Geen categorieOverige

Het misverstand tussen Dick Swaab en Herman van Praag – door Arjan Markus

‘Wij zijn ons brein’, zei Dick Swaab. ‘Nee’, zei Herman van Praag, ‘wij zijn onze geest’. En daar begon woensdagavond tijdens het Jacobidebat een discussie tussen twee slimme mannen, die langs elkaar heen praatten. Ze leken op de twee koningskinderen uit het Oudnederlandse liedje.

Er waren twee koningskind’ren die hadden elkander zo lief zij konden bijeen niet komen het water was veel te diep

Voor Swaab en van Praag is er wel hoop.  Ze kunnen bij elkaar komen als ze een brug slaan door de juiste taal te spreken.  Ze zullen het dan waarschijnlijk niet eens worden, maar ze praten dan niet meer langs elkaar heen. Het probleem is dat zij (en met name Swaab) hun stelling ‘Wij zijn ons brein’ of ‘Wij zijn onze geest’ verdedigen met een beroep op wetenschappelijke argumenten vanuit empirisch onderzoek. ‘Wij zijn ons brein, kijk maar als we dit denken of dat ervaren dan doet ons brein zus of zo. In een experiment kunnen we ons brein bepaalde prikkels geven zodat we een ervaring opdoen. Ons brein produceert onze geest.’ Wat Swaab niet lijkt te beseffen is dat uitspraken als ‘wij zijn ons brein’ of  ‘ons brein produceert onze geest’ of ‘wij zijn onze geest’ geen empirisch te onderbouwen uitspraken zijn. Het zijn geen fysische uitspraken. Swaab had moeten zeggen: wetenschappelijk onderzoek laat zien dat ons brein op die en die manier werkt en daarnaast geloof ik dat we ons brein zijn en dat er alleen maar materie is. Als wetenschapper kan Van Praag de wetenschappelijke uitspraken van Swaab over de werking van ons brein bevestigen of bestrijden met argumenten uit empirisch onderzoek. Daarnaast kan hij Swaab’s geloofsuitspraak dat we alleen ons brein zijn, betwisten door er zijn eigen geloofsuitspraak ‘wij zijn onze geest’ tegenover te stellen en daar argumenten voor te geven. Maar die argumenten kunnen niet empirsch zijn, het is een andere vorm van argumentatie: een metafysische. In de discussie is dus een helder onderscheid nodig tussen fysische en metafysische beweringen. In Adieu God probeer ik dit duidelijk te maken met de geboorte van een kind. Je kunt zeggen de geboorte van een kind heeft biologische oorzaken: de samensmelting van een eicel met een zaadcel. Is die uitspraak strijdig met de bewering van een gelovige ouder dat die geboorte een Godsgeschenk is? Nee, want het zijn verklaringen van verschillend soort. De verklaring uit biologische oorzaken is een fysische verklaring. Je kunt die bestrijden door een andere biologische verklaring te verdedigen. Daarnaast kun je ook metafysische beweringen doen en zeggen: ‘de geboorte van dat kind is toeval’, of ‘de biologische verklaring is de enige echte verklaring die er is, want er is alleen maar materie’.  Ook mogelijk is de metafysische verklaring: God heeft de fysische processen beïnvloed en dit kind is daarom ook een Godsgeschenk. Fysische beweringen kun je dus combineren met metafysische. Ik ben zeer benieuwd wat nu de argumenten voor Swaab zijn om de metafysische bewering te doen dat wij alleen maar ons brein zijn en dat er niet meer is dan materie. Vindt hij dat intuïtief beter passen bij de empirische methode van zijn onderzoek? Dan kan natuurlijk. Als gelovige heb ik een andere intuïtie.


Arjan Markus is missionair predikant van de Jacobikerk te Utrecht. Hij schreef het boek Adieu God waarin hij in gesprek gaat over het afscheid van de persoonlijke God. In april verschijnt een nieuw boek van hem: Heel het leven. 10 regels voor discipelschap. Lees meer over Arjan Markus op zijn weblog Adieu God.