Geloof

Het verlangen blijft wakker

Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk Nederland en medewerker van Wapenveld schreef een recensie over de roman Lila van Marilynne Robinson die in 2015 verschijnt bij Uitgeverij Mozaïek. Hij was de verschijning van de Nederlandse editie voor en las de Amerikaanse.

 

Met de roman Gilead veroverde Marilynne Robinson de harten van vele lezers. Een roman met een dominee als hoofdpersoon is een waagstuk. Zo’n boek wordt al snel weggezet in de hoek van ‘christelijke romans’ waar je voor naar een evangelische boekhandel fietst omdat je hem nergens anders kan kopen. Gilead was anders en bleek anders. Niet voor niets kreeg de schrijfster de 2005 Pulitzer prize for fiction. Een onbekende dominee in een onbekend plaatsje, niet veel meer dan wat stoffige wegen, een paar kerken, een dorpswinkeltje, boerderijen verscholen tussen de eindeloze korenvelden: het is de stof voor een grote roman, een pastorale roman die een wereld openlegt aan gedachten en stemmingen.

Toch kan bij oppervlakkige kennismaking Gilead de indruk wekken van een predikantschap met idyllische trekken in een besloten gemeenschap die nog door en door christelijk is. Weliswaar klopt dit beeld bij nader inzien niet. Het Gilead van 1956 is onderdeel van de geschiedenis van Amerika en het Westen waarin het christelijk geloof al eeuwen op de tocht staat. Ook dominee John Ames voelt die tocht. Bovendien, wie een leven lang de kerk heeft gediend, kent het woord van Elisa: ‘ook ik weet het, zwijgt stil’. Toch kan de idee van een idylle opkomen. Is dat de reden dat Robinson nog twee keer is teruggegaan naar Gilead? De eerste keer met Home (2008), een boek over Jack, een karakter dat ook al opdook in Gilead en nu als een wig in het stadje drijft. Jack is een zoon van een andere dominee, Boughton, de congregationalistische collega van de presbyteriaanse Ames. Een boek lang zweeft de vraag boven de markt of deze Jack in te lijven valt in Gilead, maar uiteindelijk lukt dit niet. Geen home voor Jack. Een vreemde weerstand en een niet te doorgronden afstand maakt dat Jack uiteindelijk weggaat, waarheen? Nergens heen. ‘Home’ zal een verlangen blijven maar krijgt geen vervulling. De zwerftocht gaat door maar wie weet zullen eens de kinderen van Jack als late vogels in het nest terugkeren. In haar recent verschenen roman Lila (2014) keert Robinson voor de tweede maal terug naar Gilead. Lila is de jonge vrouw van John Ames. Ze komt ook al voor in Gilead, als een lichtvlek in de marge, maar inLila is ze de onmiskenbare hoofdpersoon. Maar wel een heel mysterieuze hoofdpersoon. Ze deed me nog het meest denken aan Sylvie uit Robinsons eerste roman, Housekeeping (1980), een raadselachtige vrouw in een boek dat drijft op de wateren van de oertijd.

Lila is een vrouw die leeft in twee werelden, of tussen twee werelden. Het verhaal plaatst de lezer voor een groot deel bij Lila die is getrouwd en in het huis van dominee Ames woont, waar ze in verwachting is van een kind. Alleen in de pastorie denkt ze veel na. Bij brokken komt haar verleden boven water. Een kind, ‘zonder vader en moeder’, zo lijkt het. Net niet gedumpt maar ook niet verzorgd. Totdat Doll komt, een vrouw die ‘haar zag hoe ze in haar bloed lag te spartelen en zei terwijl ze onder het bloed zat: “leef, blijf in leven”’ (naar Ez. 16:6). Met Doll zwerft ze door de staten van Midden-Amerika. Zij sluiten zich aan bij een groep loonwerkers, die gaan waar werk is, maar die het in de tijd van de grote crisis echt moeilijk krijgen. Gewone mensen, met een ingeboren besef van deugd, maar de crisis werpt stof over dit bestaan. Een jaar school geeft dat Lila kan lezen en schrijven. Als ze volwassen is werkt ze voor een tijd in een hotel tot een dramatische gebeurtenis in het leven van Doll plaatsvindt. Ooit heeft ze een brandend stuk ijzer op haar gezicht gekregen dat hierdoor voor altijd is gemerkt, waardoor ze altijd bang is geweest om in de gaten te lopen. Doll heeft haar leven lang de hete adem van de familie van Lila, die wraak wil nemen voor de roof van dit kind, in haar nek gevoeld. Doll is de goede fee, die waakt over Lila, zich een weg door het levend banend, met een mes, dat steeds maar geslepen moet worden, want het gevaar loert overal. Tot het een keer wordt gebruikt en de vader (?) van Lila dodelijk raakt. ‘Doll came to her all bloody’ (135). Lila is gedwongen te vertrekken. Doll wordt gearresteerd, weet te ontkomen (de sheriff heeft een oogje dichtgeknepen) en Lila zal ze niet meer terugzien. Misschien is ze omgekomen in een besneeuwd korenveld. Lila komt in een bordeel terecht, maar in ‘hoeren’ is ze slecht.

Lees de complete recensie op de website van Wapenveld Online.