GeloofPastoraat

Geloven, ondanks de ziekte van Alzheimer?

De ziekte van Alzheimer is een ontluisterende aandoening. Niet zozeer vanwege de vergeetachtigheid, hoe lastig deze ook is, maar door het verlies van waardigheid. Soms kom ik in mijn werk – ik ben arts in een verpleeghuis – uitzonderingen tegen. Dan ontmoet ik ouderen van wie je op het eerste gezicht niet zou zeggen dat ze deze ziekte hebben. Ze hebben een vlotte babbel, beschikken over goede sociale vaardigheden en worden aangezien voor een bezoeker van de instelling in plaats van een bewoner. Maar dat zijn uitzonderingen. Bij de meeste mensen met de ziekte van Alzheimer is dat niet zo. De blik in de ogen is leeg, ze schuifelen voorbij zonder op te merken, ze zijn vergeten hoe mes en vork gebruikt moeten worden en soms herkennen ze hun eigen kinderen niet meer. Die ontluistering en de toenemende hulpbehoevendheid maken deze ziekte tot een schrikbeeld.

Maar wat betekent dit voor het geloofsleven van de Alzheimerpatiënt? Kan een demente oudere die zijn eigen vrouw niet meer herkent nog wel in God geloven? Ik wil bij deze vragen een paar opmerkingen maken.

In de eerste plaats is het opvallend dat demente ouderen soms heldere uitspraken doen over hun vertrouwen op God terwijl ze nauwelijks tot een gesprek in staat zijn. Ik denk aan een demente man die de hele dag bij het raam zat en wiens familie het een opgave vond om op bezoek te komen. Wat moet je zeggen tegen je vader als hij niets meer terugzegt? Toen een ouderling bij hem op bezoek kwam, leek hij nauwelijks van zijn aanwezigheid bewust. Maar na het lezen uit de Bijbel en na enig aandringen antwoordde hij helder en duidelijk: ‘De Here is mijn herder’, en deed er verder het zwijgen toe. In andere gevallen vult iemand een psalmversje aan of lichten de ogen op bij het horen van een bekend lied.

Natuurlijk gaat het hier om oude herinneringen, misschien zelfs uit de tijd van de zondagsschool, maar de duidelijke uitspraken staan in contrast met de mistige nevels van de dementie. Het zijn mogelijk kleine opleveringen van een sluimerend geloof dat door de dementie diep is weggezonken.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat niet bij alle demente ouderen deze heldere momenten aanwezig zijn. Ze lijken zich nauwelijks van hun bestaan bewust en de eeuwigheid is uit hun denkwereld verdwenen.

In de tweede plaats is geloven in God niet alleen een zaak van kennis en verstand. Gewoonlijk krijgen we als kind bijbels onderwijs en leren we allerlei feiten uit het Woord van God. Dat is zinvol en nuttig. God wil dat onderwijs zegenen, zodat we niet alleen ‘zeker weten’ dat de Bijbel het Woord van God is, maar ook ‘vast vertrouwen’ dat God zal doen wat Hij belooft. Die beide woorden, ‘zeker weten’ en ‘vast vertrouwen’, bepalen de kern van het geloof.

Maar bij demente ouderen wil ik nog een ander aspect van geloven in God benadrukken. Geloof is een relatie. Vergelijk het met een huwelijksrelatie. Zelfs wanneer de gedachten verward raken en begrippen vervagen, blijft een huwelijksrelatie (als het goed is) in stand. De band van de liefde laat zich niet verbreken door de ziekte van Alzheimer.

Zo geldt het ook met de relatie en het verbond met God. Toen de oudere nog een kind was, verbond God Zijn heilige naam aan die van hem of haar. Dat werd bevestigd in de doop. In de jonge jaren mocht hij of zij daarvan getuigenis afleggen. En het is die verbondsrelatie waarin de afhankelijkheid van God beleden wordt en waarin God belooft voor zondige mensen te zullen zorgen. In voor- en tegenspoed, in goede en kwade dagen.

Dit betekent dat bij demente ouderen bepaalde uitingen van het geloof kunnen verdwijnen. Zelfs de gewoonten rond bidden en bijbellezen kunnen voor hen onbegrijpelijk worden. Maar dan blijft de verbondsrelatie wel bestaan. De Here trekt Zich niet terug, ondanks dat het Godsbesef door de dementie tanende is. Het geloof is daarom nooit een gepasseerd station.

Dr. Alfred Teeuw, auteur van Wat Alzheimer met je doet dat deze maand bij Uitgeverij Boekencentrum verschijnt.