GodsdienstvrijheidBij het uittypen van mijn referaat over het onderwerp “Godsdienstvrijheid en seculariteit” laat mijn tekstverwerker onverbiddelijk een rood cursief lijntje zien onder het woord ‘seculariteit’. Ook mijn Van Dale blijkt die term niet te kennen. Pas na enig gezoek toont de ´On line Encyclopedie´ aan dit woord wel te herkennen……

Dit alles, terwijl geen van bovenstaande bronnen moeite lijkt te hebben met het woord ´godsdienstvrijheid´. Enthousiast ging ik verder met mijn opdracht voor vandaag. `Godsdienstvrijheid´ is kennelijk toch nog zichtbaarder en meer herkenbaar in onze samenleving dan ´secularisatie´. Bij deze bespiegelingen realiseerde ik mij wel dat de uitslag van deze weging anders was geweest indien de organisatie van de Leidse Lezingen in plaats van het woord ´seculariteit´ het woord ´secularisatie´had gebruikt.

Deze gedachtewisseling over ´godsdienstvrijheid en secularisatie´ is natuurlijk veel meer dan het hierboven geschetste woordenspel. Het gaat om een geweldig spanningsveld van elementen als verbondenheid, diepe overtuigingen, maatschappelijke verantwoordelijkheden, nostalgie, vrijheidsdrang, afrekeningen, afbakening van het eigen domein, boosheid en diepe zorgen.

In de toch wel korte tijd die ons voor zo een ingrijpend onderwerp vandaag ter beschikking staat kies ik er voor om een enkel thema naar voren te brengen ter illustratie van hoe ik zelf als rabbijn, als rechtstreeks betrokkene bij dit maatschappelijke debat, omga met dit spanningsveld in ons land.

Het afgelopen jaar, tijdens al die gesprekken rond het ritueel slachten op het departement, in de beide Kamers, tegenover journalisten, kerkleiders en opiniemakers, kwam bij mij steeds die ene vraag naar boven. Wat zit er nu precies achter die gedrevenheid van al die voorstemmers voor een verbod op ritueel slachten? Honderdzestien van de honderdvijftig Tweede Kamerleden kiezen uiteindelijk voor het korten van burgers op hun rechten van godsdienstvrijheid. Is het echt de absolute zorg om dierenwelzijn die hun daartoe brengt? Van een Partij voor de Dieren, die tegen iedere vorm van slacht is, kan ik mij dat voorstellen. Vele van haar volgelingen die ik de in de nu achter ons liggende periode heb gesproken eten helemaal geen vlees. Dierenwelzijn is hun credo. Maar deze fractie vertegenwoordigt slecht twee zetels in de Kamer.

Van al die andere fracties eten heel wat leden vlees. En niet alleen tijdens de jaarlijkse barbecue op het Binnenhof maar ook elders. Tijdens bijeenkomsten, dinertjes, recepties worden dierlijke producten genuttigd zonder dat op dat moment vragen worden gesteld waar die bitterballen vandaan komen en of die kippenboutjes nu eigenlijk wel ´plof-proof´zijn

Nee, het kan niet alleen maar over zorgen om het dierenwelzijn gaan.

Is het dan antisemitisme of Islamofobie? Nee, onder de voorstemmers voor een verbod op het ritueel slachten zitten voldoende parlementariërs die zowel de moslimgemeenschap als de joodse gemeenschap in het algemeen goed gezind zijn. Er zijn ook moslims of Joden onder de voorstemmers die ik onmogelijk van zoveel zelfhaat kan betichten dat zij dit door middel van hun stem over dit item in de Kamer ook zichtbaar willen maken.

Dan rest er nog één optie. Dat is de optie van secularisatie. Met de opkomst van allerlei maatschappelijke bewegingen in onze samenleving, een ontwikkeling die al tijdens het uitrollen van de emancipatie over geheel West-Europa in de 18e eeuw is begonnen, is de invloed van religie op ons dagelijks bestaan steeds minder geworden. Na het inperken van de macht van de adel en de geestelijkheid kregen uiteindelijk stromingen zoals socialisme, communisme, humanisme en nog vele anderen gaandeweg ampel ruimte om een stempel gaan drukken op het leven in de openbare ruimte.

Nagenoeg ongelimiteerde communicatiemogelijkheden, de behoefte zich te ontdoen van ieder hoger gezag en daarnaast nog een aantal andere factoren, waaronder de individualisering van de samenleving maken deze ontwikkelingen ´het laten verdwijnen van religie´ langzamerhand tot einddoel. De secularisatie in de 21ste eeuw zal mogelijk de geschiedenis in gaan als de afsluiting van de Emancipatiegolf waarmee de Europese burger ooit afscheid nam van de middeleeuwen. En daardoor zal in een seculiere samenleving geen ruimte meer worden gerealiseerd voor religie in het publieke domein. Gekoppeld aan het motief van dierenwelzijn, milieuzorgen en een terugkerend, maar dan wereldlijk, rentmeesterschap met betrekking tot de zorgen om onze aardbol en het oneindige daaromheen, zaken die heel nadrukkelijk op de agenda van vandaag staan, blijkt die seculiere samenleving dan ook wel te porren voor een ritueel slachtverbod.

Is secularisatie de laatste fase in de sociaal maatschappelijke ontwikkeling van ons land?

Hierover ben ik van mening dat dit niet het geval is. Ja, secularisatie leidt tot een onverschilligheid ten opzichte van religie. Deze onverschilligheid dwingt tot het laten verdwijnen van religie. En daarmee zou het verhaal van de secularisten compleet moeten zijn. Maar…..

De gedrevenheid van de opponenten van het voortzetten van ritueel slachten toont echter meer dan dat. De terminologie die gebruikt is in het publieke debat toont nog een andere laag, verborgen onder die secularisatie die over ons land raast. En dat is een laag die veel heftiger is dan een hang naar secularisatie. In Nederland heerst een golf van geweldige boosheid op religie. Nu we zijn aangeland in een tijdperk waar het zich ontdoen van gezag een modeterm is geworden ontstaat de ruimte om boosheid te ventileren.

Een katholieke dame op leeftijd krijgt nu de kans  haar boosheid te uiten. Meer dan vijftig jaar geleden werd haar het deelnemen aan de Paasviering in de kerk ontzegd omdat zij twee jaar na haar derde zwangerschap de plaatselijke geestelijke niet kon vertellen dat er opnieuw een boreling op komst was. Zij rekent af met haar religie.

Een jonge moeder van gereformeerde gezindte die zich vanwege haar scheiding volkomen door de gemeente buitengesloten voelt treedt uit de kerk.

Een Joodse overlevende van de Shoa kan na tientallen jaren nog steeds niet verkroppen dat hem destijds het recht werd ontzegd om het ‘Kaddiesj-gebed voor de doden’ uit te spreken omdat het op dat moment niet paste in de liturgische orde van de dienst, keert de synagoge voorgoed de rug toe.

Ouders die hun kinderen toevertrouwden aan geestelijken en die nu ervaren hoe deze kinderen in die kerkelijke instituten voorgoed beschadigd werden zijn in alle staten.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van die grote volkswoede tegen religie die wij nu meemaken. In zo een sfeer is de introductie van een verbod van bijvoorbeeld het ritueel slachten een haalbare kaart. Weg met iedere vorm van religie. Of het nu míĵn godsdienst is, of de godsdienst van de ander. Dat maakt verder niet uit. Nederland is bezig met een afrekening van het eigen religieus erfgoed, van het religieus erfgoed van de ouders of zelfs van de grootouders. Als dit vanwege boosheid geschiedt, dan lijkt dit een ernstige situatie. Het is het beoordelen van religie op basis van de kwalijke kanten. Niet op basis van de goede kanten, die er evenzeer zijn.

Maar, toch misschien is deze situatie wat minder ernstig dan het zich laat aanzien. Secularisatie is een bijna onomkeerbaar proces. Vanuit een geseculariseerde samenleving is de weg terug naar een religieuze samenleving zo goed als ondoenlijk. Andere levensbeschouwingen zonder enige vorm van G´ddelijk of ander hoger gezag nemen de rol van de religieuze levensvisie over.

Déze ontwikkeling, gevoed door boosheid, brengt echter tot iets anders.

Een boosheid komt op een gegeven moment tot bedaren. Na een jaar, na tien jaar, na vijftig jaar, na één generatie, na twee generaties. Een boosheid gaat liggen. En dan? Dan vraagt men zich af hoe het nu verder moet. Vanaf dat moment ontstaat er ruimte om op die vraag een antwoord te formuleren. En dat zal een antwoord kunnen zijn binnen die religieuze dimensies die de mensheid opnieuw zekerheid en houvast kunnen gaan bieden.

Ter afsluiting neem ik u graag nog even mee naar een andere zijde van onze gedachtewisseling van vandaag.

De seculiere politiek, het Humanistisch Verbond, het neutrale Ministerie van OC&W en tal van andere pijlers binnen onze samenleving zijn voortdurend bezig religieuze uitingen binnen de openbare ruimte uit te bannen. Deze kruistochten tegen het kruis, het dwarwa-wiel, het keppeltje of de boerka lijken succes te hebben. Maar aan het einder gloort een andere beweging.

Mijn voorbeeld:
Het chassidisme, een van oorspong Oost-Europese devote stroming binnen het religieuze Jodendom, wordt gezien als de exemplarische kracht die binnen het wereld Jodendom opgewassen blijkt tegen de religieuze afkalving ten tengevolge van de secularisatie. Het ontoegefelijk handhaven van uiterlijke kenmerken zoals authentieke kledij, eigen taalgebruik, het vasthouden van een heel specifiek eigen onderwijssysteem en het zich steeds verder naar binnen keren van de gemeenschap zijn typische kenmerken van een verzet van de eigen groepering tegen de secularisatie.

De naoorlogse groei van deze beweging tegenover een afkalving van geassimileerd Jodendom, zowel in Israel als daar buiten, blijkt een garantie te zijn voor het overleven van het Jodendom in weerwil van de secularisatie. De immense groei van deze beweging wereldwijd, die als symbool staat voor het getalsmatige herstel van orthodox religieus Jodendom, is karakteristiek.

Joods Nederland werd vóór de Tweede Wereldoorlog gekenmerkt door een soort ´calvinistisch- religieus Jodendom´. Wars van allerlei uiterlijke kenmerken behalve dan de toga met bef in de synagoge. Chassidisme, ja, iedere vorm van externe devotie werd afgedaan, als ´Ost-Jüdisch´, als vreemd. Nu echter, in de laatste decennia van de vorige eeuw en tijdens dit begin van de eenentwintigste eeuw blijkt de horizon van Joods Nederland te veranderen. Sterk te veranderen.

Ook in Amsterdam, het centrum van Joods Nederland, is dit geschetste beeld van chassidisme inmiddels herkenbaar. Het chassidisme functioneert wereldwijd sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw als voortrekker van andere orthodox Joods religieuze groeperingen, die ooit haar opponenten waren, in de omgang met secularisatie. Ook zo in dit land. De straimel, de bontmuts, de zwarte lange kaftan, de pijpenkrullen, het Jiddisch als taal, behoren inmiddels tot het straatbeeld van Joods Buitenveldert, de wijk waar u ons nog echt in het wild kunt zien rondlopen. De oorzaak? De orthodox-joodse gemeenschap krijgt steeds meer genoeg van het seculiere traject waarvoor de vroegere generaties Joden in Nederland gekozen hebben. Hoe zwaarder de druk van de secularisatie, hoe meer hang naar devotie, naar eigenheid, intern maar ook extern. Te lang heeft religieus Joods Nederland geleefd met de term ´overleven´in plaats van met de term ´opbloei´. De keuze van deze groepering, weliswaar hier te lande getalsmatig nog klein, maar daardoor niet minder intensief, toont aan dat het de druk van seculiere kant is die mede veroorzaakt dat er een grotere religiositeit gaat ontstaan. Kortom, secularisatie, zo u wilt, seculariteit, is de scheppende hand in de hergeboorte van religie in onze Nederlandse samenleving.


Lody van de Kamp sprak deze tekst uit op 14 februari 2013 in het kader van de Leidse Lezingen. Hij ging die dag in debat met prof. dr. Paul Cliteur over het thema ‘Godsdienstvrijheid en seculariteit’. Als reactie op het artikel van Lody van de Kamp kunt u het artikel ‘Criteria voor juridisch te beschermen godsdienst‘ lezen van prof. dr. Paul Cliteur.

Lody van de Kamp is een orthodox-joodse rabbijn, schrijver en publicist; van zijn hand verscheen in 2012 “Dagboek van een verdoofd rabbijn: persoonlijke notities bij een politieke aardverschuiving.”