Wat was je doel bij het schrijven van ‘Alleen uw liefde laat mij leven’? Die vraag is me de laatste tijd meer dan eens gesteld. Het antwoord luidt, in één zin samengevat: Ik wilde de Bijbel laten spreken via gedichten die goed in elkaar zitten. Arie Maasland over het waarom en hoe hij ‘Alleen uw liefde laat mij leven’ schreef:

‘Alleen uw liefde laat mijn leven’ heeft een bij mijn weten uniek concept: het is zowel een dichtbundel als een Bijbels dagboek. De bundel telt 366 gedichten – dus voor iedere dag van het jaar één, inclusief de schrikkeldag. Elk gedicht gaat samen met een (meestal) korte Bijbelleessuggestie.
De korte, inhoudsvolle teksten kunnen van pas komen bij het houden van persoonlijke stille tijd, maar ook bij gezamenlijke momenten zoals een dagopening of afronding van de maaltijd.

Boodschap
Ik wilde de Bijbel laten spreken – wat mogelijk de vraag oproept: Wat zegt de Bijbel dan volgens jou? Welke boodschap wilde je laten doorklinken?
De Bijbelse boodschap is niet zomaar in één alinea samen te vatten; het boek der boeken heeft tal van facetten.
In lijn daarmee belichten de gedichten steeds weer andere facetten.

Zo zijn er gedichten over Gods scheppingskracht, over de oorsprong van de mens, over de woorden en de wonderen van Jezus, over de betekenis van kruis en opstanding, over de opstanding der doden, over sociaal onrecht, over zorg voor de armen, over levensleiding… – in 366 gedichten valt er heel wat aan te kaarten.
Alle heilsfeiten komen royaal aan bod; bij de ordening is het kerkelijk jaar op hoofdlijn gevolgd. Ook voor dagen als koningsdag en hervormingsdag is aandacht.

De gedichten samen kun je zien als een mozaïek, dat een gevarieerd en kleurrijk beeld oproept.

Aanpak
Een mogelijke vervolgvraag: Voor welke aanpak koos je bij het schrijven? Hoe laat je de Bijbelse boodschap in de afzonderlijke gedichten doorklinken?

Het antwoord is dat de gekozen aanpak varieert. De bundel bevat in feite vijf categorieën gedichten.

a. Allereerst zijn er Schriftberijmingen – en met een Schriftberijming bedoel ik een soepel rijmende weergave van een Bijbelgedeelte.

Niemand

Niemand die van nature vroom mag heten
en die ten diepste niet losbandig is.
De wet van God laat ongenadig weten:
er is geen mens die echt verstandig is.

Dit gedicht verwoordt de strekking van Romeinen 3:12: ‘Er is geen mens verstandig, er is geen mens die God zoekt. Allen hebben ze zich afgewend, heel de mensheid is verdorven. Er is geen mens die nog het goede doet, er is er zelfs niet één.’
De boodschap komt expliciet naar voren, net zo expliciet als in het Bijbelgedeelte zelf. Het gedicht fungeert vooral als doorgeefluik – naar ik hoop als een solide vormgegeven luik; daarover straks meer.

b. Vervolgens zijn er gedichten die een toepassing bieden bij een Bijbelgedeelte. Ze verwoorden een Bijbelse oproep of les. Dit kan ook gebeuren zonder rechtstreekse verwijzing naar het bijbehorende Bijbelgedeelte, zodat de lezer zelf de link mag leggen.
Bijvoorbeeld dit gedicht, bij Leviticus 10:1-7 – het verhaal over Aärons zonen die met onheilig vuur naar het altaar gaan.

Heilig

De God die ons geroepen heeft, is heilig.
Pas ervoor op Hem naar omlaag te halen
door zelf de omgangsregels te bepalen.
Alleen wie diep gehoorzaam leeft, is veilig.

Zo’n toepassing kan trouwens ook luchthartig worden verwoord. Humor en inhoud gaan prima samen.

Linzensoep

Hoed je voor de slinkse roep
van lichamelijk verlangen.
Wees alert, laat je niet vangen.
Linzensoep is linke soep.

c. Een derde categorie zijn gedichten die de lezer de Bijbeltekst intrekken. Deze gedichten verwijzen zowel naar de werkelijkheid van toen als naar de lezer van nu en vragen. Er is sprake van een zekere gelaagdheid.
Zoals in het volgende gedicht, geschreven bij het verhaal over de koperen slang (Numeri 21).

Eén blik

Voel je het gif al in je bloed?
Besef je: dit komt nooit meer goed
en wacht je op de ondergang?

Je hoeft de moed niet op te geven.
Eén blik maar en je blijft in leven.
Kijk naar de hoogverheven slang.

Vaak is in dit soort gedichten een Bijbels persoon het uitgangspunt – zoals Maria aan de voeten van Jezus.

Verlangen

Wanneer Hij spreekt zijn bezigheden
niet dringend meer.
Laat mij mijn beste kracht besteden
aan Hem, mijn Heer.

Dit is mijn enige verlangen:
zijn woord ontvangen.

Gelijksoortige gedichten in de bundel gaan over Abraham, Mozes, Gideon, Simson, Jesaja, de Samaritaanse vrouw, Petrus, Paulus…

d. Een vierde categorie zijn lyrische gedichten, vaak geschreven bij een poëtisch Bijbelgedeelte. Het draait hierbij dus niet zozeer om het doorgeven van een boodschap, maar om het overdragen van een gemoedstoestand.
Zoals in dit gedicht, geïnspireerd op Psalm 84.

Pelgrim

Ik ben een pelgrim in het aardse leven.
Mijn hart verlangt naar hoger heerlijkheid
dan er te vinden is in deze tijd,
naar het geluk dat God alleen kan geven.

Op plekken waar de mensen Hem niet kennen
kan ik na duizend dagen nog niet wennen.
Waar Hij niet wordt geëerd, ben ik niet thuis.

Heer, in mijn hart is heimwee naar uw tempel.
Ik neem desnoods genoegen met de drempel,
zolang ik maar mag wonen in uw huis.

Een gedicht als dit reikt de lezer woorden aan om verlangen naar God te uiten. En wie weet wekken de woorden dit verlangen zelfs op.

Ook minder vrolijke stemmingen komen in de bundel aan bod. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het begin van Klaagliederen 3.

Klaaglied

Ik heb het heftig aan de stok met God.
Hij gromt mijn kant op als een beer zo boos.
Met leeuwenklauwen scheurt Hij mij kapot.
Hij richt zijn pijlen en ik ben de roos.

Dit laatste gedicht valt trouwens ook in de categorie Schriftberijming; het geeft een samenvattende weergave van het begin van Klaagliederen 3.
Het gedicht ervoor is uiteraard ook ontleend aan een Bijbelgedeelte, namelijk Psalm 84, maar gaat vrijer met de tekst om.

e. Een vijfde en laatste categorie zijn gedichten ontleend aan geloofservaringen. Anders dan bij de vier voorgaande categorieën is hier niet de Bijbel het uitgangspunt, maar het leven als christen. Een gedicht uit deze categorie ontstond niet naar aanleiding van een Bijbelgedeelte, maar het Bijbelgedeelte is gezocht bij het gedicht.

Rugzak

De rugzak die ik bij me draag
vult zich gestaag
met tegenvallers, met verdriet
dat niemand ziet.

Graag zou ik levenslustig zijn,
maar ik heb pijn.
Vertel mij, God, dat U mij kent
en bij me bent.

Het bijbehorende Bijbelgedeelte is de (klaag)psalm 38.

Niet altijd zijn het mijn eigen ervaringen die de inspiratiebron vormen. Bijvoorbeeld het voorgaande gedicht schreef ik na een pastoraal gesprek waarin iemand me vertelde over een te volle rugzak.
Sowieso doet de precieze aanleiding er weinig toe. Het gedicht bereikt z’n doel als het resoneert in de lezer, doordat hij woorden krijgt aangereikt die passen bij eigen ervaringen. En idealiter helpt de bijbehorende leessuggestie om die ervaringen te relateren aan de Bijbel en aan God.
Dankzij hun vrijere karakter versterken deze gedichten de inhoudelijke variatie in de bundel.

Tot zover deze indeling in vijven.
Welke categorie het meest aanspreekt, zal per persoon verschillen. Voor alle categorieën geldt: de gedichten zijn bedoeld om de lezer Bijbels geïnspireerd aan te spreken.

Verstechniek
Mijn inhoudelijke doel wilde ik, zoals gezegd, bereiken via gedichten die goed in elkaar zitten. Dat betekent: aan de vorm van de gedichten is veel aandacht besteed.

Bijvoorbeeld, alle gedichten zijn zuiver rijmend. De enige vrijheid op dit punt is dat een woord met een slot-n mag rijmen op een woord zonder slot-n. ‘Tijden’ kan bijvoorbeeld rijmen op ‘bevrijdde’ – dit vanuit de gedachte dat in het hedendaagse Nederlands de slot-n amper wordt uitgesproken.

Alle gedichten hebben een consistente versvorm. Zoals het volgende, dat maar twee rijmklanken heeft en waarbij iedere regel vijf versvoeten telt.

Vervolging

Toen Jezus leed, heeft Hij ons voorgedaan
hoe wij vervolging moeten ondergaan.
Elke beschuldiging was onterecht,
maar Hij heeft niets verkeerds teruggezegd.
Hij koos ervoor niet van zich af te slaan,
maar heeft het oordeel in Gods hand gelegd.

De bundel bevat een flink aantal klassieke kwatrijnen, met het rijmschema AABA.
Ook de veeleisende sonnetvorm is een paar keer in de bundel terug te vinden. Deze sonnetten zijn steeds afgedrukt op twee bladzijden (links acht regels, zes rechts), omdat op één bladzijde maximaal tien regels pasten.
(Voor wie het even niet scherp heeft: een sonnet telt veertien regels, verspreid over twee keer vier en twee keer drie strofen van vijf versvoeten, met zes of maximaal acht rijmklanken en een inhoudelijke wending na regel 8.)

Alliteraties en assonanties komen voor, zoals in deze regels (naar aanleiding van Psalm 23) de herhaling van de h-klank en van de oe-klank:

Mijn herder is de Heer, zijn hand behoedt mij.
Ik heb genoeg, want Hij verzorgt en voedt mij.

Beeldspraak wordt meer dan eens gebruikt, ook als deze niet rechtstreeks in het Bijbelgedeelte te vinden was:

Ooit leek je liefde op een laaiend vuur.
Nu rest er slechts een gloeiend hoopje as.
Denk eens terug aan hoe het vroeger was.
Hernieuw je passie van het eerste uur.

Hetzelfde geldt voor origineel woordgebruik. De bundel bevat termen die niet in de Bijbel te vinden zijn, maar die wel bij de Bijbel passen.

Ik zat met theorieën over U.
Ik wist hoe U zou moeten zijn – maar nu
laat U zich zien, witheet van heiligheid.

Uiteraard moest ieder gedicht grammaticaal bezien onberispelijk zijn. Duidelijke rijmdwang en stoplappen mochten niet voorkomen.

Ik vroeg vijf ervaren meelezers om ieder gedicht van een beoordeling te voorzien. Alleen gedichten die een ruime voldoende scoorden, kregen een plek in de bundel.
Tientallen gedichten zijn meer dan eens grondig herschreven. In totaal maakte ik er minstens 450, wat de ruimte bood om royaal te schrappen en een zinvolle ordening aan te brengen.

Ten slotte
Tot zover deze verantwoording van mijn bedoelingen en aanpak.
Of ik in mijn opzet geslaagd ben?
Ofwel, of de gedichten in ‘Alleen uw liefde laat mij leven’ de Bijbel laten spreken en verstechnisch in orde zijn?
Ik zou zeggen: Neem en lees en ondervind het zelf.

Alleen uw liefde laat mij leven / Arie Maasland / Uitgeverij Boekencentrum