GeloofSpiritualiteit

God als kind

In het kerstnummer van Open Deur verscheen het onderstaande artikel.

Hoe wonderlijk zijn de feiten van Jezus’ geboorte nu werkelijk? Als je alle latere romantiek en dogmatiek eraf schraapt, blijft er één wonder over. De blijde boodschap volgens Lucas.

Het geschiedt als zij dáár zijn,
dat de dagen vervuld zijn
dat zij baren moet,
en zij baart haar eerstgeboren zoon;
zij wikkelt hem in doeken
en legt hem in een kribbe,
omdat er voor hen
geen plaats is in de herberg.

(Twee verzen uit het Kerstevangelie van Lucas, uit de Naardense Bijbel)

Bij voorkeur wordt in onze kerkgemeenschap het kerstspel gespeeld met een heuse baby. Natuurlijk zijn er minder vruchtbare jaren maar een pop is toch niet het echte werk. Is er een kind in ons midden, dan is er ook meteen de bijpassende ontroering. Kijk toch, wat een lekkere frummel! Die handjes, die teentjes, die slaap der onschuldigen, dat melkboertje… een wonder!
Het is prima. De sleutel tot het begrijpen van het kerstevangelie is zelfs niet zo heel ver weg. Maar we moeten wel goed bedenken dat de romantiek rondom het kind en zijn onschuld een relatief late uitvinding is. Overigens hoef je maar op het schoolplein rond te kijken om er ook een andere mening over te kunnen hebben.

Een vrouw krijgt een kind
In ieder geval waren het niet meteen dit soort emoties die de evangelist Lucas wilde oproepen toen hij schreef over het kind in de kribbe. Allereerst bracht hij met dat beeld van een jonge vrouw en haar kind een oude, profetische belofte bij zijn hoorders in herinnering. Dat was waar ook: had de profeet Jesaja niet ooit namens God beloofd dat er goede tijden zouden aanbreken als een ‘maagd zwanger zou worden en een zoon zou baren’ (Jesaja 7: 14)? Ongetwijfeld had Lucas niet kunnen vermoeden dat deze vrolijke knipoog naar Jesaja aanleiding zou geven tot allerlei ingewikkelde dogmatisch-gynaecologische discussies over al of niet maagdelijke geboortes en onbevlekte ontvangenissen. Eigenlijk blijft Lucas heel dicht bij de oorspronkelijke bedoelingen van Jesaja als hij iets heel bijzonders ziet in wat eigenlijk doodnormaal is: een vrouw krijgt een kind.

babyHet wonder in het normale
Want dat is punt twee. Te midden van allerlei wonderlijke geboorten – een baby als de halfgod Hercules die al als zuigeling twee slangen keelt of de geboorte van een godin als Venus uit het schuim van de zee – moet je het Bijbelse wonder van de geboorte van Jezus in het doodgewone zoeken. We zijn zo gewend om dit verhaal als een bijzonder verhaal te lezen. En dat is het ook. Maar dat bijzondere zit hem nu juist in het volstrekt normale. Want wat is er nou normaler dan een vrouw die een kind krijgt? Zeker als we die uitdrukking ‘maagd’ begrijpen als de meest voor de hand liggende betekenis die het in de grondtalen van de Bijbel heeft: een jonge vrouw. Toch raakt Lucas er maar niet over uitgezongen. Zeker, de geboorte van Jezus vindt plaats in een stal en hij wordt gelegd in een kribbe. ‘Omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.’ Maar ook dat moeten we niet groter maken dan het is. Lucas benadrukt hiermee dat de geboorte van God-met-ons geen affaire is die zich afspeelt in de paleizen van koning – keizer – admiraal maar helemaal en midden in de lagen van ons eigen bestaan. Een vrouw krijgt een kind, zoals miljoenen vrouwen dat kregen en krijgen of tot hun grote verdriet nooit hebben gehad. Lucas wil zeggen dat God deelgenoot wilde worden van precies datzelfde menselijke bestaan waarin ook wij leven. Ook Hij was een mens op aarde – in deze levenstijd. Ook Hij leefde in dezelfde vragen en angsten, in eenzelfde kommer en koorts als wij.

Met huid en haar
Dat is trouwens ook de reden waarom er op geen enkele wijze sprake is van een of andere wonderbaarlijke geboorte. Maria blijft niets bespaard. Ook zij moet de pijn van de barensweeën wegpuffen. Ook zij kent de angst voor wat haar te wachten staat, voelt haar krachten afnemen en hoe haar lichaam het overneemt en het tot een goed einde brengt.
Waarom houdt Lucas het toch zo aards? Zo heel dicht bij de aarde? Zo lichamelijk? Zo alledaags? Omdat hij iets wil zeggen over deze bijzondere God die zo aards, zo dicht bij de aarde, zo lichamelijk, zo alledaags is. Dat is het geheim van de menswording van God.
Het realisme van dit geheim wordt door de dichter Kurt Marti als volgt verwoord:

destijds
toen God
in een geboorteschreeuw
de godsbeelden verbrijzelde
en
tussen de dijen van Maria
rimpelig rood
het kind lag.

God heeft de mens lief. De mens die leeft in alle pijn en moeite. Daarom nam Hij deel aan ons bestaan. Helemaal. Met huid en haar. Hij werd mens.

Evert Jan de Wijer is predikant van de Thomaskerk in Amsterdam.