Geloof

Gerrit de Kruijf: ‘Geloven doe je in de wereld’

Woorden bij de presentatie van “Een goed woord; uit de preken van Gerrit de Kruijf”,  op 25 september 2015, uitgesproken door de heer A. Snethlage, gemeentelid in Rotterdam-Kralingen.

 

Gerrit de Kruijf was van augustus 1981 tot maart 1989 predikant in Rotterdam-Kralingen.

Niet echt heel lang en ook al lang geleden. Toch: voor velen ook nu nog een bepaald niet vergeten periode. Dat bleek ook uit de grote Kralingse opkomst bij de aanbieding van het aan hem opgedragen boek “Verlegen om een goed woord” in januari 2013 en bij zijn  begrafenis. En dat bleek mij ook weer toen ik onlangs ter voorbereiding van mijn bijdrage aan deze dag een aantal oud-kerkgangers vroeg naar hun herinneringen aan de toenmalige kerkdiensten.

Zelf maakte ik niet eens de hele Kralingse periode van Gerrit mee. Ik was in de beginjaren van mijn werkzame leven als jonge kamerbewoner in Kralingen ouderling voor de jongeren geweest, maar had na mijn huwelijk elders in Rotterdam gewoond. Toen ik eind 1984 in Kralingen terugkeerde kregen wij daar meteen bezoek van Gerrit, vonden ons kerkelijk thuis bij hem en zo kwam ik ook al snel weer in de kerkenraad.

Kralingen was een gemeente met een eigen karakter, met enerzijds de Hoflaankerk in het stadse deel en anderzijds de Oosterkapel in wat toen nog een landelijk gebied was met lintbebouwing en tuinderijen. Behalve de vaste kerkgangers ook randkerkelijke intellectuelen. Dat alles  bracht enige verscheidenheid met zich, maar dan wel met eenheid in die verscheidenheid. Naast Gerrit was er een Gereformeerde Bondsdominee die met zijn gemeente een eigen weg ging en collega Ruitenberg, een weer andere persoonlijkheid dan Gerrit, maar ook een geweldige pastor. Gerrit zou na diens emeritaat zijn gemeente er bij krijgen, waarbij Ruitenberg nog enige tijd pastorale ondersteuning verleende.

De aanwezigheid van twee kerken bracht mee dat als bijv. Gerrit preekte in de Oosterkapel,  of – zoals men zei –  “in de polder” , terwijl er in de Hoflaankerk een Bondsdienst was, een deel van de gemeente meeverhuisde.

De werkzaamheden van Gerrit beperkten zich uiteraard niet tot de Een goed woord-omslagkerkdiensten: pastoraat, catechese, kringenwerk, de begeleiding van de Vrije Jeugdkerk: alles werd door Gerrit met veel inzet en toewijding verricht. Maar de kern van zijn predikantschap lag toch in de verkondiging in de kerkdiensten.  In zijn afscheidswoord in het kerkenblad gaf hij dat zelf ook aan. Wel voelde je aan dat het één niet los stond van het ander. Wat hij in al zijn activiteiten en contacten opdeed vond weer zijn weerslag in de prediking  Naast zijn predikantschap was hij ook nog enige jaren hoogleraar te Brussel, totdat de combinatie toch te belastend werd. Maar de studie zou altijd zijn volle aandacht houden.

Wat maakte Gerrit nu tot zo’n geliefde en gewaardeerde dominee?

Om te beginnen was hij een buitengewoon prettige figuur in de omgang. Persoonlijk geïnteresseerd, een goed luisteraar met inlevingsvermogen, met gevoel voor humor en met een brede belangstelling en algemene ontwikkeling. Dat is nog niet genoeg om een velen aansprekende pastor te zijn, maar het staat het zeker ook niet in de weg. Het helpt wel, om het maar zo te zeggen. En bij Gerrit bleef het daar bepaald niet bij.

Hij was een begenadigd prediker. Zo heeft iedereen het ervaren, toen en nu. Het trof mij weer toen ik onlangs met deze en gene over de diensten sprak. Zijn preken waren helder en toegankelijk, de boodschap die hij overbracht was duidelijk en onthield je.

Hij sprak in korte zinnen, met eenvoudig taalgebruik. Het betoog was voor iedereen buitengewoon goed te volgen. Maar eenvoudig taalgebruik betekende bij hem ook een scherp en precies woordgebruik. Dat de boodschap die hij overbracht echt over kwam en je bij bleef kwam ook doordat hij die gedurende de preek regelmatig en weer op verschillende wijze herhaalde. En die boodschap betekende vaak ook enig “huiswerk”. Ik herinner mij dat vaak na de dienst punten uit de preek nog eens werden doorgenomen met medekerkgangers. Je had niet naar zomaar een mooi verhaal geluisterd. Het betekende wat. Na de dienst ging je denken door. Gerrit zette je aan het denken hoe de weg in het leven te gaan, om wat hij onderricht had in de praktijk te toetsen. Zoals Gerrit het verwoordde “Er wordt wel gezegd: Geloven doe je in de kerk. Maar het is precies omgekeerd. Je hóórt het evangelie in de kerk, je wordt in de kerk onderricht, maar gelóven doe je in de wereld. Daar wordt je ingestuurd.” En “Het gaat niet om een omgang met God die los staat van het gewone leven, maar om omgang met God die je toerust voor het gewone leven. Het gaat er om hoe wij in het gewone leven van alledag leven”.

Basis van zijn preken was naast een persoonlijk doorleefd geloof een nauwkeurige exegese. Dat laatste bracht hem ook bij niet onbekende bijbelgedeelten vaak tot verrassende nieuwe gezichtspunten en verbanden; er werden vergezichten geopend. Ook betekenden zijn preken vaak een confrontatie. Een confrontatie van de bijbelse verkondiging met de tijdgeest. Je kon daar niet buiten schot bij blijven en academisch de boel overzien, maar het was existentieel. Hij draaide er niet omheen, sprak op de man af. Hij benoemde ook de vragen die wij als mensen vaak hebben bij het evangelie, ging die niet uit de weg. Hij nam je mee en liet je niet meer los. Dat kwam ook doordat hij zo duidelijk zelf betrokken was. In zijn preken gaf hij niet maar wat uitleg, maar stelde de vragen van de gemeente en van hemzelf aan de orde. Ik hoorde ook menigmaal “Het was of de preek specifiek op mij was gericht”. Hij had, zoals een medekerkganger het verwoordde, “de Hervormde spiritualiteit van bevindelijke diepte en katholieke breedte en van relatieve openheid naar de cultuur”. De gebeden en de liederen sloten altijd zeer goed aan bij de preek.

Ik las dezer dagen nog eens het mooie artikel van de toenmalige secretaris-kerkvoogd Dutilh in het kerkenblad bij het afscheid van Gerrit in 1989 uit Kralingen. Het is frappant hoe de herinneringen die nu nog zijn blijven hangen sporen met zijn omschrijving van de preken van Gerrit. Ik citeer “De  preken zijn vaak verrassend, geven dikwijls een nieuwe visie , leggen verbanden die je bij een ander niet vaak hoort, stellen de goegemeente voor vragen die stimuleren, zij doceren, zijn robuust, bemoedigend en soms jolig. Het taalgebruik is boeiend, woordspelingen komen vaak voor. Ds De Kruijf verkondigt, moraliseren is er niet bij. Hij is als een hark die loswoelt. Het gesproken woord in preek en gebed getuigen van eigen beleving. De gemeente neemt teerkost mee naar huis.”
Ik heb van twee preken die mij erg aanspraken nog cassettebandjes. Ik had mij voorgenomen over die preken ook nog iets te noteren om te vertellen. Het is mij niet gelukt. Het verging mij als Godfried Bomans, die een artikel wilde schrijven over het boek David Copperfield van Charles Dickens. Hij had er een avond voor uitgetrokken. Maar, zoals hij schrijft, op een gegeven ogenblik nam hij het boek zelf ter hand om er een bepaalde passage in op te slaan. Hij legde het niet meer weg, tot het ochtendgloren. Had hij zijn plicht verzuimd ? vroeg hij zich af. Ja en neen. De oorzaak van zijn verzuim was immers het onderwerp zelf. “Een boek dat u belet er over te schrijven, maar u noopt tot lezen behoeft geen aanbeveling”. Aldus Bomans. Ik hoop dat de vergelijking voor zich spreekt.

Nu wil ik het niet alleen maar óver Gerrit en zijn preken hebben, maar daar toch ook iéts van aanhalen, van wat mij daaruit is bijgebleven. Ik noemde al  “Je wordt toegesproken in de kerk, maar gelóven doe je in de wereld”. Dan nu nog: “Òns geloof ?; nee, het evangelie komt van  buitenaf, je bent er door geraakt”. Over het lijden van mensen: “Begrijpen doen wij het niet. Maar dit is dan ook geen huis van begrip, maar een huis waar een Naam wordt genoemd, van wie wij verwachting hebben. Jezus is zelf de weg van het lijden gegaan”. Bij zijn 25-jarig ambtsjubileum preekte hij in zijn eerste gemeente, Rijnsaterswoude. Daar moest hij voordat hij de kansel kon betreden over een grafsteen met een doodskop heen stappen. “Kijk”, zei Gerrit, “dit is symbolisch voor de verkondiging: via de dood naar het leven, via het kruis naar de opstanding van Christus”. Laatste aanhaling, uit zijn preek op 12 februari 2012 in de Immanuelkerk in Rotterdam-Alexander over het Markus-evangelie: “inkeer, bekering, dat klinkt ons wel zwaar. Maar het is niet meer dan “waar wil je bij horen; waar heb je vertrouwen in ? Dus: kom tot inkeer en geloof het evangelie”. Dat was, maar dat wisten wij toen nog niet, de laatste keer dat hij preekte. Hij liep moeilijk, de oorzaak was nog niet bekend. Hij preekte met onverflauwde kracht.

Was het een voorrecht om bij Gerrit te kerken, een voorrecht was het ook om als ambtsdrager dienst te hebben als hij preekte. Dan ervoer je des te meer de inzet van hem om het evangelie recht te doen en over te brengen. Hij nam de prediking uiterst serieus en dat merkte je. Als je hem na afloop meldde veel aan zijn preek gehad te hebben, dan kon je een antwoord krijgen dat hij er maar niet goed uit had kunnen komen, wakker had gelegen en pas op het laatst als bij ingeving op het goede spoor van de tekst was uitgekomen.

Bijzondere herinneringen bewaar ik ook aan de Oudejaarsdiensten, en dan vooral in de   Oosterkapel. Daar, met veelal de kern van de gemeente, voelde je een echte verbondenheid en het was dan ook geen traditionele wellevendheid als na de zegen door de aanwezigen het “De Heer zal u steeds gadeslaan” van Psalm 121 vers 4 werd ingezet.

Ik stipte al aan dat voor Gerrit de kerkdiensten de kern van zijn ambtsuitoefening waren. Ook daarom nu tot slot Gerrit zelf aan het woord in zijn afscheidsartikel in het kerkenblad. Na aardige woorden over zijn andere activiteiten als dominee volgt dan :  “De kerkdiensten heb ik ervaren als de kern van mijn ambtsuitoefening. Het voorgaan voor de eigen parochie met de persoonlijke band zal ik zeker missen. Ik blijf natuurlijk wel preken, maar dan als gast en dat zal toch anders liggen. Oefenen met hart en ziel zal het voor mij blijven; het oefenen van verstaan en vertolken, van bidden en smeken, van zingen en vieren, van geven en ontvangen. In al die bewegingen heb ik willen uitroepen en fluisteren, dat Jezus leeft en heb ik met u willen overwegen wat dat betekent voor ons leven, persoonlijk en maatschappelijk.”

Zoals gezegd: het was een groot voorrecht Gerrit de Kruijf als prediker te hebben mogen meemaken. Daarom is het zo verheugend dat nu een groot aantal van zijn preken toegankelijk is gemaakt. Het zijn dan wel samenvattingen, maar zij bieden wel de kern van wat hij wilde overbrengen. Ik hoop dat velen, leken en theologen, zich hierdoor zullen willen laten inspireren.

Albert Snethlage