Catechese

Goed en kwaad – De politiek theologisch beschouwd (2)

Met het oog op Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart schrijft Erik Borgman komende weken vijf theologische beschouwing over politiek. Dit in het verlengde van zijn nieuwste boek ‘Leven van wat komt. Een katholiek uitzicht op de samenleving’ dat eind maart verschijnt. Borgman pleit voor relativering van de maakbaarheid. We moeten niet inzetten op een maakbare samenleving, maar op een contemplatieve samenleving. Daar hoort een contemplatieve politiek bij. “Het is steeds opnieuw nodig te ontdekken wat waar is en goed.” –  Theologie ter bemoediging.

Het gaat in het politieke debat op het moment steeds over wat wij, de burgers, willen. Het gaat over de doelen die politici namens ons willen stellen. Vervolgens gaat het over planning en uitvoering, over te bereiken en bereikte resultaten.

Hoogmoed

Deze manier van denken is een groot probleem. Dat wordt al door de bijbelse verhalen gesignaleerd. Als in de tuin van Eden de slang Eva en Adam verleidt te eten van ‘de boom van de kennis van goed en kwaad’ midden in de tuin (Genesis 2,17), dan is het probleem niet het verlangen van de eerste mensen om goed en kwaad te kennen. Er is vaak gesuggereerd dat het bijbelverhaal het streven naar kennis zou afwijzen, maar daar gaat het niet om. Het probleem is dat Adam en Eva deze kennis niet willen opdoen via het bewerken en beheren van de tuin, zoals hun is opgedragen (Genesis 2,15). Verleid door de slang zoeken zij een shortcut, een manier om goed en kwaad in de greep te krijgen en er aldus over te beschikken.

Immers, als je er vooraf van verzekerd bent dat wat jij doet het goede is, hoef je je verder door niemand te laten gezeggen en kun je je gang gaan. Dat is voor eindige mensen een gevaarlijke vorm van hybris, van hoogmoed.

Naakt

De ironie van het verhaal wil dat de eerste mensen door van de boom van de kennis te eten, een nogal ongemakkelijke waarheid ontdekken: zij zijn naakt (Genesis 3,7). Mensen zijn kwetsbaar en beperkt en daarom niet in staat vanuit zichzelf te bepalen wat goed en kwaad is en dan vanuit de zekerheid ervan te leven. Naarmate zij dat meer ontkennen, botsen zij er harder op.

Eva en Adam worden aan het einde van het scheppingsverhaal in al hun naaktheid midden in de weerbarstige werkelijkheid en het dubbelzinnige leven geplaatst. Hun naaktheid proberen ze te bedekken met een schaamschort van vijgenbladeren maar accentueren deze daardoor alleen maar. Daar, midden in het leven, is geen voedsel of beschutting zonder moeite, geen geluk zonder pijn, geen relatie zonder macht en onderwerping, geen toekomst zonder gevaar, geen leven zonder dood (vgl. Genesis 3,14-19). De confrontatie met de dubbelzinnigheid is vanaf dat moment de weg waarlangs wij datgene verkrijgen waarvan de eerste mensen al wisten dat zij het nodig hadden: kennis van het onderscheid tussen goed en kwaad.

Maar de ontdekkingstocht is pijnlijk en gevaarlijk. Hij gaat met vallen en opstaan en duurt maar voort: het hele leven, de hele geschiedenis. Door onwetendheid, onvermogen en onwil vallen er bovendien steeds opnieuw slachtoffers, en niet zelden heel veel. Dus verleiden wij elkaar steeds weer om een shortcut te zoeken. Zo redden wij onze eigenwaan.

Zorg en bescherming

Maar in het leven staan niet onze individuele of collectieve wensen centraal. Het gaat niet om het realiseren van onze voorkeuren. Het gaat erom dat wij opnieuw leren zien en leren doen wat goed is.

In een weerbarstige wereld hebben schepsels om te kunnen leven zorg nodig, bescherming, voedsel, steun. Die moet worden gevonden, geconstrueerd, geteeld en geboden. Er moet met de dingen, de planten, de dieren en andere mensen worden samengewerkt, er moet van hen worden ontvangen en er moet aan hen worden gegeven, er moet vriendschap mee worden gesloten en wij moeten hun de mogelijkheid bieden ons als vrienden te behandelen.

Leugen en kwaad moeten worden doorzien, blootgelegd en bestreden. Waar gevangenschap of onderdrukking is, moet onthuld worden waar zij vandaan komen en hoe zij te doorbreken zijn. Waar verlatenheid is, moeten nieuwe vormen van verbondenheid worden ontwikkeld. Maar er is geen masterplan, geen code die, als je die eenmaal kent, alleen maar hoeft te volgen om succes te hebben. Het is steeds opnieuw nodig te ontdekken wat waar is en goed, en vorm te geven aan wat leven geeft, leven doet en in leven houdt.

Gaandeweg

Dit is iets geheel anders dan plannen maken op basis van keuzes en dan vervolgens deze plannen realiseren – ook al zijn deze plannen met liefde bedacht en op bevrijding gericht. Het plan dat erom vraagt gevolgd te worden, ontvouwt zich gaandeweg in wat zich als goed aandient wanneer het gezocht en gevolgd wordt.

Politici en hun partijprogramma’s bieden oplossingen. Maar ik vertrouw ze niet. In plaats van oplossingen verlang ik ernaar dat mijn angsten gezien worden, mijn verlangen begrepen wordt, dat ik wordt gesteund in bij het vinden van een plaats in de wereld. Ik verlang van politici dat zij reageren op wat hen aan inzicht gegeven wordt en dat zij ons ruimte geven hetzelfde te doen. Omdat we alleen zo het goede op het spoor kunnen komen.

 

Erik Borgman is hoogleraar publieke theologie aan Tilburg University. Zie hier eerdere bijdragen van zijn hand.

leven-van-wat-komt_300dpiErik Borgman, Leven van wat komt. Een katholiek uitzicht op de samenlevingMeinema, 192 blz., € 16,95. (Presentatie: 28 maart a.s.)