de heilsweg. Daarbij roept men dan de Kerk op om te beseffen en uit te werken dat zij van Joodse afkomst is.

De eerste visie wordt beheerst door de vervangingsgedachte, de tweede in wezen door een tendens van Judaïsering van Kerk en geloof. Hoezeer zij ook van elkaar verschillen en tegenover elkaar staan, zij leggen beide aan de Kerk oudtestamentische regels en structuren op, die in Christus een andere en diepere betekenis hebben gekregen, uitstijgend boven en buiten een aan etnisch Israël gebonden perceptie. Immers, de Kerk als gemeenschap van ware gelovigen is vanuit de hemel in Christus gevormd, zij bestaat vanaf het Paradijs en is universeel.

 

Een voorbeeld van verwarring

Hoewel veel Christenen dit intuïtief aanvoelen en zich niet herkennen in deze twee kort beschreven extreme Israëlopvattingen, bevinden zij zich wel in hun invloedssfeer. Die situatie kan gemakkelijk tot verwarring leiden. Een voorbeeld betreft het verstaan van de volgende formule in het klassieke gereformeerde doopformulier: ‘Omdat nu de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen is, behoort men de kleine kinderen (te) dopen’. Deze woorden zijn ten onrechte nogal eens gebruikt om de vervangingstheorie te ondersteunen. Om vervangingstheologen de pas af te snijden heeft de PKN-Synode – op aangeven van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond ­­– een tussen haakjes geplaatste toevoeging voorgesteld: ‘Omdat nu (voor de gelovigen uit de volken) de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen is, …’. Ik denk dat die  (door mij gearceerde) invoeging geen verbetering is. Zij tendeert, hoe goed bedoeld ook, naar een zo mogelijk nog groter probleem, namelijk dat van een twee-wegen theologie. Zij impliceert immers dat in de nieuwtestamentische bedeling de besnijdenis een Bijbels-religieuze betekenis behoudt en dat er dus twee soorten Christenen zijn, Joodse Christenen met de besnijdenis en niet-Joodse Christenen zonder de besnijdenis. Het gevolg is een tweedeling in de ene ‘algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap van de heiligen’, die in het Apostolicum wordt beleden. Het is moeilijk voor te stellen dat men de ingevoegde woorden in overeenstemming zou kunnen brengen met bijvoorbeeld Galaten 6:15, waar de apostel Paulus zegt: ‘In Christus Jezus heeft niet het besneden zijn enig kracht, en ook niet het onbesneden zijn, maar wel dat we een nieuwe schepping zijn’.

 

De Kerk is van Boven en wereldwijd

De Kerk heeft vanaf het Paradijs een hemelse oorsprong en is niet gebonden aan geografische en etnische grenzen. Dat blijkt uit het feit dat in haar Hoofd Christus de wetten, de historische werken, de poëtische werken, de wijsheidsliteratuur, de beloften en de profetieën van het oudtestamentische Israël volmaakt zijn vervuld en tot hun hoogste bestemming zijn gebracht. Daarom is de horizon van Israëls land, volk en godsdienst verbreed naar de hele wereld en naar alle volken, voor wie Christus nu de tempel en het offer is. Alle volken en rassen zijn voor Hem en voor Zijn missionaire opdracht met doopbevel even bijzonder.

De roeping van het hele oudtestamentische etnische volk Israël was om als bruggenhoofd dan wel als steigerwerk van Gods Koninkrijk een tijdelijk demonstratiemodel, getuigenis of schaduwbeeld te zijn van Gods wereldwijde bedoeling met de volken. Elk onderdeel van Gods handelen met Israël in de Bijbelse geschiedenis, inclusief Israëls antwoord daarop, is een voorafschaduwing of een afspiegeling van Gods handelen in Christus met de hele mensheid en het antwoord van de mens daarop. Op Golgotha en daarna is zichtbaar geworden dat Jezus die taak volmaakt heeft volbracht en dat er evenals in Bijbels Israël onder de volken mensen zijn die Zijn heil aanvaarden. Zij vormen de Kerk. Hier blijkt de christocentrische structuur van het ene genadeverbond van de Drie-enige God, van Paradijs tot Wederkomst.

 

Twee Israëls

Het is treffend dat juist het Judaïstische Israël niet heeft willen terugtreden achter Jezus Christus, in wie Israëls roeping ten volle is opgenomen en vervuld. ‘Hij kwam tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen’. De Joodse leiders kenden de Messiaanse betekenis van de Schriften tot in de geografische details toe, maar toen Jezus kwam, herkenden en erkenden ze Hem niet als Messias en Zoon van God.

Er waren echter twee Israëls; behalve het ongehoorzame volk was er ook het gehoorzame Israël, dat van Mozes en de Profeten en hun volgelingen, niet meer of minder dan een rest of overblijfsel, van voor en na de ballingschap. Dat was het ware, het geestelijke Israël, de eigenlijke kinderen van Abraham. Zij hebben Gods onderwijs over de komende Messias geloofd en in die historische lijn hebben zij Jezus Christus aanvaard. Samen met Adam, Henoch, Noach en Melchizedek en allen, zoals Simeon en Anna, die onmiddellijk voorafgaand aan de komst van Johannes en van Jezus de vertroosting van Israël verwachtten. Vervolgens, in Christus, behoren zij met alle gelovigen uit alle volken en tjden tot de door God uitgekozen Kerk van Paradijs tot Wederkomst. Zij is de Kerk, die van Boven komt. Haar universele Hoofd kent hen als Zijn ene volk, bestaande uit Zijn kinderen. God heeft maar één soort kinderen.

Deze overwegingen laten naar ons inzicht geen ruimte voor de gedachte dat het volk Israël nog steeds hét uitverkoren volk van God is en dat voor dit volk een buitengewoon grote en nu nog niet waarneembare mate van heil is weggelegd. Door deze theorie worden, naar onze overtuiging, de unieke plaats van Christus en de universele strekking van de Bijbelse profetie onder druk gezet.

Dr. Steven Paas

N.a.v. Het Israëlisme en de plaats van Christus / Steven Paas (red.) / bc.bs / paperback

Andere actuele boeken over Israël:

One thought on “Het Israëlisme heeft gevolgen voor de hele theologie”

  1. Er was een ‘ongehoorzaam’ deel van Israel, dat Jezus niet erkende als de messias, en een ‘gehoorzaam’ deel van Israel, dat Hem wél erkende? En alleen wie Jezus erkent hoort bij God resp zijn universele kerk?
    Het idee dat het niet erkennen van Jezus als de Messias een kwestie zou zijn van ‘ongehoorzaamheid’ vind ik eerlijk gezegd getuigen van antisemitisme: Het is heel begrijpelijk dat de meeste Joden Jezus niet erkennen als de messias, want de wereld is nog lang niet het door o.a. Jesaja voorzegde vrederijk – en zeker niet voor het joodse volk… en laat ik maar niet uitwijden over wat ‘christenen’ in naam van Jezus hebben uitgespookt met joden… Dankzij Jezus, en vooral Paulus (die erop uit trok), hebben de volken buiten Israel kennis gemaakt met de God van Israel. Ik geloof, dat deze God vreugde beleeft aan álle mensen van goede wil, die ernaar streven te leven naar zijn leefregels, in lijn met wat in de Tora staat en zoals Jezus die heeft voorgeleefd.
    En die ‘ongehoorzame’ Joden, die maar niet kunnen geloven dat Jezus de door hun God beloofde messias was, maar intussen wel blijven vertrouwen op hun God en daaruit proberen te leven – ik denk dat zij bij Hem een ereplaats hebben.

Comments are closed.