De Amerikaanse helicopters hadden nagenoeg allemaal het land verlaten en de Zuidvietnamese luchtmacht leverde een hopeloze strijd tegen de oprukkende Vietcong guerilla-eenheden. Ik reisde zonder reporter die dag.
Rond half acht was het opgehouden met regenen. Hier en daar brak helder zonlicht door de rook die de eerdere bombardementen en branden in Trang Bang hadden achtergelaten.
Ik wilde terug naar Saigon maar mijn taxi kwam vast te zitten op in een file.

Ik stapte uit en zag alles als een film gebeuren.

Een verkenningsvliegtuigje naderde. Het vloog laag over het Cai Dai- tempelcomplex dat naast Highway 1 lag. Ik zag dat twee rookbommen werden gegooid. De witte rook was een teken voor de bommenwerpers en moest duiden op de aanwezigheid van Vietcong.

 

“Ik zei tegen God ‘U bent God en U kunt alles, maar ik kan dat niet’ en toen heeft Hij mij laten zien hoe ik mijn lijst met vijanden kon veranderen in mijn gebedslijst. Want Jezus zegt ‘Heb je vijanden lief'” – Kim Phuc Phan Thi

Als u dit boek via boekenwereld bestelt, betaalt u geen verzendkosten.

 

 

 

Onder de ongewapende mannen, vrouwen en kinderen die schuilden in de tempel moet paniek zijn ontstaan. De witte rook was te dichtbij…..De piloten die nu zouden komen om de Vietcong te bombarderen zouden zich gemakkelijk kunnen vergissen. Ik zag mensen in totale ontreddering de snelweg oprennen.
Ik hoorde hoe de motoren van de Skyraiders brulden. In een fractie van een seconde spatte een oog-verblindende vuurbal uiteen. Het napalmvuur verspreidde een zo’n intense hitte dat het voelde of er een gigantische oven was geopend.

Als in een droom deed ik wat ik als fotograaf altijd doe, ik pakte mijn Leika-camera en legde alle ellende van deze brandende hel vast. Een vrouw van wie het linkerbeen geheel verbrand was, een oude vrouw met een dode baby, een jonge vrouw met een halfdode peuter, een naakt en brandend meisje dat temidden van andere kinderen schreeuwde

Non qua, non qua…. (te heet, te heet). En dat was Kim Phuc. Haar rug, schouders en armen waren verbrand.

Een man trok aan mijn jas en schreeuwde om hulp. Tussen alle buitenlandse persmensen was ik een van de weinigen die dezelfde taal sprak. Samen hebben we Kim en haar tante toen naar het dichtsbijzijnde ziekenhuis gebracht. Ik heb daar bij haar gezeten tot een bevriende arts haar leven wilde redden en haar naar de OK bracht voor een huidtransplantatie.
Ik was dodelijk vermoeid maar heb het Kodak rolletje naar het persbureau in Saigon gebracht. Dit waren niet zo maar foto’s meer voor mij.
Op de redactie scheelde het weinig of de foto was in de prullenbak terechtgekomen, gezien de richtlijn van AP tegen frontal nudity. Toch maakte Kim’s foto de onzinnigheid van de oorlog zo duidelijk dat de hoofdredacteur overstag ging.

Alle internationale dagbladen plaatsten de volgende dag Kim’s foto op hun voorpagina’s.
Ik heb mij laten vertellen dat president Nixon heeft getwijfeld aan de echtheid van de foto.
Zoiets verzin je toch niet.
De foto betekende voor veel mensen het einde van de oorlog.
Uiteindelijk won ik met deze foto de prestigieuze Pullitzerprijs dat jaar.
Nu maar eens lezen wat Kim mij te vertellen heeft.

Klik hier om de eerste hoofdstukken te lezen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *