Apologetiek

‘God is niet zo aardig als men Hem wil hebben’ – in gesprek met Bram van de Beek

Een lichtkring om het kruis_300dpi‘God is niet zo aardig als men Hem wil hebben’. Wie de theologie van Bram van de Beek kent, weet dat hij er een ruig Godsbeeld op nahoudt. In gesprek met een grote groep predikanten zet hij de scherpe kantjes nog even aan. ‘We lezen de Schrift vaak veel te selectief. We moeten niet om de duistere plekken heenlezen of teksten onder het tapijt vegen. Wie durft er te preken over de genocide in Deuteronomium 7?’

De emeritus-hoogleraar is een middag te gast bij de leeskring predikanten van IZB/Areopagus, die zich in het afgelopen jaar heeft beziggehouden met Een lichtkring om het kruis, een dikke pil waarin Van de Beek zijn theologie over mens en wereld heeft uitgeschreven. In een paar uur komen heel wat onderwerpen aan de orde en Van de Beek biedt zijn ‘sparring partners’ met krasse formuleringen ruim stof voor discussie. Hij gaat er meestal met gestrekt been in.
‘Ik denk niet optimistisch over de mens. Mijn oudste front is de naoorlogse apostolaatstheologie. Alsof wij het Koninkrijk van God konden bouwen! Mijn huidige front is het subjectivisme. Alsof míjn geloof, míjn inzet voor God, mijn enthousiasme voor het evangelie me zal redden. Als dat waar is, ben ik reddeloos verloren. Ik word gered omdat het God heeft behaagd mij te verkiezen gedoopt te worden.’ Even daarna: ‘De huidige golf van praise en subjectivisme leidt de volgende golf van ontkerkelijking in. Maar de pubers en adolescenten die nu in de kerk zitten, komen voor serieuze vragen naar de zin van het leven. Waarom zijn we er? Wat is geloof? Ontloop die vragen niet in de preek.’

Genesis
Het gesprek was al pittig begonnen met een debatje over Genesis. ‘In het gesprek over natuurwetenschappen en geloof vind ik de Nederlandse Geloofsbelijdenis nog altijd verhelderend. Artikel 1 en  2: God is een onbevattelijk wezen. Hoe weet je dat? Uit de natuur, de schepping. En dat Hij onbevattelijk is weten we nog veel helderder uit de Schrift. Er staat niet: uit de natuur weten we dat God onbevattelijk is, maar lees de Schrift, dat weet je alles. Nee, we weten uit de Bijbel dat Hij onbevattelijk is.’
Genesis 1-3 is niet ‘een historisch verhaaltje over een stukje oude wereldgeschiedenis. Het is een belijdenis dat God de Schepper van deze wereld is. We hebben de eerste hoofdstukken vaak veel te positivistisch gelezen.‘ De huidige stand van de natuurwetenschappen en het historisch onderzoek is een trigger om de Bijbel opnieuw te lezen. ‘De teksten uit Genesis spreken dan nog méér, dan toen ze alleen maar werden beschouwd als een historisch verslag. Ze zeggen niets over de wereld an sich, maar over de wereld voor Gods aangezicht. Dat het Góds wereld is..’

Geest
Daar beginnen ook de vragen, want volgens de natuurwetenschappen stammen we van de eencelligen en primaten af. Op zeker moment moet er dan toch besef van goed en kwaad zijn ontstaan.

Van de Beek: ‘Er is een achternamiddag geweest waarop een primaat ging denken…’
Maar is moreel bewustzijn niet een andere dimensie? Die kan zich toch niet vanuit materie ontwikkelen? Anders zou de discussie tussen lichaam en geest opgelost zijn. Dan is onze geest niet meer dan iets materieels.
VdB: ‘Dan verbind je ‘geest’ met de menselijke geest. Terwijl je juist theologisch moet zeggen: ‘Neemt Ge hun adem weg…’ (ps. 104). Dat is de geest die in de hele wereld werkt. Alle dingen zijn geschapen door de logos. We zijn als mensen erg geneigd om alleen onszelf met God in verband te brengen en dan alleen op het niveau van de geest. Het is veel complexer.’
Is materie voldoende voor het ontwikkelen van bewustzijn?
VdB: ‘Is materie zo slecht?’
Nee, maar het is wel te weinig.
VdB: ‘Dat ligt er maar aan. Elektriciteit, is dat materie? Ja, het zijn velden. Het is materie, maar ook meer dan dat. Materie is allang niet meer wat het was in de 19e eeuw. We denken over materie in een tijd-ruimte-continuüm van deeltjes en golfjes. Materie heeft ook te maken met de Geest van God die aanwezig is in processen in dit heelal die ons ver te boven gaan. Calvijn schrijft: Als Saturnus groter is dan de maan, dan heeft God meer geschapen dan we dachten. Als tijd/ruimte ingewikkelder is dan we dachten, dan is God nog weer heel anders in deze wereld aanwezig dan we dachten. Geest en materie staan niet zover van elkaar. In alle materialiteit van deze wereld is werkelijk de Geest van God werkzaam. Dat is nu juist waarom de Vroege Kerk Marcion de deur uit gegooid heeft: omdat deze werkelijkheid Góds wereld is.’

Logos
Vervolgens gaat het over de schepping van de wereld, waar het kruis volgens Van de Beek van meet af aan een onvervreemdbaar onderdeel van is. Hij mag daarbij graag Openbaring 13:8 citeren, waar het gaat over ‘het Lam dat geslacht is, vanaf de grondlegging der wereld.
‘Christus is de logos. Alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen. Als je wilt weten hoe deze wereld in elkaar zit, moet je niet over de Vader beginnen maar over de Logos, Jezus.  Hij is de eniggeboren God – als je Joh. 1:18 juist vertaalt – Hij is de gezondene van de Vader, de logica van de wereld. Ik moet zeggen dat ik de wereld met alle lijden en pijn veel beter begrijp als ik denk aan de Gekruisigde, dan wanneer ik het in verband breng met een fictief beeld van een God die alles mooi gemaakt heeft. Want had zo’n God niet  kunnen voorkomen dat er zoveel ellende zou komen, omdat Adam zo nodig een appeltje moest eten?’
Maar is God dan niet een eeuwige Vader, die aan zijn Schepping voorafgaat en die er tot in de voltooiing zal zijn?
‘Ook hier kunnen natuurwetenschappelijke inzichten ons helpen: tijd en ruimte zitten ingewikkelder in elkaar dan in onze lineaire voorstellingen.  Het eeuwige raadsbesluit van God, van den beginne, is niets anders dan het oordeel dat Hij straks over mij zal uitspreken.’

Triniteit
Valt alle trinitarisch spreken niet samen met christologie?

‘Ja, Jezus is Heer, dat is de oerbelijdenis. Trinitarisch spreken wil zeggen dat God niet opgaat in het kruis. Hij staat boven de historie. En Hij is niet ten hemel gevaren om ons in ons sop te laten gaarkoken. Hij is werkelijk aanwezig in de gemeente.’
Maar het gespreide trinitarische denken, waarin Vader, Zoon en Geest veel meer ieder een eigen plek krijgen,  is toch niet op een achternamiddag te theologie in geslopen? Het zit toch diep in de christelijke traditie?
‘Zo diep zit dat helemaal niet. Je vindt het pas in de tweede helft van de twintigste eeuw. Van Ruleriaans denken. Het is een orthodox antwoord op de liberale 19e-eeuwse theologie.’

Nog even terug: is het niet een grote verleiding om het kwaad zo dicht tegen God aan te leggen? Bent u niet heel monistisch?
‘Zou het niet een verschrikking zijn als er ook maar iets van dualisme zou zijn? Dan zou er iets of iemand zijn waar God niet tegen opgewassen is! Als het tenminste gaat om serieus dualisme – anders is het slechts spel.’
Maar er staat toch geschreven: Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd zal hebben?
‘Hij is de Schepper van alle dingen, ook van de dingen die wij kwaad noemen. Het dualisme is een verschrikking.’
God is degene die ons verlost van het kwaad. Maar Hij lijkt in uw visie het kwaad daarvoor ook nodig te hebben.
‘Dat suggereert een oorzakelijk verband. Hij is zoals Hij is. Hij openbaart zich als de Redder.’
Maar Hij heeft de verloren wereld nodig om zich als zodanig te openbaren.
‘Dat is al een rationalisatie. God staat aan het begin van alles. Geen ding geschiedt buiten zijn wil.’
Wat blijft er dan over van de menselijke verantwoordelijkheid?

Geheimenis
Je kunt op verschillende niveaus over verantwoordelijkheid spreken. In de rechtspraak wordt gesproken over ‘verzachtende omstandigheden’, een slechte opvoeding bijvoorbeeld. Dat ontslaat de dader niet van zijn verantwoordelijkheid. Op het niveau waarop we dagelijks communiceren, heeft de mens wel degelijk verantwoordelijkheid.’

Van Ruler sprak in verband met het kwaad over ‘de achterkant van God’.
‘God is een geheimenis. Hij is groter dan wij. Hij is niet zo aardig als men Hem wil hebben. Wolken en donkerheid, niet alleen van de Sinaï, ook van Golgotha.’
De wereld is zoveel beter te begrijpen vanuit de ‘logica’ van de Gekruisigde. ‘Het leven is – in de taal van het oude doopformulier – niet anders dan een langzame dood. Dat is de wereld waarin wij leven. In die wereld gedenken we de dood van de Heer. Liefst elke dag.’

Doop
Biedt deze theologie ook nog iets waar je blij van wordt?
Van de Beek: ‘Deze wereld is een wereld van die God die het verlorene zoekt. Het gaat niet alleen over verloren zonen die zich nog eens bekeren, maar ook over verloren penningen. Over de Lazarussen en tollenaars van deze wereld.  Zij worden allen gered! Je kunt niet op een exclusieve manier stellen: Buiten de kerk is er geen heil. Omgekeerd geldt dat wij binnen de kerk veel te weinig serieus nemen wat het betekent om gedoopt te zijn.’

Wat is daar dan zo troostrijk aan? De kerk ziet gedoopten massaal afhaken.
‘Bij hun doop is gebeden: ‘die u tot uw kinderen aangenomen hébt’ – niet: die u aan zult nemen, mochten ze eens tot geloof komen. Als mijn kinderen nooit meer thuis zouden komen en me overal zwart maken, dan blijven het nog mijn kinderen. Partners kun je de deur wijzen, maar je kunt je niet ontvaderen. Gedoopten zijn dan ook geen object van missionair werk. Ze zijn broeders en zusters in Christus.’

Missionair
De deelnemers aan de leeskring vinden het allemaal intellectueel uitdagend, theologisch spannend, bij vlagen bevindelijk – maar wat kun je ermee op de kansel of in het catechisatielokaal? Om maar te zwijgen over het missionaire gesprek.
‘Er is verschil tussen de kansel en de zeepkist. Op de kansel zeg je wie de gemeente is, waar ze staat. Op de zeepkist gaat het om basale kennis van het evangelie’.

Nou, dat is soms vanaf de kansel ook heel hard nodig.
‘Dat is het probleem. Dat je niet meer durft te zeggen: dit zijn jullie, gedoopten. Dat durven we niet. Evangelisatie is tegen de mensen in de wereld zeggen dat er opstanding uit de doden is. Kijk naar de toespraken in Handelingen: deze Jezus, die we gekruisigd hebben (Hand. 2), de onbekende God (Hand. 17). We hebben geen andere boodschap dan de belofte van het eeuwige leven. We houden mensen teveel zoet met beloftetjes dat ze als christen een betere burger worden, dat ze de wereld kunnen verbeteren, dat het zo fijn is om christen te zijn. Ja, het is fijn om met Hem gestorven te zijn en niet meer voor jezelf te hoeven leven. Gelukkig niet. Christus leeft in mij. Dat moeten we gewoon weer durven zeggen: Gemeente, in de wereld heb je verdrukking. Maar de genadegaven en beloften van God zijn onberouwelijk.’

‘Misschien moet ik als ik tijd van leven heb nog een boek schrijven over de missionaire kant van deze theologie’, zegt Van de Beek, terwijl hij zijn paperassen bij elkaar grijpt. Eerst moet hij zijn laatste boek in zijn serie dogmatische studies nog afronden, dat zal gaan over God de Vader.

Koos van Noppen, IZB

Begin 2017 start een nieuwe leeskring onder leiding van Wim Dekker, ‘Tussen nihilisme en religiositeit’, over Miskotte. De inschrijving is geopend. Kijk op www.izb.nl/nieuws/tussen-nihilisme-en-religiositeit