HomiletiekKerk

Heeft de preek zijn langste tijd gehad?

Negentien predikanten uit zes kerkgenootschappen laten zich in het nieuwe boek Predikant in de praktijk in hun hart kijken over vragen als: Wat motiveert u? Waar ligt u wakker van? Bent u persoonlijk in de preek? Dit boek wil voorgangers inspireren door uitwisseling van ervaringen en ideeën. Tegelijkertijd leren hoorders van preken meer over de spannende zoektocht die hun voorgangers wekelijks ondernemen.
Dr. Wim Dekker schreef een reactie op het boek.

 

 

En als je nu niet zo creatief bent…

Mijn leven lang heb ik van vele kanten gehoord, dat de preek zijn langste tijd gehad heeft. Tegelijk heb ik mijn leven lang gemerkt, dat de mensen die naar de kerk komen in hoofdzaak komen voor de preek. Ik heb altijd mijn best gedaan om te onderstrepen dat het gaat om het geheel van de eredienst, waar de preek een onderdeel van is. Mensen gaven me ook gelijk wanneer ik dit zei, maar intussen rekenden ze mij en mijn collega’s toch altijd af op de preek. Dat woord ‘afrekenen’ klinkt wat negatief. Maar positief gezegd betekent het dat mensen die ’s zondags naar de kerk gaan verwachten iets te horen, dat hen raakt, waar ze van opknappen, waar ze mee verder kunnen. Om het met Gerrit de Kruijf te zeggen: ze hopen een goed woord te horen.

In het boek Predikant in de praktijk komen achttien collega’s aan het woord, die duidelijk zelf in het belang van de preek geloven en voor zover ik hen ken, heb ik de indruk dat zij ieder op hun eigen wijze een manier van preken hebben ontwikkeld, die iets losmaakt bij de hoorder.

Door het beluisteren en bespreken van heel veel preken van collega’s in het kader van mijn werk voor Areopagus. Centrum voor contextuele en missionaire verkondiging, de afgelopen tien jaar ben ik echter tot de conclusie gekomen, dat er toch ook nogal wat predikanten zijn, die zeer hun best doen, maar inhoudelijk en communicatief bepaald niet sterk overkomen. Soms zeggen ze zelf ook: preken is eigenlijk niet zo mijn ding. Het is vrij logisch dat zulke voorgangers niet in dit boek aan het woord komen. Ze kunnen er wel door geholpen worden denk ik, omdat degenen die hier aan het woord komen veel van hun kwetsbaarheid laten zien. Mij viel in de hoofdstukjes over het ‘wakker liggen’ en het ‘proces’ op, dat iedereen er flink aan trekt, dat het maken van de preek niemand zomaar gemakkelijk af gaat. Er staan hier in eerste instantie geen voorgangers op een voor anderen onbereikbaar voetstuk. Wel wordt door velen de nadruk gelegd op het creatieve proces, meer dan op ambacht en bronnen, viel me op. Dat correspondeert met het communicatieve gebeuren, dat in onze tijd zulke hoge ogen gooit. In mijn jeugd vonden we preken slecht wanneer er niet zo hard aan gewerkt was en er niet zoveel inhoud in zat. Nu is het grootste compliment dat ik krijg: het kwam zo bevlogen over. Preken die door de prediker zelf zijn heengegaan en vervolgens met creativiteit en passie worden gebracht, dat zijn de preken die het vandaag goed doen. Sommigen horen dan ook nog wel welke inhoud de preek heeft, maar anderen nauwelijks. Al lezend vroeg ik me af of predikers zich hier voldoende van bewust zijn. Zij die goed kunnen communiceren en geregeld creatieve invallen hebben, moeten zich afvragen of hun begaafdheid de boodschap ook kan versluieren in plaats van verhelderen. Zij die anders begaafd zijn moeten zeker proberen hun creativiteit en hun passie meer aan te boren, maar hier ligt wel een lastig punt. Want een ambacht kun je leren, maar creativiteit is toch sterk een kwestie van aanleg. Ik zou in dit verband willen pleiten voor cursussen voor predikanten onder de titel: En als je nu niet zo creatief bent…

En verder, de preek is zeer belangrijk. Maar er is gelukkig ook nog meer. Wanneer voorganger en gemeente zich ervan bewust zijn, dat ze samen behoren tot het lichaam van Christus, waarin ‘ieder voor de ander een Christus’ mag zijn (Luther), dan kan het lijden dat de preken wat minder zijn en kan er toch sprake zijn van zeer vruchtbaar dienstwerk. Daarom heb ik me verbaasd over de titel van het boek: Predikant in de praktijk. Had dat niet iets moeten zijn als: Preken in de praktijk? Dat is niet hetzelfde.

 

 

Wim Dekker gaf tot 1 juli 2015 leiding aan het centrum voor contextuele en missionaire verkondiging van de IZB: Areopagus.

Klik hier voor meer informatie over Predikant in de praktijk.

3 reacties

  1. J.Korporaal
    14 maart 2016 om 19:09

    Iedere prediker zou zich af moeten vragen voor-,tijdens-en na het maken van een preek hoe zou of wordt ik hier nu zelf door gesticht of opgebouwd in het geloof.Wat heb ik te verkondigen te proclameren……………en als hoorden vraag ik me altijd af na een preek-wat weet ik nu meer dan toen ik de tekst nauwkeurig las……….

  2. Anna
    15 maart 2016 om 01:52

    Gun de toehoorders dan in ieder geval een makkelijk zingbaar lied of een Canon.

  3. Jan
    12 april 2016 om 12:26

    De kerkdienst op zondag is de grote magneet.
    Prediking mag zelfs ietsje antimagnetisch -maar niet flauw zijn binnen dat krachtenveld van Gods genade