Kerk

Een wending naar de kerk – door dr. Herman Paul

OefenplaatsenDr. Plaisier, scriba van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), nam donderdag 14 juni 2012 in de kapel van het landelijk dienstencentrum van de PKN in Utrecht het boek Oefenplaatsen. Tegendraadse theologen over kerk en ethiek van dr. Herman Paul en dr. Bart Wallet in ontvangst. Vanmorgen publiceren de lezing van dr. Herman Paul, in de loop van deze middag publiceren we de reactie van dr. Arjan Plaisier.

Mag ik beginnen met een kleine anekdote? Voordat ik in 2007 naar Leiden verhuisde, werkte ik een jaar in de Verenigde Staten, aan een theologisch instituut in Princeton. Ik geloof niet dat ik ooit zoveel gelezen heb, vooral ook zoveel theologie gelezen heb, als in dat jaar in Princeton. Dus toen ik bij mijn terugkeer naar Nederland het verzoek kreeg van een krant om iets te schrijven over mijn Amerikaanse belevenissen, hoefde ik niet lang na te denken. Ik zou iets schrijven over Amerikaanse theologie en over wat wij daarvan in Nederland zouden kunnen leren.

Ik schreef een enthousiast, maar ongetwijfeld ook veel te ingewikkeld verhaal over narratieve en postliberale theologie, over theologische verbeeldingskracht en over de kansen die ik zag om met behulp van Amerikaanse theologen als Richard Hays en Robert Jenson een paar hardnekkige problemen in het Nederlandse theologische denken op te lossen. Waarop de krant bij mijn verhaal een grote foto afdrukte van een lelijke Texaanse pinksterkerk, voorzien van schreeuwende neonreclame: ‘God gazes at you with love…

Had de fotoredactie geen betere beelden van Amerikaanse theologiebeoefening? Of drukte de foto simpelweg een oud cliché uit: dat Amerikanen oppervlakkig zijn en dat er op theologisch gebied dus niets goeds uit het westen kan komen? Je zou denken dat dit cliché zo langzamerhand problematisch wordt. Niet eens zozeer omdat christelijke boekwinkels in Nederland tegenwoordig vol liggen met vertalingen van populaire Amerikaanse auteurs als Tim Keller. Maar vooral omdat wij, Europeanen, niet anders dan met enige jaloezie kunnen kijken naar de doorwrochte theologie die tegenwoordig in de Verenigde Staten geproduceerd wordt.

Ooit heette Duitsland ‘het vaderland der theologie’. Maar die tijd, heb ik in Princeton ontdekt, ligt achter ons. Dat komt overigens niet alleen door creatieve Amerikaanse theologen als Kevin Vanhoozer, William Cavanaugh en Miroslav Volf, maar ook door de academische infrastructuur aan beide zijden van de oceaan. Terwijl theologie aan Europese universiteiten vrijwel overal naar de marge wordt verdrongen, mogen Amerikaanse theologen zich verheugen in tientallen universiteiten en seminaries die zich werkelijk om het vak bekommeren. Zoals Oliver O’Donovan, de Britse theoloog, mij eens toevertrouwde: ‘Thank God for the Americans! Als er ergens nog hard gestudeerd wordt, als er ergens nog theologische boeken geschreven en gelezen worden, dan is dat niet in Europa, maar in de VS.’

Dit is een generalisatie, uiteraard, waarmee O’Donovan, denk ik, niet zijn Europese collega’s wil afvallen, maar wel graag een misverstand over theologie in de Verenigde Staten wil rechtzetten. Er gebeuren veel spannende dingen, aan Duke Divinity School, bijvoorbeeld, waar Bart Wallet en ik in 2007 op bezoek gingen bij Stanley Hauerwas en Richard Hays. Enthousiast, maar vooral ook nieuwsgierig vlogen we terug naar Nederland.

Wat gebeurt daar in de VS en, meer in het algemeen, in de Engelstalige theologische wereld, vroegen wij ons af? Wat zijn de grote thema’s, de belangrijke ontwikkelingen? En vooral: Kunnen wij, in Nederland, in de praktijk van kerk en missionair werk, iets leren van die Engelstalige theologie? Kunnen wij misschien aan onze Angelsaksische broeders en zusters inspiratie ontlenen, niet alleen voor onze academische reflectie, maar ook voor de praktijk van kerk-zijn in Nederland in de 21e eeuw?

Het boek dat ik zo dadelijk aan Arjan Plaisier zal aanbieden, laat zich lezen als een staalkaart, als een inventarisatie van mensen, discussies, ideeën en praktijken die wij op onze ontdekkingsreizen zijn tegengekomen. Maar dat is niet alles; het boek heeft ook een these. Het merendeel van onze gesprekspartners hoort grofweg bij wat de Britse theoloog Luke Bretherton een ecclesial turn noemt: een wending naar de kerk. We doen er goed aan, zegt ons boek, ook in Nederland over deze wending na te denken.

Wat houdt de ecclesial turn dan in? Het is, kort gezegd, een nieuw of een hernieuwd accent op drie oude overtuigingen: (1) dat de kerk de gemeenschap is die de Schriften leest en uitlegt, (2) dat de kerk een eigen taal spreekt en (3) dat de lezende, biddende en vierende gemeenschap van de kerk christenen vormt tot volgelingen van de Here Jezus.

Elk van deze accenten is, in zekere zin, een correctie. Het eerste accent, op de kerk als interpretatieve gemeenschap, snijdt bijvoorbeeld elk individualisme de pas af. Denk maar niet dat je zonder kerk kunt geloven. Ook vraagt het aandacht voor een lange, kerkelijke traditie van Bijbeluitleg – bijvoorbeeld voor de exegetische praktijken van Augustinus, Thomas of Luther, die op ons vaak wat onwetenschappelijk overkomen, maar die volgens Richard Hays en Brian Brock een heilzaam tegenwicht bieden tegen onze verlichte preoccupaties met historiciteit en hermeneutiek.

In het verlengde hiervan onderstreept de ecclesial turn de eigenheid van de taal van de kerk. Wie vanuit Woord en sacrament over de werkelijkheid wil spreken, zal beducht zijn voor civil religion (het idee van een ‘christelijke natiestaat’, bijvoorbeeld) en kritisch reageren op een kerk die pastoraat verwart met de therapeutische slogan ‘je mag er zijn zoals je bent’.

Tegenover deze secularisatie van het christelijke denken roepen de theologen in ons boek wat goede theologen, denk ik, altijd hebben geroepen: ad fontes, terug naar de bronnen! Laten we ons spreken over God, de mens en de wereld ijken aan Woord en sacrament. Laten we, om met Craig Bartholomew en Michael Goheen te spreken, ‘find our place in the Biblical story’.

Het derde accent, op de kerk als gemeenschap die discipelen vormt, corrigeert de al te optimistische gedachte dat wij ongeveer wel weten wat het betekent christen te zijn. Is dat echt zo duidelijk, in een samenleving die ons allerlei verhaalsjablonen over status en succes aanpraat, en die ons voortdurend duwt in de rol van kapitalistische consument? Wat  betekent de imitatio Christi, de navolging van Christus, voor onze zelfbeelden, voor onze carrières, voor onze bezittingen, voor onze relaties?

Dat dokter je niet in je eentje uit en leer je al evenmin uit een boek. Daarvoor heb je voorbeelden, aanmoediging, opscherping en misschien zelfs correctie nodig van een gemeenschap die jou niet alleen geloofswaarheden aanreikt, maar ook jouw karakter vormt.

Deze ecclesial turn doet zich uiteraard niet alleen in het Engelse taalgebied voor. Lees Hans Ulrich, de Duitse theoloog, er maar op na. Ik zeg ook niet dat de ecclesial turn historisch gesproken iets nieuws is. Überhaupt is in de theologie zo’n beetje alles al wel eens gezegd. Maar ik verwelkom deze wending naar de kerk als iets wat in onze tijd, voor onze generatie, ook in onze Nederlandse context van belang is.

Ik zeg dat overigens niet zonder kritische vragen en soms zelfs ernstige bedenkingen bij deze of gene ecclesial turn-theoloog. In de inleiding tot het boek kraken we een paar stevige noten, bijvoorbeeld over de terreur die een gemeenschap kan uitoefenen. Maar wat overheerst, is een gevoel van urgentie over de kerk als oefenplaats, als plek waar wij gevormd worden tot volgelingen van de Here Jezus. Dit is wat wij nodig hebben, ook in Nederland, als we tegenwicht willen bieden aan de secularisering van onze levens, onze verlangens, onze zelfbeelden.

Dit brengt mij, tot slot, bij Arjan Plaisier en de Protestantse Kerk in Nederland. Toen Bart en ik vorig jaar een titel probeerden te bedenken voor ons boek, hadden we al een heel A4’tje volgekrabbeld voordat we uitkwamen bij Oefenplaatsen. Wie schetst onze verbazing toen even later de visienota van de PKN verscheen, De hartslag van het leven, met daarin de mooie zin: ‘De kerk is oefenplaats voor een leven als volgelingen van Jezus.’

Deze zin illustreert, denk ik – zoals trouwens de hele nota dat doet – dat de bezinning die Bart en ik met ons interviewboek willen stimuleren, aansluit bij een verlangen dat in de PKN en gelukkig ook in allerlei andere kerken wordt herkend. Als de PKN-nota, onder het kopje ‘kerk als alternatieve samenleving’, de wens uitspreekt om ‘materiaal [te] ontwikkelen’ waarin het ‘verhaal van het evangelie’ concreet gemaakt wordt voor ‘de chaotische tijd waarin we leven’, dan zou ik bijna zeggen: zulk materiaal wil deze bundel zijn.

Graag bied ik het eerste exemplaar aan Arjan Plaisier aan, met de wens dat het boek instemming én tegenspraak zal oproepen.

Herman Paul

3 reacties

  1. […] Ontmoetingen met God ← Een wending naar de kerk – door dr. Herman Paul […]

  2. […] Lees ook de lezingen tijdens de presentatie van dr. Herman Paul en dr. Arjen Plaisier. Share this:EmailFacebookPress ThisPrint Deze bijdrage is geplaatst in […]

  3. Jan Martijn Abrahamse
    20 juni 2012 om 03:08

    Van harte gefeliciteerd met deze bundel. Ik zie er naar uit. Aangezien er specifiek naar Duke wordt verwezen, even een reactie vanuit Duke zelf. Na zes maanden hier te hebben rondgelopen ben ik het deels eens met de hoopvolle waarneming van Herman Paul dat er in de VS en aan Duke veel gebeurd. Echter het is vooral vanuit een reactionaire houding, viz het conservatieve zuiden, civil religion e.d. een geheel ander decor dan de Nederlandse seculiere maatschappij waarin de kerk een minderheid vormt. Ik bedoel dit: Hauerwas en de zijnen zijn vooral intern gericht. Namelijk gericht op een machtige (lees Constantijnse) kerk die hier nog zeer manifest en politieke invloed niet schuwt. De nadruk op gemeenschap en discipelschap dienen daarom tegen die achtergrond gelezen worden en niet tegen de onze. Nu krijg ik het idee alsof de Nederlandse context een op een wordt genomen met de Amerikaanse. Zover ik het nu kan zien heeft – en ik geloof dat dit reeds opgemerkt werd in een van de reacties – is de herlevende Amerikaanse theologie vooral een herontdekking en verwerking van Barth. Het is Barth die, in elk geval hier aan Duke, de toon zet