Geen categorieOverige

Einde missie?

Sommigen, gelukkig niet velen, hebben mijn boek gelezen als een soort impliciete oproep het missionaire werk voorlopig maar op een laag pitje te zetten.

Wanneer dat misverstand hoe dan ook gewekt is, wil ik dat bij deze onmiddellijk recht zetten.

Er is voor mij nog steeds geen andere kerk dan een missionaire kerk. Daarover kan wat mij betreft geen verschil van mening zijn. Verschil van mening  kan wel ontstaan wanneer het gaat om een taxatie van de situatie waarin wij nu verkeren. Dat verschil in taxatie van het momentum  zie ik in de bijbel ook steeds een rol spelen wanneer het gaat om de gestalte  die het missionair zijn van het volk van God aanneemt.  In het Oude Testament staan, om een voorbeeld te noemen, het boekje Jona en het boek Ezra. Het eerste boekje protesteert tegen een soort heilsparticularisme, waarbij Israel denkt, dat God met de andere volken niets te maken wil hebben. In het boek Ezra heerst de gedachte, dat het volk van God alleen kan overleven, wanneer het kiest voor afzondering. In beide gevallen gaat het om het volk van God als volk met een roeping voor de wereld. De uitwerking is alleen heel verschillend en hangt samen met de tijd en de context. In het Nieuwe Testament wordt het bevel gegeven uit te gaan uit Jeruzalem naar de volken. In de Brieven worden echter niet steeds alle christenen opgeroepen erop uit te gaan. Ze worden door Petrus wel opgeroepen verantwoording af te leggen van de hoop, die in hen is. Dat is een gestalte van missionair zijn, die veel minder actief is, maar daarom toch van grote betekenis. In de brief aan de Hebreeën valt heel weinig accent op missionair zijn, omdat de context die van afval is. Alle accent valt nu op volharding en trouw, het gevaar van afval onder ogen te zien. Naar mijn diepe overtuiging hebben we dit laatste accent vandaag in onze context ook bijzonder hard nodig. De afval is immers in onze context de grote killer van de kerk, meer dan de vervolging in welk ander land dan ook.

Wanneer ik dit zo stel heeft dat echter niets te maken met de gedachte, dat we dan ook maar beter onze missionaire projecten zouden kunnen staken. Integendeel. Wanneer in missionaire projecten blijkt, dat mensen uit het niets tot geloof komen, is dat buitengewoon belangrijk, niet alleen voor die mensen zelf, maar ook voor de gemeente en allen, die het belang van die gemeente steeds minder inzien. Zij kunnen zich afvragen: hoe komt dat nu, dat mensen, die er niet bij opgevoed waren, het geloof als de verrassing van hun leven omhelzen en dat het ons intussen zo weinig meer zegt? Laat de kerk dus vooral doorgaan met missionaire projecten en laat er ook in de toerusting van de gemeente hulp geboden worden om het gesprek te voeren met de agnostische of algemeen religieuze buurman of collega.  Tegelijk moet de gemeente echter opnieuw de afzondering leren, het geheim van de godsvrucht beoefenen, leren wat trouw en toewijding is, want de erosie van binnenuit is momenteel meer dreigend dan ooit. Daarbij komt, dat heel veel oprechte christenen door de veranderde cultuur zelf zo vol vragen zitten, dat het goed is daar voorlopig even de meeste aandacht aan te geven. Prediker 3 zegt, dat er overal een bestemde tijd voor is. Het is niet altijd en overal de tijd om naar buiten te gaan, er is ook een tijd om zelf de weg opnieuw te zoeken en te vinden.

WDekker


Wim Dekker is de auteur van het boek Marginaal en missionair, kleine theologie voor een krimpende kerk (uitgave Uitgeverij Boekencentrum). Wij zijn erg benieuwd naar uw mening over dit boek en nodigen u graag uit een reactie te plaatsen onder deze blog of op onze website.