Muziek & liturgie

Het heilige gebeurt niet meer – door dr. Marcel Barnard

TheoblogieGerrit Immink, rector van de Protestantse Theologische Universiteit, schreef een rijk boek dat zich laat karakteriseren als een moderne theologie van de gereformeerde kerkdienst. Kern is, dat de eredienst een menselijke performance is waar God op ingaat. Het heilige gebeurt, zoals de titel van het boek luidt.

Gaandeweg het lezen bekroop mij een gevoel van vervreemding. Van mijn vrienden gaat nagenoeg niemand meer naar de kerk. De mensen van wie ik het meeste houd in mijn leven verstaan van theologische taal geen woord meer. Zelfs niet als zij nog wel eens in een kerk komen. Om mij heen in de kerkbanken is het leeg geworden. De taal van de klassieke theologie is een geheimtaal geworden voor een steeds kleinere groep ingewijden.

Misschien is dat wel de allergrootste verandering in de laatste veertig jaar in onze kerkdiensten: dat de kerkbanken leger en leger zijn geworden. Voor velen gebeurt het heilige helemaal niet.

Joep de Hart, hoogleraar Kerk en Wereld aan onze universiteit, schreef onlangs een nieuw boek, Zwevende gelovigen. De Hart zet een aantal cijfers bij elkaar. Het percentage regelmatige kerkgangers daalde van 50% van de bevolking in 1966 naar 16% in 2006. Ging 40 jaar geleden een op de twee Nederlanders ter kerke, nu is dat nog niet een op de zes. Alleen al zeer recent daalde volgens gegevens van het KASKI het aantal kerkgangers in de Protestantse Kerk in Nederland van 558.603 in 2003 naar 396.000 kerkgangers in 2009. Dat is in zes jaar ruim 162.000 kerkgangers minder alleen al in onze kerk, een derde van het totaal. Dat was precies de tijd dat de Protestantse Kerk in Nederland alles zette op de noemer van missionair. Daar kunnen we dus beter mee ophouden, het is een pretentieuze leuze en een lege leugen gebleken.

De aanhang van evangelical- en pinksterkerken nam toe, evenals die van bevindelijke kerken, maar zij maken in totaal slechts 5% van het kerkvolk uit en 2% van de bevolking. Ik citeer De Hart: De groei is niet terug te voeren op een toestroom van buitenkerkelijken, maar vrijwel volledig op een circulation of the saints, een rondpompen van gelovigen van de ene kerk naar de andere. Al ons missionair elan ten spijt, ondanks onze inzet op een missionaire liturgie: er komt geen christen bij in ons land, het worden er alleen maar minder. Ook als er locale en momentane successen zijn, valt dat nog altijd in het niet bij de massale leegloop van kerken elders. Luid verkondigde succes-stories verdienen het met argwaan te worden aangehoord en beoordeeld.

Voor velen zijn we voorbij de kerkdienst. Zij komen niet meer. Daar is, behalve dat het mij veel verdriet doet en dat het eenzaam maakt, veel over te zeggen. Ik beperk mij tot de mijns inziens overtuigende visie van een collega, de Amsterdamse wetenschapper Peter van Rooden. Hij spreekt over het vreemde sterven van het Nederlandse christendom. Het is niet zo dat mensen nu ineens fel tegenstander zijn van kerk of christelijk geloof, of zelfs dat zij het geloof verwerpen. Nee, het is eenvoudigweg onbelangrijk voor ze geworden. In termen van Immink: het heilige werd domweg irrelevant. Ze werden, bijna ongemerkt, dikwijls ook zonder dat zij het zelf merkten, buitenkerkelijk. Nadat in de jaren zestig het expressieve en reflexieve zelf op de voorgrond trad, werden geloof en kerkgang onbelangrijk. De kerken hebben daar geen antwoord op weten te formuleren. De theologen ook niet. Ik zelf ook niet. Het heilige is opgehouden te gebeuren.

De vervreemding die ik bij mijzelf waarnam gaandeweg het lezen, ligt hier. In dat ik een voorui­treiken naar het terrein van het (laat ik het grote woord gebruiken:) heidendom mis. Daar gebeurt het heilige op een heel nieuwe manier. Er ontstaan nieuwe vormen van basale en algemene sacraliteit buiten de muren van kerk en theologie, in natuur, sport en recreatie, rond kunst en cultuur, op televisie en internet. Maar dat is zeker niet de sacraliteit van de ontmoeting met de Vader, de Zoon en de Geest waar Immink op doelt.

Marcel Barnard


Marcel Barnard is hoogleraar liturgiewetenschap aan de Protestantse Theologische Universiteit (Utrecht) en aan de Vrije Universiteit Amsterdam en betrokken bij de Prof. dr G. van der Leeuw-stichting, ontmoetingscentrum van kerk en kunst. Hij publiceerde verschillende uitgaven bij Uitgeverij Meinema en werkte mee aan De Bijbel cultureel, de Bijbel in de kunsten van de twintigste eeuw. Dit boek werd eerder dit jaar winnaar van de Theologie Publicatieprijs 2011.

Marcel Barnard

3 reacties

  1. 7 oktober 2011 om 20:32

    Mooi blog. Herkenbaar.
    Eén nuancering bij de slotzin, op basis van lopend etnografisch onderzoek naar Passies die in de concertzaal worden uitgevoerd: dat het heilige dat (bijvoorbeeld) daar gebeurt “zeker niet de sacraliteit is van de ontmoeting met de Vader, de Zoon en de Geest waar Immink op doelt”, lijkt te zwart-wit gesteld. De religieuze betekenisgeving rond deze Passies komt voort uit vele ‘frameworks’: vanuit het framework van de kunsten (“de Passie is voor mij een cultuuruiting als vele andere”), maar óók vanuit het framework van traditioneel-institutioneel Christendom (“het gezongen lijdensverhaal van Christus als heilsgebeuren”). Basale en algemene sacraliteit die wordt toegekend buiten het kerkgebouw is complex, gelaagd en meerduidig. Die laat zich niet zonder meer uitspelen tegen de sacraliteit die binnen het kerkgebouw gevonden wordt.

  2. 13 oktober 2011 om 09:52

    Ook nuttige lectuur in deze discussie vormt: Sexson’s : Gewoon heilig

  3. 24 oktober 2011 om 11:42

    […] gebeurt, punt uit.  De echte vragen en verlegenheden, die bijv. doorklinken in de reactie van Marcel Barnard, blijven zo buiten beeld. Dat is jammer, want het probleem van de snel eroderende kerkdienst […]