LevenskunstSpiritualiteit

Het belang van troost en troosters bij iedere uitvaart

Wat mist hier?
Het belang van troost en troosters bij iedere uitvaart

 

Opgekropt, weggestopt,
stil gesust, zoet gekust…
(Paul van Vliet)

 

Marathon
De beelden liegen er niet om. Man, gebronsd lijf, in de branding. Man, stoere zonnebril, hangend aan touwen onder overhellende rots. Man, helgeel shirt met groot groen cijfer, handen in de lucht over de finish van halve of hele marathon. De muziek lijkt verdacht veel op het Dies Irae dat Karl Jenkins componeerde voor zijn Requiem. Een deodorantfabrikant gebruikte dat nummer in een reclame waarin een heel normale jongen op een strand belaagd wordt door honderden, van alle kanten op hem afstormende, schaars geklede vrouwen.

Held
Voordat verdere associaties zich aan mij opdringen, is de muziek afgelopen en blijft het een tijdje stil. Ik sta achterin – we waren net op tijd – en wacht af. En terwijl de beelden van de sterke en vaak vrolijke man uit voorbije jaren zich blijven herhalen, dient dochter één zich aan om over haar grote, sterke en dominante vader te verhalen. Na vijf minuten overmant het verdriet haar. Grote snikken, onverstaanbare woorden. Ze haalt het einde. Dochter twee loopt naar voren op een teken van de uitvaartleidster achter in de zaal. Ook zij vertelt over de held van haar jeugd en de man die er altijd was. Haar zoon, die haar als een page terzijde staat, kan niet voorkomen dat haar stem halverwege breekt. Er wordt omhelsd, over ruggen gewreven en geklopt met de handen. De aanwezigen kijken toe. Vol begrip. Tijd voor muziek dan. Claudia de Breij zingt haar ‘Mag ik dan bij jou?’ Tranen nu bij anderen.

Afgelopen
Dochter vier kijkt als eerste de aanwezigen even aan en dankt verdere familie, vrienden, collega’s en buren dat ze er zijn. Ook zij spreekt lyrisch over haar vader. En houdt het droog. Dan volgt weer muziek die aan voorbije tijden herinnert. Ten slotte meldt de uitvaartleidster dat de bijeenkomst is afgelopen, ieder op eigen wijze nog een groet kan brengen en de familie als laatste de aula zal verlaten. Ook vertelt zij waar de condoleance zal plaatsvinden. Ik kijk mijn twee metgezellen aan. Zij kennen een van de dochters.
‘Hoe oud is die man geworden?’ vraag ik. ‘En waar is de vrouw?’
Ik begrijp dan dat hij later gescheiden is, zich meer en meer terugtrok uit het leven en de laatste jaren doorbracht in een verpleeghuis, gesloten afdeling, dement.

Vraag
Vraag aan de lezer: wat is hier aan de hand? En wat mist hier? Of misschien moet ik zeggen: wie mist hier? Ik zal het vertellen, en daarmee is meteen het thema gezet dat grotendeels mijn boek UitvaartWijzer bepaalt.

Troost
Wat hier mist, is troost en iemand die troost. Er is niemand die de dochters, die zo hun best doen, bij de hand neemt en helpt hun verhaal te vertellen. Nu blijven hun verhalen van hen en worden van niemand anders. Er is niemand die de aanwezigen erbij betrekt, emotioneel, met gevoel voor wie hun vader ook was, buiten zijn gezin. Bovendien blijven de schaduwen die dit leven begeleidden, buiten beeld. De scheiding, de laatste moeizame jaren, het isolement, de dementie, die alle ook bij dit leven hoorden, ze worden nauwelijks genoemd.

Emotionele eilanden
Het is mijn overtuiging dat dit op deze uitvaart (en vele andere die ook zo gaan) had moeten gebeuren. Want het kan anders. Emoties moeten niet geïndividualiseerd en daarmee verdonkeremaand worden. Alle aanwezigen dienen erbij betrokken te worden. Er moet iets over dit leven, maar ook over het leven in het algemeen gezegd worden. De dood vraagt daarnaast om levensbeschouwing. En wie troost degenen die verdrietig zijn? Wie verbindt al die mensen op hun eigen emotionele eiland tot een tijdelijk vasteland waar gevoelens herkenbaar zijn en dus gedeeld kunnen worden? Dat vergt een vormgeving die minstens even belangrijk is als wat er afgesproken wordt over het tijdstip van condoleance en uitvaart, de kaarten, de bloemen, de opbaring, het aantal sprekers, de muziek en wat er na afloop geserveerd moet worden. Hier gaat het om een vormgeving die ons innerlijk raakt, die helpt om de dood in de ogen te zien en manieren aanreikt om de smaak voor het leven te herwinnen.

 

Wie verbindt al die mensen op hun eigen emotionele eiland tot een tijdelijk vasteland waar gevoelens herkenbaar zijn en dus gedeeld kunnen worden?

Voorganger
Daarvoor is iemand nodig die een naam heeft die nog niet vanzelfsprekend is. Ik hanteer het liefst de naam ‘voorganger’. Want het gaat om iemand die het voortouw neemt, zich van tevoren grondig verdiept in de overleden persoon en wat er om hem heen speelt aan gedachten en gevoelens, met de betrokkenen in gesprek gaat, gevoelens ordent, evenwicht aanbrengt tussen de aanwezigen, de neiging tot inperking (‘het is mijn man!’) doorbreekt, taal aanbiedt in de vorm van gedichten en andere teksten en vooral op de dag van de uitvaart degene is die de leiding heeft tijdens de plechtigheid, rust aanbrengt, rituelen en symbolen aanbiedt, het uiteindelijke verhaal vertelt van deze mens en vooral de directbetrokkenen en alle andere aanwezigen troost.

Sterfelijkheid onder ogen zien
En dan is er nog iets wat zo’n voorganger kan doen. Want als het nu eenmaal zo is dat we allemaal een keer doodgaan en de dood dus onverbrekelijk bij het leven hoort, is dan de dood het ergste wat bestaat? Of kan verdriet ook mooi zijn? En wat gebeurt er met mensen die hun eigen sterfelijkheid onder ogen zien? Deze en vergelijkbare vragen blijven meestal onbeantwoord. Ze worden zelfs niet gesteld. Maar wat als er een voorganger bij is? Is hij dan niet degene die dit kan opmerken en het vervolgens kan verwoorden en verbeelden, ernstig en lichtvoetig, deskundig en meelevend, als tijdgenoot en tegelijk weet hebbend van al die manieren waarop zo veel mensen zo veel eerder en vaker de dood een plaats gaven in hun leven?

 

Overgenomen uit UitvaartWijzer – gedachten, handreikingen en teksten bij dood en uitvaart, door Aart Mak