KerkMaatschappijSpiritualiteit

Een wijder wij. Bijbels-theologische notities bij Nieuw W!J

Vijf jaar geleden, in december 2008, werd Nieuw W!J opgericht. Met in het logo een uitroepteken als i en een kaarsvlam op de j, als grafische expressie van urgentie en hoop. Sindsdien is de website www.nieuwwij.nl een knooppunt waarop allerlei initiatieven, acties en uitingen samenkomen die bijdragen aan een nieuw wij-begrip en/of wij-gevoel in de samenleving. In dit artikel wordt vanuit een bijbels-theologische interesse de vraag gesteld hoe nieuw of hoe anders een ‘nieuw wij’ kan zijn. 

Met het persoonlijk voornaamwoord ‘wij’ trek je een cirkel om jezelf en een of meer medemensen. Alleen het pluralis majestatis trekt de cirkel wijd rondom alleen de eigen persoon – die spreekvorm benadrukt in onze beleving dan ook de eenzaamheid van de majesteit. Vanwege die cirkel komt er eerst een hele tijd niets en dan pas zijn er andere mensen.

Als iemand ‘wij’ zegt, roept dat altijd de vraag op wie dat zijn, die ‘wij’. In conflictsituaties zijn ‘wij’ de spreker en diens medestanders: ‘ik en velen met mij’ – al zijn die velen dikwijls niet op de hoogte van de cirkel waarin ze worden betrokken. Dat geldt trouwens ook in commerciële situaties. Als ANWB-lid hoorde ik onlangs met verbazing de commercial die begint met ‘Wij, de vier miljoen leden van de ANWB…’ Daar werd mede in mijn naam een probleem verwoord dat ik helemaal niet heb, maar waarin nu gelukkig voorzien is.

We gebruiken ‘wij’ voor kleine en grotere cirkels. Mijn partner en ik. Wij van onze firma. Wij Nederlanders. Wij links van het midden. Wij met onze westerse waarden. Wij mensen – wij allemaal, verantwoordelijk voor ons gedrag jegens de planeet en het leven. Kan het nog wijder? Ja, natuurlijk. Zelfs in de kleinere cirkels is er plaats voor dieren: wij, mijn hond en ik. Dat veronderstelt wel een actieve wederkerige relatie, een samenlevingsvorm. Een handelaar in siervissen zal niet gauw in de wij-vorm spreken over zichzelf en zijn have, en met de talloze vormen van ‘lager’ leven die in en op ons lichaam huizen, ontwikkelen we ook geen wij-besef. Maar misschien kan het weer wel met het grote totaal, de hele schepping, ‘wij’ in alzijdige verbondenheid, of in een dankbaar betoon van respect tegenover de Schepper. Dat zou dan een ‘wij’ zijn dat niet meer tegenover een ‘zij’ staat, een inclusie die niets meer uitsluit.

W!J
Het geometrische beeld van de nauwere of wijdere wij-cirkels suggereert dat ‘zij’ steevast daarginds zijn, over de grens, verder weg. In fysieke zin is dat maar al te vaak niet het geval. ‘Wij’ functioneert dan als een uitsluitingsformule, waarmee ‘zij’ in gedachten buiten de kring worden gezet. Dat is wat zich in het eerste decennium van deze eeuw begon af te tekenen met de snelle opkomst van het populisme in Nederland. Het was een troebel en volstrekt imaginair ‘wij’: de echte Nederlanders, Henk en Ingrid, het volk van normen en waarden, de mensen die dit land hebben opgebouwd. Wie naar de uitingen van dat ‘wij’ kijkt, griezelt van de verloedering en het onfatsoen, maar dat zijn nu precies de kwalificaties die aan ‘hen daarginds’ worden toegeschreven.

In 2008 verschenen twee boeken die de problematiek van het ‘wij’ thematiseerden en een hartstochtelijk pleidooi voerden voor een wijder wij. Mechteld Jansen publiceerde Wie zijn wij dan?, waarin het gaat over de religieuze diversiteit in ons land: de strakke cirkels van religieuze identiteiten suggereren dat we in kampen of zuilen verdeeld zijn, maar als we goed kijken, stelt de auteur, zien we dat de werkelijke religieuze denkbeelden en overtuigingen van de afzonderlijke mensen allang niet meer overeenkomen met de definities die bij de cirkels horen. Ieder haar of zijn eigen gelovige winkelmandje: vanuit oude gevestigde posities kan dat als verval of verwatering worden beleefd, maar het geeft ook ruimte voor herkenning over oude grenzen heen, voor een gezamenlijke zoektocht en een nieuwe verbondenheid.

Manuela Kalsky en Bart Brandsma redigeerden in dat jaar de bundel W!J-land. Voorbij de bindingsangst. Een reeks van auteurs uit diverse kringen in de Nederlandse samenleving geeft daarin een persoonlijke visie op wat ons verbindt, hoe de polarisatie van het wij-zij-denken doorbroken kan worden. Tegenover krachten die onze samenleving aan flarden dreigen te blazen, wordt gezocht naar het perspectief van een Nederlanderschap dat voortdurend ontstaat uit de bijdragen van alle deelnemers aan de samenleving, met gebruikmaking van het kapitaal dat schuilgaat achter hun onderlinge verschillen.

Het klutsen van cocktails is voor de Tora een gruwel

Met dit laatste boek werd Nieuw W!J geïnitieerd. Bij het logo hoort ook het motto ‘verbindt de verschillen’. Het uitroepteken in het logo heeft wel iets moeterigs, iets van een stampende voet, maar de beweging is dan ook uit urgentie geboren. Er wordt ook niet gemakkelijk gedacht over dat nieuwe wij. Bart Brandsma benadrukt dat in een zo diverse samenleving als de onze conflict de regel zal zijn en afwezigheid van conflict de uitzondering. Het zoeken naar verbinding en ruimte voor samenspel zal dus vrijwel altijd plaatsvinden in een context van conflict – je kunt er het beste maar aan wennen, schrijft hij. Niet dat we ons ermee moeten verzoenen: Nieuw W!J is bedoeld als de tegenkracht tegen het wijzij- denken dat bij het conflict hoort. Erkenning van diversiteit en het zoeken naar verbinding brengen met zich mee dat Nieuw W!J niet met één gezicht of met één ideologie naar buiten treedt. De website biedt een zeer divers palet aan artikelen, aankondigingen, nieuwsberichten, rapporten. Het is een weide om in te grazen, om voer voor verbinding te vinden, een markt van mogelijkheden.

Dat werpt mij wel op mezelf terug, en misschien is dat ook wel de bedoeling. Als ik op de vraag hoe ik dat nieuwe ‘wij’ zou kunnen zien, duizend antwoorden krijg, is dat te veel om te kunnen kiezen, en zal ik dus mijn eigen antwoord moeten geven. Daarvoor geef ik hieronder, vanuit bijbels-theologische inspiratie, enkele aanzetten.

In uw midden
Laat ik beginnen met het stokpaardje van Huub Oosterhuis: sinds de Tora en de profeten lezen we de kwaliteit van een samenleving af aan de manier waarop ze omgaat met ‘de vreemdeling in haar midden’. Dat is de formulering waarmee in de Tien Woorden de weldaad van de wekelijkse rustdag aan iedereen gelijkelijk wordt toegekend, aan slaaf en vrije, aan mens en dier, en ook aan ‘de vreemdeling die in uw midden vertoeft’. Nu ik me het wij-begrip als een cirkel voorstel, valt die uitdrukking me extra op: in uw midden, binnen in u, betochach. De vreemdeling, de ander, bevindt zich in de cirkel. Het is niet de bedoeling dat hij uitgesloten wordt: hij deelt mee in het goede. Tegelijk blijft hij benoembaar als de vreemdeling. Het Israël van de Tora eiste niet van de vreemdeling dat hij zijn eigenheid opgaf, want het volk zelf hechtte in de diaspora ook bijzonder aan het bewaren van de eigen identiteit. In de cirkel van het wij is de vreemdeling herkenbaar als een druppel van een andere stof, maar die druppel mag daar zijn. De ander hoeft niet naar het randje van het wij, zodat hij op elk moment over de grens gezet kan worden, maar hij hoeft ook niet onzichtbaar te worden. In de Tora is dat idee nauw verweven met de biografie van Israël: respecteer de vreemdeling, want zelf ben je ooit vreemdeling geweest in Egypte – en de Tora kreeg vrijwel zeker vaste vorm in de ballingschap, onder joden die als ontheemden in het Babylonische rijk leefden. De vreemdeling is in uw midden, en de vreemdeling zit ook in je binnenste. Maar wel nog steeds als de andere ander. Het is nog de vraag of de Tora uit is op een nieuw wij.

Onderscheid
In de boeken van Mozes wordt veel werk gemaakt van onderscheid. Nieuw W!J verbindt de verschillen, maar de Tora roept om te beginnen op om de verschillen te zien, om te onderscheiden. Het klutsen van cocktails is voor de Tora een gruwel. Ons leven is uit de oersoep tot vaste vorm geroepen doordat de Eeuwige onderscheid maakte: licht en donker, onder en boven, zee en land, en vervolgens alle leven soort bij soort. De dingen benoemen, ze in hun eigenheid waarnemen – dat is waarin de priesters hun volk voorgingen. Steek niet alles zomaar in je mond, maar kijk wat het is, noem het bij de naam, zoek op welke plek het heeft op de lijsten van wat wel of niet voor consumptie bestemd is. Gooi de dingen en de mensen niet zomaar door elkaar. Daar zijn allerlei wetsregels voor die ons soms willekeurig voorkomen, maar ze wierpen in ieder geval een wal op tegen de chaos doordat ze mensen leerden kijken en onderscheid maken. Het priesterlijke scheppingsverhaal in Genesis 1 verkondigt onder andere dat de Eeuwige een God is van reinheid, rust en regelmaat. Niet als een saai burgerbestaan, maar als een beweging tegen de oerkrachten die alles in de grote vloed ten onder laten gaan. Op die manier kende Israël de wet van de entropie: als je geen onderscheid maakt en niet sorteert, beweegt alles van orde naar chaos. Ook mensen worden gesorteerd om niet een volkerenzee te zijn waar je eigenheid in verzuipt. Wat betekent dat voor een nieuw wij?

Jonathan Sacks
In zijn boek Leven met verschilMenswaardige verscheidenheid in een tijd van botsende culturen spreekt de Britse opperrabbijn Jonathan Sacks het vermoeden uit dat het verhaal van de ‘spraakverwarring’ in Genesis 11 gelezen wil worden als een heilvol verhaal, een blessing in disguise. Daar wordt een groot, omvattend ‘wij’ stukgebroken in een oneindige diversiteit van spraak en begrip. Dat betekent voortaan dat mensen niet in een wij-gevoel achterover kunnen leunen, ervan uitgaande dat iedereen vindt wat jij vindt en bedoelt wat jij denkt te horen. Er moet moeite gedaan worden, buiten eigen grenzen getreden, mensen moeten zich verdiepen in de ander die echt anders is, want zonder de bijdrage van die ander zal geen enkele menselijke ervaring compleet zijn.

Wat ik opvallend vind in het denken van Sacks, is dat hij ervoor pleit dat iedere traditie zijn eigenheid en zijn anderszijn bewaart, om van daaruit te kunnen bijdragen aan het geheel van de menselijke geschiedenis. Als het meer beperkte ‘wij’ zou verdwijnen in de smeltkroes van het omvattende ‘wij’ van een project à la de toren van Babel, zou er geen echte ander meer zijn die ons van tegenover kon aanspreken of tegenspreken – en dat is wél hoe we volgens Sacks bedoeld zijn. Ik denk dat de mensen van Nieuw W!J zich daarin prima kunnen vinden, maar het is de moeite waard om aan te tekenen dat Sacks, in lijn met wat hierboven over de Tora is gezegd, niet zo veel behoefte heeft aan een groot wij. Dat verlangen naar een overkoepelende identiteit schrijft Sacks toe aan het Platoonse denken, waarin de mens als het ware van bovenaf naar de gehele werkelijkheid wil kunnen kijken, en er moeite mee heeft om ‘slechts’ een deel van het geheel te zijn, anders dan de anderen. Identiteiten zijn er volgens Sacks niet om je in te verschansen, maar om bij te dragen aan een doorgaande uitwisseling waarin de rijkdom van Gods schepping wordt gedeeld. Maar dan is het telkens oppassen geblazen als iemand een wijder ‘wij’ claimt; het is veiliger om nieuwsgierig te blijven wie ‘zij’ zijn.

De resjaïm
Van een andere orde is de vraag of er in de geleefde werkelijkheid niet altijd ook anderen blijven met wie je niet van doen moet willen hebben. In de Hebreeuwse Bijbel zijn er de resjaïm, de stukbrekers, de kwaadwilligen, of hoe je het woord ook vertaalt. Ze worden in gangbare bijbelvertalingen als ‘goddelozen’ aangeduid, een woord dat met een prettige hartgrondigheid kan worden uitgesproken, maar dat ook verwarring zaait. Want het gaat niet om ongelovigen of kerkverlaters, maar om verziekers, wiggendrijvers, haatzaaiers, kapotmakers. Nieuw W!J mag opgevat worden als een bonte coalitie tegen dat element in de samenleving. Het wil wel mensen uit de invloedssfeer van dat kwaad terugwinnen, maar de ambitie zal niet zijn om ook de verschillen tussen verziekers en vredestichters te verbinden in de trant van ‘we zijn toch allemaal mensen’. Wel zal er als het goed is altijd ruimte blijven om die schrijnend andere ander te gunnen dat zij of hij het destructieve pad verlaat. Maar zolang dat niet gebeurt, zal ook een wijder wij grenzen moeten kennen.

Voorbij het wij
De bijbels-theologische lijnen vanuit de Tora benadrukken de schepping als een losmaking van het leven uit de chaos van het begin, een weg naar een land waar ruimte is voor ieders eigenheid. Individuatie, zou je kunnen zeggen, menswording. Maar met name in de mystiek, ook in de joodse en de christelijke, kennen we het grote verlangen om op te gaan in het licht, in de Ene. Het wordt soms ervaren in momenten van meditatie: non-dualiteit, het vervallen van alle onderscheid, God alles in allen. Maar de weg naar dat goede einde van alle identiteit loopt via de aandacht, het zorgvuldig onderscheiden, het werkelijk zien van het andere en van de ander.

Dr. P. van Veldhuizen is protestants predikant te Hendrik-Ido-Ambacht en lid van de redactie van Interpretatie. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Interpretatie januari 2014.

Piet van Veldhuizen