PastoraatSpiritualiteitTheologie

Hoop die leven doet

Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit Opiniërend magazine voor protestants Nederland Woord & Dienst, december 2013.

De christen zegt: de toekomst is dat Jezus op mij toekomt, omdat Hij op mij toekwam. Wij verwachten Hem die op de Hemelvaartsdag achter de wolken verdween op dezelfde manier terug: lichamelijk, zichtbaar, in heerlijkheid. De Bijbel is het leerboek van de hoop. Het gaat om hoop op God – hoop met God in het middelpunt. We zien hoopvol uit naar de komst van Hem die al gekomen is. We hopen op de Koning en dan ook, onlosmakelijk daarmee verbonden, op het koninkrijk.

De beloften genieten
De christelijke toekomstverwachting is ‘gegronde verwachting’ (Hendrikus Berkhof) omdat zij rust op de beloften van God. ‘Daarom verwachten wij die grote dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onze Here’ (art. 37 Nederlandse Geloofsbelijdenis – NGB).

Ik vind dat een prachtige uitdrukking: ‘genieten’ van Gods beloften – nu al in beginsel, en eens ten volle. Vanuit het gedenken is er het verwachten. Door de terugblik op wat God gedaan heeft, gaat het venster open naar de toekomst. Elke dag en in het bijzonder in de zondagse erediensten vieren we wat God gedaan heeft, de signalen die Hij heeft afgegeven van zijn koningschap. Op grond daarvan is er ‘garantie voor de toekomst’. ‘Alles sal reg kom.’

De gemeente van Christus leeft tussen vervulling en voleinding. Haar hoop komt niet voort uit louter gemis, maar is de dochter van bezit en gemis samen. Zij is niet alleen, zoals Karl Marx meende, ‘die Seufzer der bedrängten Kreatur’ (het zuchten van het schepsel dat in de verdrukking zit), zij is tegelijkertijd het doortrekken van wat nu al in de Geest gegeven is. Het blijft daarbij spannend. De Bijbel is geen puzzelboek of spoorboekje en geeft geen blauwdruk van de toekomst. Wanneer de grote dag van de volkomen doorbraak van Gods rijk zal zijn, weet geen mens. Er zijn wel ‘tekenen der tijden’, signalen van de eindtijd, die de gelovigen waakzaam houden. Deze mogen ons echter niet verleiden tot het maken van allerlei berekeningen.

Dimensies van de hoop
De christelijke hoop kent verschillende dimensies. Behalve de grote horizon van het komende koninkrijk Gods is er de kleine horizon van het leven na dit leven. De Bijbel vertelt ons dat het niet uit is met de dood. Wanneer ons lichaam gestorven is, betekent dat voor ons niet het einde. ‘Dood is dood’ is een trieste vergissing. De dood is een vijand die onttroond wordt (1 Kor.15: 26) en dat gebeurt stap voor stap. Na dit leven is ons ‘ik’ ergens. Je kunt allerlei vragen stellen over hoe het aan de andere kant van dood en graf zal zijn. Maar voordat je het weet, ben je met vrome fantasie bezig. Het belangrijkste is dat we mogen geloven dat de liefdeband tussen Christus en de gelovigen niet kapot kan, ook niet door de dood (Rom. 8: 38, 39; vgl. Lucas 20: 38). In de tijd tussen sterven en opstanding blijven we in Gods hand. We zijn dan met Jezus in het paradijs. De Heidelbergse Catechismus formuleert dit prachtig in vraag en antwoord 57. (Let op als u dit leest: de hoofdzaak staat in de hoofdzin, maar de bijzin is daarom nog geen bijzaak.)

‘Dood is dood’ is een trieste vergissing

De verwachting van leven na dit leven hoeft niet te concurreren met de verwachting van Christus’ komst op de jongste dag. Hetzelfde geldt ook voor verwachtingen van wat de Here nog zal doen in het laatste der dagen. Zo mogen we ernaar uitzien dat de Geest een nieuwe bloeitijd geeft voor de kerk, een wereldwijde opwekking. We mogen hopen op bekering van het volk Israël tot de Messias Jezus. Zulke verwachtingen komen niet in mindering op het ‘maranatha’ van de nieuwtestamentische gemeente. Ze hangen er juist ten nauwste mee samen.

Het gaat dus niet alleen om de redding van ‘de ziel’, maar evenzeer om de opstanding van het lichaam, ja de verlossing van heel de schepping. Wie de opstanding van het lichaam belijdt, heeft verwachting voor de zuchtende kosmos. Ondanks alles is de schepping nauw met God verbonden gebleven. God is niet los van zijn schepping. Hij draagt het heelal door het Woord van zijn kracht.

Eindelijk gerechtigheid
In Gods nieuwe wereld is de gerechtigheid thuis. Deze verwachting geeft moed en inspiratie om zich hier en nu in te zetten voor rechtvaardige verhoudingen en te strijden tegen onrecht en liefdeloosheid. Het is niet vechten tegen de bierkaai. Armen blijven niet voor altijd arm, de beul houdt niet eeuwig een voorsprong op zijn slachtoffers, verraders en folteraars kunnen niet eindeloos hun gang blijven gaan, de bange schreeuw van een onschuldig kind wordt gehoord. De geschiedenis wordt gered. Dat betekent dus niet alleen heil voor de laatste generatie, maar voor alle generaties met terugwerkende kracht.

Het uiteindelijke oordeel geeft het geloofsleven een diepe ernst

Er zal veel gebeuren op de jongste dag. Het ingrijpendste is het laatste oordeel. De boeken worden geopend (Openb. 20). De vrijspraak van de schare die niemand tellen kan, zal oorzaak zijn van eeuwige verwondering en aanbidding. Op die grote dag wordt het onderscheid gezien tussen rechtvaardigen en onrechtvaardigen, mensen die God hebben gediend en mensen die Hem hebben veracht. Deze overtuiging van het tweeërlei einde van de geschiedenis geeft aan het geloofsleven een diepe ernst. Zal het goed zijn als Hij ons zal onderzoeken? De boventoon houdt echter de vreugde. Op de jongste dag krijgt de HERE alle eer, omdat Hij volkomen goed en volmaakt rechtvaardig is. Daar ziet het geloof naar uit. Wij verwachten naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde waarop gerechtigheid woont (2 Petrus 3:13).

Hoop doet leven
Gods belofte drijft mensen voort naar een totaal nieuwe wereld die zij zelf op geen enkele wijze tot stand kunnen brengen. De Heilige Geest schept intussen ruimte voor voorlopige gestalten van het komende Rijk. Deze zijn, hoe gebrekkig ook, in lijn met de tekenen van het koninkrijk die Jezus tijdens zijn omwandeling op aarde heeft gedaan. Het zijn niet meer en niet minder dan aanduidingen van wat eens ten volle gerealiseerd zal worden. Als tekenen van hoop weerspiegelen zij Pasen in een bestaan dat nog maar al te zeer door het lijden en het kruis wordt getypeerd. Vanuit de hoop zijn we trouw bezig in het dagelijks werk waartoe God ons roept. We werken met zin, omdat we weet hebben van de toekomst die God voor de schepping in petto heeft.

Jan Hoek

Prof. dr. Jan Hoek is docent dogmatiek aan de Christelijke Hogeschool Ede en bijzonder hoogleraar gereformeerde spiritualiteit aan de PThU Groningen. Hij schreef een handreiking voor het gesprek over thema’s die te maken hebben met de toekomst, zoals de dood, hemel en hel, de eindtijd en de wederkomst, Garantie voor de toekomst. Gespreksboek over hoop. Boekencentrum: Zoetermeer 2013, 160p. € 14,50 (ook als E-book: € 9,99)