Adventstijd

De engel die niet welkom was – een kerstverhaal van Stephan de Jong

IN DE WINKELSTRAAT
Er was eens een engel die naar het kerstfeest moest. Hij verwachtte er nogal wat van, eigenlijk heel wat en zelfs nog een beetje meer. Maar wát dat ‘wat’ was, wist hij niet. Een kerstfeest had hij nog nooit meegemaakt. Vandaar dat hij nieuwsgierig over de aarde zweefde op zoek naar het kerstfeest.
Beneden zich zag hij een winkelstraat vol met mensen, auto’s en wonderschone etalages. Er lagen zilveren sterren, kerstballen en kerststallen, kaarsen in alle soorten en maten, geuren en kleuren.
De engel keek zijn ogen uit. Hier moest het kerstfeest zijn.
‘Hé, kun je niet uit je ogen kijken, je staat in de weg!’ Een onaardige stem van een nog onaardiger vrouw toeterde in zijn oren. Maar de engel liet zich niet zomaar wegjagen. Hij schraapte zijn keel en zei: ‘Zie, ik verkondig u grote blijdschap, een Kind is ons geboren…’
De vrouw snauwde dat hij weg moest gaan met zijn kerstboodschap, omdat de mensen kerstboodschappen moesten doen. Ze wilden straks rustig kerst vieren en daarom hadden ze het nu heel druk. Dat er een kind geboren was, was mooi, maar ze hadden nu belangrijker zaken aan hun hoofd.
De engel liep teleurgesteld weg en ging op een bankje zitten. Was dit het kerstfeest? Of, luister…in de verte klonk muziek. Zou daar het kerstfeest zijn?

IN HET PALEIS
De engel strekte zijn vleugels en vloog in de richting van de muziek.
Het werd een lange tocht over zeeën en meren, over goede tijden en slechte tijden. Maar dat wist de engel niet, want het was donker.
Totdat hij een paleis zag met wel honderd verlichte vensters. Daar kwam belgerinkel vandaan. Kerstklokjes? De engel vloog door een venster naar binnen. Hij werd meteen in zijn kuiten gebeten door een hond met een belletje om zijn nek. Daar kwam dat geluid dus vandaan.
‘Dat is ook geen hoffelijke begroeting!’ zei de engel verontwaardigd.
‘Ik ben anders wel de hofhond’, zei de hond, ‘en ik ben ook nog de waakhond van koning Herodes. Ik denk dat hij je vier dagen in de gevangenis stopt, omdat je zomaar het paleis binnenvloog. Misschien wel vijf, op water en brood natuurlijk. Kom maar eens mee, engeltje.’
De hofhond bracht de engel naar koning Herodes. Nog voor de koning iets kon zeggen, zei de engel: ‘Zie, ik verkondig u grote blijdschap, een Kind is ons geboren…’
‘Dus toch!’ riep Herodes. ‘Pas kwamen er drie wijzen uit het Oosten met hetzelfde verhaaltje.’
‘Zie je wel,’ zei de engel, ‘het Kerstkind is geboren. Is het kerstfeest hier?’
Herodes keek hem met een donkere blik aan: ‘Hier in elk geval niet. Die wijzen moeten nog altijd terugkomen om me te vertellen waar dat mormel zit. Ik houd niet van kinderen, zeker niet van kerstkinderen. Ze mochten eens op mijn troon willen gaan zitten.’
‘Jammer’, zei de engel.
‘Inderdaad,’ zei Herodes, ‘jammer voor jou dat je zes dagen in de gevangenis moet, op water en brood. Zonder vergunning het paleis binnenvliegen wordt zwaar bestraft.’
Maar voor de dienaren van de koning de engel naar de gevangenis konden brengen, strekte hij zijn vleugels en vloog weg door een venster. Nee, hier was het kerstfeest niet. Ergens anders misschien?

Luister… in de verte klonk muziek. Zou daar het kerstfeest zijn?

Nieuwsgierig of de engel het kerstfeest zal vinden? Lees het hele kerstverhaal van Stephan de Jong in het Kerstnummer van Open Deur. Aanwijzingen hoe dit verhaal als kerstspel op te voeren is, vindt u op www.open-deur.nl.

 

Open Deur als kerstattentie

Veel kerken en organisaties willen mensen met Kerst een attentie meegeven.
Dit kerstnummer van Open Deur is heel geschikt
•  om uit te delen aan de bezoekers van een kerst(nacht)dienst, kerstviering of kerstmarkt
•  om neer te leggen in het ziekenhuis of zorgcentrum of in de wachtkamer van de huisarts
•  om mee te nemen op (zieken)bezoek
•  om mensen mee uit te nodigen voor de kerstviering

De snel oplopende kortingen maken het aantrekkelijk om meer exemplaren te bestellen!

Bekijk hier de prijzen en bestel het kerstnummer.

Opmaak 1