Dr. Lútzen Miedema werkte als diaconaal predikant en universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit. Tijdens de presentatie van het handboek Diaconaal doen doordacht in de Bergkerk te Amersfoort gaf hij een lezing. De tekst van zijn lezing kunt u hieronder nalezen. De komende weken publiceren we ook de bijdragen van de andere sprekers.

diaconaal doen doordacht

Geschiedenis, waarom en inhoud van drie handboeken diaconiewetenschap

Bij ‘diaconie / diaconaat’ veronderstel ik:

(a) Diaconaat beslaat een breed terrein. Het werk volgt de gangen en krochten van de samenleving. Deze is altijd weer anders. Fantastisch om in te werken.

(b) In de diaconale praktijk staat de kern van kerk en christen zijn op het spel. Hier spreekt hun hart. Diaconie geeft je identiteit weer, als ‘legitimatie-bewijs’ van levend geloof. Klopt dit, dan kun je niet ‘diaconaal doen’. Je bent het.

WAT, HOE, WAARUIT, WAARIN? Vier vragen bij wijze van ‘prolegomena’

(1) Wat is diaconaat? Voor deze vraag staan diaconale werkers bijvoorbeeld wanneer zij beslissen over geld voor iemand of iets. Dan is de vraag: wat is het diaconale hier in deze context? Visie berust in de praktijk op keuzes.

(2) Wie diaconaal werk doet krijgt niet zelden het gevoel: ‘hoe ga ik om met de mens die mij op een of andere manier om hulp vraagt? Ik wil niet uit de hoogte doen, maar ik moet toch knopen doorhakken die mensen betreffen. Hoe stel ik me dan op?’

Beide vragen leven in de diaconale praktijk en staan niet los van de volgende twee vragen:

(3) Van waaruit ontspringt diaconie? Wat zijn de bronnen? Wat leren ons de diaconale geschiedenis en tradities voor diaconaal geïnspireerd blijven?

(4) Voorgaande vragen staan nooit los van de context waarin zij worden gesteld. Hierin worden bronnen geïnterpreteerd, werk uitgevoerd, keuzes gemaakt.

Context én bronnen vergen verheldering ter wille van de praktijk die naar het ‘wat’ en het ‘hoe’ vraagt. De context verandert eindeloos (panta rei). De interpretatie van de geloofsbronnen schuift mee. Beide komen aan bod in de diaconiewetenschap. Vanaf ongeveer 1990 stak het idee de kop op om er in Nederland meer mee te doen, in navolging van buitenlandse diaconiewetenschap[1] en enkele hogescholen in Nederland. [2]

Onder meer hierdoor ontstond de oecumenische Diaconale Studiekring. Hierin werd het idee om een handboek te gaan maken schoorvoetend getolereerd.

Barmhartigheid en gerechtigheid

Het eerste handboek diaconiewetenschap verscheen in 2004. De titel verwees naar zowel bronnen- als context-onderzoek: Barmhartigheid en gerechtigheid. We lopen bij dit handboek de vier vragen na en sluiten af met een opmerking.

(1) Wat is diaconie? De redactie hakte de wirwar aan definities door met een sociaal-wetenschappelijk geïnspireerde omschrijving. Ieder werd uitgenodigd deze naar eigen inzicht aan te passen. Daar is weinig op ingegaan. Opvallend was dat alle medewerkers de overtuiging deelden dat de diaconie tot het wezen van de kerk behoort. Dit bleef zo in de volgende bundels. De (hiermee in relatie staande) vraag naar de plaats van de diaconie in de kerk werd belicht aan onder meer de relatie met pastoraat, liturgie en catechese.

(2) Hoe ‘doe’ je diaconie? Opvallend was dat in dit verband het thema verzoening aan de orde kwam. [3] Verder lezen we over o.a. ‘presentie’ en ‘wederkerigheid’. Je kunt jezelf niet buiten schot houden in de diaconie.

(3) Bronnen enz. In het gedeelte ‘markante mensen met mededogen’ zien we mooie historische portretten. In het eind van de bundel worden nieuwe interpretaties van de diaconale bronnen aangestipt. Deze komen ook aan de orde in het tweede handboek diaconiewetenschap.

(4) Context. De eerste bundel vergelijkt diaconie met andere godsdiensten en levensbeschouwingen. Hier is later niet op terug gekomen.

(5) Een opmerking. In aantekeningen vanuit de door Sake Stoppels plezierig geleide redactievergaderingen kwam ik nog iets tegen dat bleef liggen, namelijk de spirituele relatie tussen diaconie en heilige eucharistie dan wel heilig avondmaal.

Mocht dit worden opgepakt, dan hoop ik dat eucharistie en avondmaal heilig blijven en – zo – een mysterie. De Tafel van de Heer kan dus nooit een element zijn in een machtsspel, zoals Theo Witvliet aanduidt.[4]

Doordenking hiervan zou dienstbaar kunnen zijn voor de spirituele basis omtrent de ‘hoe’ vraag, omtrent bijvoorbeeld de bejegening van bezoekers van de Voedselbank. Bij hen was de Zwolse missiezuster (Oblaten van de Assumptie, foto) zeer geliefd.

Diaconie in beweging

Na zeven jaar verschijnt Diaconie in beweging, het tweede handboek diaconiewetenschap, met een fikse rooms-katholieke inbreng (2011). We lopen de vragen weer na en maken een opmerking.

(1) De vraag ‘Wat is diaconie?’ krijgt een herziene wending vanuit het bronnenonderzoek.

(2) De ‘hoe-vraag’ komt daarbij eveneens aan de orde.

(3) Bronnenonderzoek en historische wortels van diaconie krijgen ruim aandacht. Zo gaat dit over de vraag of ‘diaconie’ oorspronkelijk alleen iets christelijks is. Aan eerder onderzoek [5] werd toegevoegd hoe ‘diaconie’ als term én als organisatie voorkomt in een joods geschrift rond het jaar nul. Diaconie is joods. Hierbij gaat ‘diaconaal doen’ om wederkerigheid.

Bij de historische wortels komt o.a. de plaats van de vrouwelijke diaken Febe (afbeelding) in kerk en diaconie aan de orde. [6]

(4) Het hoofdstuk Context bespreekt globalisering, verzorgingsstaat, immigranten en het lijden. Het slothoofdstuk geeft een ‘agenda voor de diaconiewetenschap’ onder meer betreffende de vraag wie de dragers van diaconie zijn en betreffende de wisselwerking tussen kerk en samenleving. Hierbij wordt op de rol van ‘publieke theologie’ gewezen.

5) Opmerking. De liefdevol door Ellen Hogema geleide redactie deelde de bespreking van de kerken en parochies van immigranten in bij de ‘hedendaagse ontwikkelingen’. In het onderzoek in het tweede handboek naar de ‘historische wortels’ van diaconaat spelen zij geen rol.

Een pas afgesloten onderzoek-serie aan de VU over Molukse theologie geeft mij de indruk dat hun historisch-culturele wortels evenwel inspirerend kunnen zijn voor (a) de verdere doordenking van de diaconale bronnen en (b) de ontwikkeling van de diaconale praxis in onze regio. [7]

Diaconaal doen doordachtdiaconaal doen doordacht

Na weer zeven jaar is hier Diaconaal doen doordacht, het derde handboek diaconiewetenschap

(1.) Wat is diaconie? De definitie blijft staan. Toch blijft ieder uitgenodigd er verder over na te denken.

(2.) Hoe doe je diaconaat? We komen met deel een vergelijkbare kernwoorden als ‘wederkerigheid’ tegen.

(3.) Het bronnenonderzoek betreft vooral de term verzoening. Hierbij raken drie wegen elkaar (zie elders). Bij één ervan steek ik een kaarsje aan. Deze komt uit de oosters-orthodoxe verzoeningsleer: ‘metamorfose’. Verzoening gaat hierin verder dan een herstel van relaties, hoe belangrijk dit ook blijft: het gaat om een vergaande verandering, zo niet bekering. Bijvoorbeeld bij het conflict tussen slachtoffer en dader gaat het om zowel de metamorfose van de mens die is onteerd (als slachtoffer) als om die van de mens die heeft onteerd (als dader). Beiden zijn geroepen te leven in Gods glorie, in de gemeenschap der heiligen. Daarin krijgen mensen een herkansing.[8] Wederom wijsheid uit het Oosten.

(4.) Context. Het derde handboek besteedt veel aandacht aan de context, onder meer aan duurzaamheid en de rol van de overheid bij financiering en inhoud van diaconaal werk.

De bespreking hiervan roept niet op tot publieke theologie, maar kan misschien toch als aanzet kunnen dienen om de diaconiewetenschap hiervoor te interesseren.

(5) Het zou kunnen zijn dat zich een belangrijk thema aandient voor diaconiewetenschap in de context van nu. Ik noem eerst de aanleiding: dat is de identiteitsvraag: wie ben ik? Deze speelt met name ook rond met identiteit verbonden thema’s als gender en immigratie. Prima wanneer mensen zichzelf zulke vragen stellen. Maar niet wanneer mensen worden vastgepind op een waardeoordeel van anderen naar aanleiding van door hen veronderstelde afkomst of veronderstelde gender. Dan kan er iets ontstaan wat in onze tijd wel hate speech wordt genoemd.[9] Jacobus had het over de zonde van de tong (Jac. 3). Hate speech is uit op haat zaaien, maakt mensen verdacht en kleineert hen. Het nieuwe boek geeft enkele praktijkvoorbeelden (bijv. rond ex-gedetineerden).

Het punt is dat we hierbij iets nog niet in beeld brachten: de rol van de media. Dit vereist in het diaconaat geen uitgekookte mediastrategie. We moeten wel af van media-onnozel-heid. Er is media-kennis nodig wil de diaconie iets betekenen in de samenleving en voor publieke theologie.

Media tonen de werkelijkheid. Dit is altijd een geconstrueerde werkelijkheid. Het kan een cliché worden of een vertekend beeld. Beelden kunnen hate speech worden. Ze kunnen ook een andere kant laten zien. Kijk eens naar het ‘V-teken’ van de Rotterdamse kinderen op de foto (dat van alles kan betekenen…). Het geeft niet bepaald een zielig-passieve indruk.

De foto van de muziekles past bij het beeld dat veel jongeren mij geven. Zij willen geen hate speech. Zij vragen om de terugkeer van de moraal en om verbinding tussen mensen.

Dergelijke dingen kunnen diaconaat en diaconiewetenschap laten zien. Daartoe moeten zij mediawise zijn. Daarom pleit ik voor ‘diaconale mediastudies.’ Hierin zal met name ook moeten worden nagegaan waarom er hate speech is en hoe deze zwaarden van haat kunnen verkeren in ploegscharen van vrede.

Het lijkt op wat in het eerste handboek het achtste werk van barmhartigheid wordt genoemd: vrede stichten en verzoening brengen. Bedoelde ‘diaconale mediastudie’ lijkt me tevens in het verlengde te liggen van het thema verzoening in het derde handboek.

Omdat ooit mijn eerste scriptie over media ging kun je tegen me zeggen: je bent terug bij af. Dat weiger ik te geloven. Elke tijd heeft zijn eigen kwaad, maar ook zijn eigen goed. De nieuwe generatie diaconaal onderzoekers maakt wel uit wat het archief in gaat en wat op tafel blijft, hopelijk beargumenteerd. Ik ben benieuwd naar wat zij ons gaan brengen. Hen wens ik alle plezier en geluk en genade van hemel en aarde toe.

Dr. Lútzen Miedema

N.a.v. Diaconaal doen doordacht / Hub Crijns (red.) / Uitgeverij Kok / als hardcover en als e-book

[1] Het interdisciplinair diaconiewetenschappelijk instituut in Heidelberg verzorgt (ruim 70 jaar) opleidingen voor leidinggevenden in diaconaal, sociaal en (voorheen) verpleegkundig werk: Diakoniewissenschaftliches Institut Universität Heidelberg (1945). Hier studeerde ik parttime vanaf 1989 en verrichtte ik onderzoeks- en onderwijstaken. Cf. diverse Hochschule, Institut IDM Bethel, IDM Neumünster etc. RK Caritaswissenschaft/Diakonik in Freiburg etc.

[2] Bijv. Gereformeerde Hogeschool. Vgl. P.A.C. Douwes, Macht en Dienst, Utrecht (1988).

[3] Alle Hoekema bespreekt verzoening al in Barmhartigheid en gerechtigheid.

[4] Theo Witvliet, Het geheim van het lege midden: Over de identiteit van het westers christendom, Zoetermeer: Meinema, 2003, 171-173.

[5] Van o.a. de Folkertsmastichting met Marcel Poorthuis e.a. en van Klaus Müller, Heidelberg. Zie handboek 2 hoofdstuk 1.1.

[6] Febe (Phoebe) wordt door Paulus adelfè, prostatis en diakonos genoemd.

[7] Cf. Verry Patty, Molukse theologie in Nederland: Agama Nunusaku en bekering, Amsterdam: VU, 2018.

[8] Cf. Conference of European Churches, Reconciliation – Gift of God and source of new life, Graz: CEC, 1997. Vert.: Verzoening. Gave van God – Bron van Nieuw Leven. Werkdocument Tweede Oecumenische Assemblee – Graz, Amersfoort: Raad van Kerken 1997.

[9] Haatzaaien is ‘het met woord en daad aanzetten tot haat jegens een individu of bevolkingsgroep…’

Een overzicht van Boeken over diaconaat: