Maatschappij

Eigenlijk heb je de tijd in eigen hand

Ritme - 2e druk - Marli HuijerHet gebeurt me maar net iets vaker dan once in a lifetime dat ik een boek lees, waarin ik me zo herken dat ik na afloop niet meer weet of wat ik heb geleerd nu van mezelf of in dit geval van de schrijfster is of was. Marli Huijer heeft zo’n boek geschreven, waarin de chemie van eigen ervaring en het gelezene op nieuwe ideeën brengt en mijn leven verandert; hoewel je daar natuurlijk ook weer niet al te schokkende dingen bij hoeft te bedenken.

Ritme, Op zoek naar een terugkerende tijd’ van Marli was voor mij een feest van herkenning. Vooral de eerste hoofdstukken leidden me terug in de tijd naar toen ik een jaar geleden weer begon te studeren. In augustus had ik me ingeschreven voor een premaster Theologie bij LOI en PThU. Het materiaal werd begin november bezorgd en argeloos nam ik de eerste bladzijden door van het pakket waarvan ik me nu nog steeds door de laatste stappen heen worstel: Oud Grieks. En ik wist na die eerste bladzijden: dat gaat me niet vanzelf lukken. En daar sta je dan, want het geloof in mijn eigen discipline had ik lang geleden opgegeven. Daar zou ik het dus niet van moeten hebben. Maar die zomer had ik ook per fiets de Galabier beklommen en was ik na een eerste mislukking (m’n ketting brak) toch gewoon bovenop de top gearriveerd.

Ik gebruikte dat als metafoor voor mijn studie; gewoon beginnen te trappen; met het doel voor ogen; en het vertrouwen dat het goed kon komen. Maar die eerste maand kwam er dus niet zo heel veel uit mijn vingers en ik besloot het anders aan te pakken. Ik zou 3 weken vrij nemen om het vliegwiel op gang te brengen om het daarna alleen nog maar gaande te hoeven houden. En dat bleek te werken; niet vanaf de eerste week; dat ging nog wat moeizaam. Maar vanaf week twee heeft dat vliegwiel niet meer stil gestaan; soms liet ik het op z’n gemak wat uitlopen; soms gaf ik het een extra zetje. Maar het echte inzicht was: dat ritme an sich is beloning genoeg. Ik hoef het niet zo nodig alleen nog maar te hebben van het bereikte doel (de top van de Galabier); de weg erheen – het juiste ritme van mijn studie – begon ik ook enorm te waarderen. En als mensen nu soms zeggen: knap hoor; dat je naast je werk kunt studeren? Dan denk ik bij mezelf: daar heb ik helemaal geen discipline voor nodig! Het vliegwiel van het juiste ritme houdt mij met plezier op gang! En dat was precies het feest van herkenning dat ik vond in het boek van Huijer.

Met name het steeds terugkerende idee in haar boek dat – in de woorden van Friedrich Nietzsche – het Apollinische van de regelmaat vraagt om het Dionysische van de vruchtbare verandering, maakt het leuk om ritmisch te werken. Als we – met andere woorden – ons leven inrichten als een jaknikker, treedt er levensmoeheid op die kan leiden tot burned out of lichtere overspannenheid. Mijn vrijdag-studiedag is ondertussen verschoven naar de woensdag. En op die woensdag begin ik op tijd met studeren, maar stap ik – ter afwisseling en om het leuk te houden – als beloning een paar uur op de fiets; telkens – dat wel – een ander rondje en dus een andere afstand. Dat ritme heeft twee voordelen. Het houdt m’n leven op een prettige manier op gang en – niet onbelangrijk – ik behaal mijn doelen zonder verkrampt te hoeven leven. Want vandaag hoeft niet alles af.

Dat gaat ondertussen niet vanzelf. Toen ik bijvoorbeeld overstapte van de vrijdag naar de woensdag-studiedag had ik er nog geen rekening mee gehouden dat ook mijn gezin in het ritme leefde van een vrije woensdagmiddag. Dat het ritme van ons allen niet meer wordt bepaald door de natuur, stelt ons voor uitdagingen die we voorheen niet hadden. Steeds meer heeft een ieder zijn eigen (bio)ritme en hoe ga je ermee om dat je als vader en moeder ritmes binnen je gezin toch op elkaar af wilt stemmen? Vriendschappen staan daardoor onder druk. Binnen de veilige grenzen van het gezin leeft ieder voor je het weet in z’n eigen ritme langs de anderen heen. En ook op het werk – in de woorden van Marjolein Februari – “is het zonder twijfel het meest onderschatte maatschappelijke en economische probleem van onze tijd dat de wereld wordt geregeerd door ochtendmensen”. Hoe hou je – hoe krijg je – dat allemaal bij elkaar?

Op die manier passeren in het boek van Huijer verschillende ritmes in muziek, sexualiteit, social media en religie. Door die indeling in hoofdstukken bleef haar boek in mijn drukke bestaan behapbaar; telkens een afgerond geheel; dat binnen afzienbare tijd gelezen kon worden. Voor mij werd dat de afgelopen maanden tot een nieuw ritme dat zich heen kon weven door de andere ritmes van m’n leven; even een hoofdstukje van Huijer door ‘s avonds net iets eerder te stoppen met studeren of door het boek mee te nemen naar het zwembad waar zoonlief nog steeds – weer zo’n ritme dat alweer ruim twee jaar duurt – z’n A probeert te halen.

Zo lezend kwam ik er achter dat het leven vol ritmes zit; het ene ritme in het voorhoofd; het andere onbewust naar het achterhoofd verplaatst. Huijer maakte me er bewust van dat ik daarin de afgelopen jaren (na m’n overspannenheid) goede keuzes heb gemaakt. Ik ben bijvoorbeeld anders – vooral kritischer – naar muziek gaan luisteren. Ik ben een dag minder gaan werken. Die dag heb ik losgeweekt van het weekend, waardoor ik midden in de week op kan ademen. Maar door aan het einde van het boek ook concrete handreikingen te doen voor leefbare en gezonde ritmes bracht ze me op een nieuw idee; dat een beetje in m’n achterhoofd terecht was gekomen, zeg maar. Want hoewel ik met de zondag als strikte rustdag groot ben gebracht, schoot dat er de laatste 20 jaar steeds meer bij in. Ja, we gaan ‘s morgens nog naar de kerk, maar we waren nog niet thuis of alle achterstallig onderhoud van computers, administratie en nog heel veel andere dingen vroegen om mijn aandacht. En ik gaf daar steeds meer aan toe; waardoor ik eigenlijk niet meer echt tot rust kon komen; dus ook niet kwam.

Vanaf vandaag hebben we een daad gesteld en spraken we af dat we voor het avondeten geen computer meer aan zouden raken. Ik heb lekker gevoetbald met mijn zoon (wie scoort is keep :-) ). Ik heb gelezen over de kerkdienst als de plek waar God tot ons kan spreken (Kontekstueel), over een gefrustreerde wetenschapper (‘Solar’ van Ian McEwan) en over de Sociaal-Democratie (‘Het land is moe‘ van Tony Judt). En ik heb – maar dat lukte pas aan het einde van de middag – af en toe zelfs eens voor me uit zitten staren. Wat me opviel was dat zelfs rust niet vanzelf gaat. Als je gewend bent om altijd maar bezig te zijn – altijd maar te doen – dan blijft de bijna lichamelijke drang duwen tegen en trekken aan je rust.

Dank je, Marli, dat je me op zo’n concreet nieuw idee hebt gebracht; dat religieus gezien in m’n genen was gestampt, maar ondertussen toch redelijk weggesleten was; omdat ik me tegen mijn opvoeding verzette. Voor rust was geen ruimte in mijn 24/7; en dus ook niet voor God die geen echt luisterend oor meer vond in mij. Ik hoop dat ik die rode draad van rust, reinheid en ritme nog nadrukkelijker door mijn leven heen kan leggen dan me tot vandaag al was gelukt.

Want 24/7 kan altijd nog; later; als ik hier beneden dood ben, maar met God verder leef in het nooit meer eindigend ritme van eeuwige rust en regelmaat.

kadmosb is Karel J. van der Lelij.
Hij studeert Theologie,
Hij studeerde Informatica en Wijsbegeerte,
is Manager HR aan de TU Delft
en schrijft op persoonlijke titel een blog
over boeken, muziek, films en meer…
op http://lelij.com