GeloofPastoraatTheologie

In de kantine deel je levensvragen

Ds. M.J. Schuurman plaatste op zijn weblog onderstaand interview met dr. H.C. van der Meulen over geestelijke begeleiding. We nemen het hier met zijn toestemming over.

In de kantine deel je levensvragen

Nog steeds gooit de geluksindustrie hoge ogen. Happinez, The Secret, boeken van Dan Brown… Van dr. H.C. van der Meulen is het boek: Om het geheim van het leven. Over geestelijke begeleiding.

Wat was uw drijfveer om u te verdiepen in geestelijke begeleiding?
‘Ik heb mij vaak afgevraagd waarom mensen weglopen met de religieuze thrillers van Dan Brown of boeken als The Secret. Iemand die niet naar de kerk ging, hoorde ik enthousiast over The Secret praten. Zij zocht houvast.
The Secret suggereert dat het leven een code heeft die te ontcijferen is. Plato en Einstein hebben er al iets over opgemerkt, maar nu wordt het ten volle geopenbaard. Zo staat het echt in het boek.
Maar er is een veel kostbaarder boek, de Bijbel, waarin ook over het geheim van het leven wordt geschreven. Over waar het vandaan komt en naar toe gaat. Dat is het verhaal van de Levende. Als mensen uitkomen bij The Secret komt daar een verlangen in naar voren. Dat neem ik serieus. Ik wil dat verlangen en het verhaal van Christus bij elkaar brengen.’

Wedervraag
U bent in 1992 gepromoveerd op een onderzoek naar Helmut Thielicke. Wat heeft u van hem geleerd?
‘Heel veel. Thielicke was predikant in Hamburg en trok 3.000 mensen, van havenarbeiders en prostituées tot geleerden. Waren zijn preken dan zo geweldig? Nee, maar hij sprak over wat de mensen bezighield.
Bij vragen van mensen stelde hij een wedervraag en kwam dan uit bij het evangelie. Zo plaatste hij de vragen in een nieuw perspectief. Jezus deed dit ook. Hij neemt de rijke jongeling heel serieus, maar Hij brengt het gesprek wel verder door een wedervraag te stellen.’

Dus je beantwoordt een vraag met een wedervraag en je bent er vanaf?
‘Dergelijke wedervragen moeten natuurlijk wel met een pastoraal hart gesteld worden, anders maak je je er gemakkelijk van af. Iemand wil een antwoord, hij wil verder kunnen met zijn leven. Maar soms zijn de vragen te moeilijk, zoals: waarom laat God lijden toe?
Bij de wedervraag gaat het niet om iemand iets te verkopen of iemand op te roepen tot navolging, maar om eerst iemand in de juiste positie te brengen. Om in voetbaltermen te spreken: als het standbeen niet goed staat, wordt het schieten niets. Je moet eerst in goede positie komen.’

Geef eens een voorbeeld.
‘Er bestaat een anekdote over G. van der Leeuw uit de tijd net na de Tweede Wereldoorlog. Hij zit op een bankje, een vrouw komt naast hem zitten en verzucht: “Och, och, waar gaat het heen?” Van der Leeuw: “Maar mevrouw, wie heeft gezegd dat het ergens heen moet gaan?” Zijn wedervraag wijst erop, dat de vraag van de vrouw een heilshistorische visie veronderstelt. Daar zou hij op door kunnen gaan door te vragen waar ze dat vandaan heeft.’

Zijn de vragen van mensen gemakkelijk met het verhaal van God te verbinden?
‘De ene keer is het gemakkelijker dan de andere keer. Want het roept de vraag op: trek ik de ander niet teveel mijn kant op? Als God Zijn schepping gewild heeft en niet vergeet, draagt de schepping merktekenen van Zijn bedoeling. Ik zeg het voorzichtig: het is niet onmogelijk om sporen aan te wijzen van Gods bemoeienis. Dat is het geheim van het leven: Gods bemoeienis met onze zoekende aarde.’

Houdt dat geheim van het leven ook jongeren bezig?
‘Ik kom het ook bij jongeren tegen, ja. Het raakt aan hun vragen: Houdt God van ons? Heeft Hij weet van mijn sores? Weet Hij van mijn hobby’s? Kent God mij? Als je nooit jongeren tegenkomt, die deze vraag stellen, moet je een andere fiets kopen.
Ik heb lang gevoetbald en na afloop van de wedstrijd dronken we nog wat in de kantine: de derde helft. Over welke thema’s gaat het dan? Thema’s die existentieel van aard zijn. Ouders die uit elkaar gaan. Een vriend die is overleden. Dan schokt het levenshuis. Achter alle stoerheid zie je het menselijk hart. Daarin leven vragen als: Wat houdt mij overeind? Wat moet ik als mijn ouders uit elkaar gaan en ik ze bij elkaar zou willen houden? Wat geeft mij houvast als alles afbrokkelt? Als je als predikant deze vragen nooit tegenkomt, doe je echt iets verkeerd.’

Ze sturen dus geen mail naar de dominee waarin staat: ik heb iets vervelends meegemaakt?
‘Het wordt in de kantine gedeeld. Ik ben daar niet alleen de dominee, maar ook gewoon voetballer Henk. Wie het over God, hemel of hel wil hebben, heeft het niet gemakkelijk in deze tijd. Maar zo’n voetballer die na een doelpunt gescoord te hebben dat doelpunt opdraagt aan zijn vader, wat doet hij? Heeft de Bijbel daar niets over te vertellen?
Ik speel thuis het lied De vlieger van André Hazes wel eens op mijn orgel en dan roept mijn vrouw: hou daarmee op! Ik ben door dit lied gefascineerd, want ik denk dat het een moderne vorm van bidden is. Wat moet je doen als niemand je geleerd heeft hoe je bidden moet? De vragen van de jongen gaan naar een ruimte toe om beantwoord te worden. De moeder kan die vragen niet beantwoorden, maar een Ander kan het wel! Je kunt je afvragen of dat liedje van De vlieger te plat of te sentimenteel is, maar het stelt wel een wezenlijke vraag: Doen mijn gebeden ertoe? Komen mijn gebeden aan? Paulus zegt: wij weten. Hoe weet Paulus dat? Het komt van de Andere kant. Deze kennis is hem van Godswege geopenbaard. Het is een corrigerend antwoord, maar wel een antwoord. Ik weet iets!
Over de vragen kun je met jongeren in gesprek raken. Jezus vertelt een gelijkenis over 100 schapen, waarbij de herder de 99 achterlaat in de woestijn om die ene te zoeken. Ik zou dat nooit gedaan hebben. Ik zou eerst gebeld hebben om een vrachtwagen en die 99 schapen veilig thuis afleveren en dan pas zoeken. Maar Jezus zegt kennelijk: die 99 schapen zijn sterk genoeg om het alleen uit te houden! Jongeren moeten er zich van vergewissen: er is er Eén naar hen op zoek. Dat gaat verder dan de boodschap: jij mag er zijn. Jij interesseert Mij!

Je hoeft jongeren niet naar de mond te praten. Je hoeft ook niet overal een antwoord op te weten. Als je hen maar serieus neemt. Dan mag je het hen best ongemakkelijk maken. Je kunt zelfs net als Paulus zeggen: ik zou willen dat je was zoals ik, een dienaar van Christus. Toen ik predikant was, ging een meisje uit de gemeente trouwen met een jongen uit het oosten van Turkije. Zijn vader was imam. Zij vroeg of ik hen in de kerk wilde trouwen. Ik heb gezegd dat we eerst moesten uitmaken in wiens Naam de zegen ontvangen wordt. Haar vriend heeft een oriëntatie op Mekka, maar daar heb ik niets te zoeken. Wij worden gezegend vanuit Sion.’

Dr. Henk C. van de Meulen is docent Praktische theologie aan de Protestantste Theologische Universiteit (PThU). Vanaf is hij predikant. Hij promoveerde in 1992 op Helmut Thielicke. Hij schreef verschillende boeken over pastoraat, waaronder Om het geheim van het leven (2013).

Dit interview is eerder gepubliceerd in Maandblad Réveil en HWConfessioneel.